De bokkenrijders waren roversbenden die gingen stelen, plunderen en moorden. De rovers hielden zich schuil in de mergelgroeve van Poswick. In Kanne gingen ze niet op rooftocht omdat daar toch niet veel te rapen viel.
F., de leider van de bokkenrijders, ging altijd kijken wanneer er iemand werd opgehangen. Op zekere dag werd F. zelf ook opgepakt, hoewel hij beweerde onschuldig te zijn. Op de pijnbank bekende F. schuld, maar daarna ontkende hij weer. De man…
De eigenaars van de Vurtense molen hadden twee ossen verkocht. Omdat de knecht dat had rondgebazuind, werd de molenaar op een avond overvallen. De rovers beukten de deur in en riepen: "Geld afgeven!" De molenaar herkende in één van de rovers zijn…
In de achttiende eeuw zaten in de berg van Zussen mensen die 's nachts tevoorschijn kwamen en de soldaten vermoordden. Die mensen werden 'het slechte volk van Zussen' genoemd. Op een dag hadden ze twee krijgsgevangen naar het kasteel van Caestert…
De bokkenrijders eisten vaak geld van de mensen. Als de mensen het geld niet wilden geven, zouden ze worden vermoord of zou hun huis in brand worden gestoken. Op de plaats waar het geld werd achtergelaten, kwam een rover met een kruiwagen zonder…
De Teuten waren rovers die er 's avonds op uit trokken om mannen van ongeveer vijfentwintig jaar te ontvoeren. Die mannen werden dan gekneveld en verkocht aan de Hollanders in de kolonies in het Oosten.
Sommige mensen geloofden dat in Maasmechelen ooit enkele bokkenrijders waren opgehangen. Dat in Maasmechelen ooit bokkenrijders hebben vertoefd, is wel zeker.
In het klooster van Kelchterhoef woonden paters die het klooster stiekem via onderaardse gangen verlieten. Die paters hadden hun paarden achterstevoren beslagen.
Een man uit Beverst die pas zijn paard had verkocht, kwam bij de kapel een bokkerijder tegen, die zei: "Hier ben ik gewend om iets te krijgen. Ik bid hier altijd een Onzevader". Vervolgens moest de man uit Beverst al zijn geld afgeven.
De bokkenrijders hebben verschillende keren proberen in te breken in boerderij 'De Noorde Licht' in Sint-Truiden. Omdat de boer binnen klaarstond met een piek, slaagde hij er telkens in de inbreker dood te steken. Toen er al drie bokkenrijders…
De bokkenrijders gingen elke nacht op rooftocht. Ze werden ook wel 'voetbranders' genoemd, omdat ze de tenen van hun slachtoffers in het vuur hielden om te weten te komen waar het geld verborgen lag. Omdat de bokkenrijders zich ontzettend snel…
Op zondag kwamen de rijke heren met hun dochters in een koets terug van de mis. Op een dag had een bokkenrijder zich met een varkensblaas vol bloed onder de koets verstopt. Toen de heer thuiskwam, sprong de bebloede bokkenrijder tevoorschijn,…
De oprichters van de bokkenrijders waren vrijmetselaars die geen rekening hielden met godsdienst. De leden van de bokkenrijders durfden niet meer naar de kerk te gaan.
Een man uit het dorp was leider van de bokkenrijders. De rovers gingen langs een ingebouwde kast hun vergaderruimte binnen. De bokkenrijders gebruikten vroeger blaaspijpen.
In Dilsen stond vroeger een huis waar de bokkenrijders bijeenkwamen. Het huis had een stenen trap die leidde naar een overwelfde kelder. In het huis was ook een diepe put. Aan de kant van de oude Maas stonden beelden in de muur van het huis. …
Iemand die een dreigbrief van de bokkenrijders had ontvangen, moest bij de Lijmkuil geld leggen. Anders zouden de rovers de koeien in brand steken. Toen het geld op de afgesproken plaats lag, kwam er een man voorbij met een kruiwagen waarop een…
Op de hoek van de markt in Maaseik stond een huis waarvan de kelder toegang gaf tot een onderaardse gang. In dat huis hielden de bokkenrijders bijeenkomsten.
De bokkenrijders hielden zich vooral op in Nederland. Velen onder hen waren vooraanstaande rijke mensen. Eén van de bokkenrijders die de roversbende had verlaten, ging wonen op de plaats die later de naam 'Bokrijk' kreeg.
De bokkenrijders waren rovers die 's nachts door de lucht vlogen op een bok. Omdat de rovers overal kwamen stelen, waren de mensen heel bang voor de bokkenrijders.
De bokkenrijders waren actief in Wellen en in Valkenburg. De rovers verplaatsten zich op een bok. Een dokter die verplicht werd om lid te worden van de bokkenrijders, moest zijn handtekening zetten met bloed. Later heeft men alle bokkenrijders…