De mensen vertelden dat de alvermannetjes verbleven in de kapel van Sint-Petronella in Rekem. Later heeft men daar in de kiezelkuil kleine porseleinen pijpjes van de alvermannetjes gevonden.
In Engelmanshoven hadden de alvermannetjes onderaadse gangen gegraven, waarin ze tafeltjes en stoelen van aarde hadden gebouwd. Wie veel werk had, moest een lekkere koek klaarleggen, en dan zouden de alvermannetjes 's nachts het werk komen doen. …
In Stene zaten vroeger kaboutertjes die uit de bergen kwamen. Het waren kleine mannetjes - de grootste was zo'n zeventig à tachtig centimeter groot - met lange grijze baarden en rode mutsjes. Ze hadden allemaal een mandje in hun hand.
De alvermannetjes woonden in kelders en kwamen 's nachts tevoorschijn via een gang die uitkwam in het Meinestraatje. De alvermannetjes drongen de huizen binnen om er te gaan stelen.
Een boer uit Zedelgem zag uit het ovenhuis een ventje met een rood mutsje komen, dat op een tafeltje zijn geld begon te tellen. De volgende dag sprak de koewachter tot de boer: "Ik weet waar hij dat geld verborgen heeft". De boer en de koewachter…
In de schuren van de 'torrelen' kon men 's nachts kabouters met een vlegel horen slaan. Wanneer men de deur van de schuur opendeed, was er evenwel niets te zien.
In Kinrooi leefden de alvermannetjes in de muren van oude huizen. De gaten in de muren maakten ze zelf met het gereedschap dat ze van mensen hadden geleend. Wie de alvermannetjes durfde te bespieden, verloor zijn oog. Een man die op die manier een…
De alvermannetjes hielpen de mensen met hun werk in ruil voor wat voedsel. Een man die de dwergjes een poets wilde bakken, legde in de plaats van voedsel een lap leer klaar en verstopte zich om de alvermannetjes te bespieden. "Dat is toch maar…
De alvermannetjes kwamen 's nachts luie kleermakers en schoenmakers helpen met hun werk. Wanneer men echter 's avonds erwten op de grond gooide, dan vielen de dwergjes en gingen ze weg.
Bij boer H. werkte een kabouter. Toen de pastoor op een dag bij de boer op bezoek kwam, raadde die de boer aan om de kabouter voor een uur weg te sturen en ondertussen de witte koord van de kabouter in de oven te verbranden. Op het ogenblik dat de…
Een man die een zondig leven had geleid, zag op zijn sterfbed allemaal rode mannetjes met rode mutsjes. Alle beelden die aan de muur hingen, vlogen stuk. Nadat men met wijwater een kruisteken had gemaakt, waren de mannetjes verdwenen.
Als de kaboutertjes een vuile kookpot kwamen lenen, dan brachten ze hem proper terug. Als het een propere kookpot was, brachten ze hem vuil terug. Als de dwergjes boos waren op iemand, dan kon die persoon zich aan een ongeluk verwachten.
De vader van Jaak H.was een schoenmaker die in Dorplein woonde. Omdat de schoenmaker erg hard moest werken, werd hij ziek. Op een nacht hoorde de schoenmaker een vreemd geluid. Toen hij opstond, zag hij dat alle schoenen prachtig hersteld waren.…
In Neerpelt hadden de alvermannetjes bij de mensen een kind weggenomen en één van hun eigen kinderen in de plaats gelegd. Toen de alvermannetjes hun kind herkenden, riepen ze: "Hé, Tripken Triep, waar ga je naartoe?", waarop het kind antwoordde:…
In de buurt van de familie Bouchet woonde een arm vrouwtje dat telegrammen naar de mensen bracht. Het vrouwtje vertelde vaak over de alvermannetjes die haar 's nachts kwamen helpen. Men mocht de alvermannetjes niet bespieden, want dan deden ze…
In Rotem stond vroeger een kasteeltje waar graven en baronnen woonden. De kelder van dat kasteeltje werd 'Bergkelder' genoemd. In die kelder woonden alvermannetjes.
Een boer die naar de markt wilde vertrekken, gaf zijn knecht de opdracht om het veld te bemesten. De knecht liet de alvermannetjes het veld bemesten, zodat hij nog samen met de boer op de markt aankwam.
Basken D. moest het koren opslaan in de schuur. Tijdens de middagpauze stond er een kar vol koren buiten. Toen Basken terugkwam, stelde hij vast dat het koren uit de kar al naar de schuur was gebracht. De kaboutertjes hadden bovendien een groot…