De eigenaars van de Vurtense molen langs de Diestse beek werden het slachtoffer van een overval. Toen de vrouw van de molenaar werd vastgebonden, herkende ze één van de dieven en riep: "Waarom wil je mij toch zo plagen nadat ik zoveel goeds voor jou…
Toen de pastoor van Geulle honderdzevenentwintig jaar was, beweerde men dat hij niet meer goed bij zijn verstand was. De bisschop kwam aan de pastoor vragen hoeveel sacramenten er bestonden. Omdat de pastoor het vormsel niet had vernoemd, sprak de…
Toen bokkerijder David in Munsterbilzen werd opgehangen, sprak een pater tot de veroordeelde: "David, David, bekeer je toch want er zweven meer duivels rond je hoofd dan je haren hebt!" Daarop antwoordde de bokkerijder: "Och, ik zal het er toch maar…
Op klaarlichte dag viel de bende van Pollet binnen in een Ieperse boerderij. De rovers moesten echter vluchten zonder buit, aangezien ze door iemand werden verjaagd.
In Loon kregen de mensen soms dreigbrieven van de bokkenrijders. Als die mensen het geëiste geld niet op de aangegeven plaats gingen leggen, stond hun huis de volgende dag in brand.
Met een list lokte de drossaard een veehandelaar mee, die de leider van de bokkenrijders was. Toen de mannen de Maas overstaken, sprak de veerman opeens: "Meneer de drossaard, uw jas hangt in het water". De bokkenrijder besefte dat hij met de…
De bokkenrijders reden op een bok na het uitspreken van de toverformule: "Over haag en heg, tot in de wijnkelder in Leuven". Een jongen die met de bokkenrijders was meegeweest, kreeg een zilveren servies in de handen. Toen de jongen zei: "God…
De bokkenrijders verbleven in de bossen van Averbode. In Tessenderlo kwamen de rovers bij een arme vrouw het spek stelen. Daar in de buurt vond men mooie schoenen die de bokkenrijders droegen wanneer ze gingen stelen.
Een man uit Beverst die pas zijn paard had verkocht, kwam bij de kapel een bokkerijder tegen, die zei: "Hier ben ik gewend om iets te krijgen. Ik bid hier altijd een Onzevader". Vervolgens moest de man uit Beverst al zijn geld afgeven.
De drossaard lokte in burger twee bokkenrijders mee. Toen de mannen in een bootje de Maas overstaken, sprak de veerman plots: "Meneer de drossaard, uw jas hangt in het water!" Op dat ogenblik beseften de rovers dat ze met de drossaard de maken…
Op kerstnacht ging de kasteelheer van Rouvenne de heilige vaten roven uit de abdij van Sint-Jansberg. Om twaalf uur zakte het kasteel met veel lawaai in de grond. Op de plaats waar het kasteel had gestaan, was een grote modderpoel. Ieder jaar op…
Drossaard E. trad streng op tegen de bokkenrijders, die in Peer bijeenkomsten hielden. De bokkenrijders en de binders werden opgesloten in onderaardse gangen onder de markt van Beringen.
In Kwaadmechelen kwamen de bokkenrijders 's nachts stelen. Ze hadden op de kerk het volgende geschreven: "We zijn met z'n achten, we stelen alle nachten, omdat we te lui zijn om te werken, bestelen we de kerken".
De bokkenrijders die op Oversteen vertoefden, reden vaak naar de Meerhoutse hoef. De rovers besloegen hun paarden achterstevoren, zodat het moeilijk was om te weten te komen waar ze naartoe waren gereden.
De bokkenrijders vlogen door de lucht nadat ze hadden gezegd: "Ik vlieg over haag en struik tot in de wijnkelders van Keulen!" Op een dag vergiste een man zich en zei: "Ik vlieg door haag en struik..." Zwaargewond kwam die man op zijn bestemming aan.
De bendeleider van de bokkenrijders woonde in Tongerlo. De rovers gingen langs een ondergrondse gang tot op een bepaalde plaats. Verder konden ze niet omdat de lamp steeds uitging.