In Rijkhoven woonden vroeger veel heksen. De huizen van die heksen kon men makkelijk herkennen omdat er 's nachts een blauw vlammetje uit de schoorsteen kwam.
In de Rue St. Henri Berger in Brussel stond een huis waar het verschrikkelijk spookte. 's Nachts vlogen de ramen en deuren open en rammelde er iets op de zolder, hoewel er niets te zien was. Vooraleer het huis werd verkocht, had de pastoor gezegd…
In Pittem woonde een oude man over wie men vertelde dat hij kon toveren. De kinderen waren zo bang voor de man dat ze niet voorbij zijn huis durfden te wandelen.
Een man die de grenspaal van zijn veld had verplaatst, werd geplaagd door de vuurman. Naar een vuurbol mocht men niet fluiten, want dan zou het vuur tegen de huizen vliegen.
De molenaar die op de Heimolen in Langdorp woonde, kon met zijn pet van bij de molen zijn huisdeur opengooien. Op een nacht kwam de molenaar samen met enkele vrienden terug van de kermis. Langs de weg stond een heer die deftige zwarte kleren droeg.…
Omdat men op het kerkhof altijd een lichtje zag branden, durfde niemand daar voorbij te wandelen. Op een dag gingen twee jongens toch eens kijken. Zodra ze dichterbij kwamen, zagen ze dat het licht in feite de weerkaatsing was van een licht uit de…
Bij een elzenhaag vloog de hele tijd een doodkeers heen en weer. Het leek wel een doodshoofd met een kaars in. Iedere avond ging de doodkeers op de vensterbank van een nabijgelegen huis zitten.
In Meershoven stond een huisje waar heksen woonden. De heksen kwamen daar bijeen en gingen door het bos naar Krundel. Heksen konden zichzelf veranderen in katten.
Een pasgeboren kind dat de hele tijd huilde, kon niet door een verpleegster geholpen worden. De ouders van het kind kregen de raad om naar de pastoor te gaan. Omdat de pastoor toen net ziek was, gingen ze naar de kapelaan. De kapelaan nam zijn boek…
Een man moest altijd voorbij het huis van een heks wanneer hij naar zijn werk ging. Op een dag was de man vergeten om met wijwater een kruisteken te maken vooraleer hij vertrok. Omdat hij op die manier niet voorbij het huis van de heks durfde te…
Naast een huis waar vroeger een heks had gewoond, was een diepe waterput. Wanneer men een steen in die put gooide, weerklonk er een lawaai als een donderslag. Uiteindelijk heeft men de put dichtgemaakt.
In Knesselare woonden Bohemers die de mensen een luizenplaag konden bezorgen. Wanneer die mannen een luis op iemands huis of bed hadden gezet, konden de mensen die luizen alleen nog kwijtraken door zich te laten overlezen door de paters.
In Maasmechelen stond een huis waarin een heks met de naam Antrien woonde. Hoewel het strooien dak van het huis geen enkel steunpunt had, zakte het niet in. Toen het huis werd afgebroken ontdekte men dat het dak in evenwicht werd gehouden door de…
Een man die in Eigenbilzen naar het toneelstuk 'Kaïn' was gaan kijken, ging bij maneschijn naar huis door de sneeuw. Na een tijdje raakte de man verdwaald. Hij overwoog om de weg te gaan vragen in een huisje dat met bladeren was bedekt. De man…
Bij S. stond vroeger een grote kist waarin een teruggekeerde dode was verbannen. De mensen hebben het huis afgebroken omdat ze zo erg door het spook werden geplaagd.