Op het Vlèruskot werkte de duivel in de gedaante van een knecht. De ploeg werkte er vanzelf en de koeien waren vaak met hun staart aan de balken vastgebonden. Toen de boerin op een dag pap met look had gekookt, sprak Vlèrus: "Vlèrus eet geen pap…
Op het Vlèruskot werkte een knecht die kon toveren. Als de vrouwen naar de kermis wilden gaan, dan hielp de knecht altijd met het werk. Als ze echter naar de mis moesten, dan zorgde de knecht ervoor dat het werk niet klaar geraakte. De pastoor…
Op het Vlèruskot spookte het. De boerin heeft Vlèrus verbannen naar het uiterste van het erf. Ieder jaar kwam Vlèrus een buiteling van een luis dichterbij. Wanneer hij terugkeert, zal hij alles vernietigen.
Als kinderen geen luizen hadden, dachten ze vroeger dat ze niet gezond waren. Iedereen had luizen onder het haar op het achterhoofd of in de nek. Als kinderen zo onder luizen zaten, dan zeiden ze dat de 'luizenbol' was losgebroken. Dan zaten ze…
Een arme man krijgt een ongeluk en belandt in het ziekenhuis. Als de verpleegster vraagt hoe de man verpleegd wil worden - eerste, tweede of derde klas - antwoordt de man dat hij derde klas verpleegd wil worden omdat hij 'zo arm als een luis' is. Als…