Kludde met zijn keet was een dronkaard of een loslopende hond met een ketting waarvoor de mensen bang waren omdat ze geloofde dat de duivel er iets mee te maken had.
Een stalkaars was een lichtje dat men in de moerassen zag. Sommige mensen beweerden dat het de zielen van ongedoopte kinderen waren. Volgens anderen waren het wormpjes.
In Eik woonde vroeger een regentes die een vriend had met de naam Moenstère. Die vriend liet een klooster bouwen met de naam 'Monasterium'. Hoewel Munster altijd tot het grondgebied van Bilzen had behoord, wilde Moenstère Munster voor zich alleen…
Tussen Rekem en de molen van Boorsem vloog 's nachts een vuurbol over het veld. De vuurbol had iets te maken met fosfor dat vrijkwam bij bepaalde weersomstandigheden.
De mensen meenden dat ze de sjoofet hadden gezien toen in het donker een vuur bewoog. Later bleek dat het de bakker was die 's nachts van Hees naar Rosmeer trok.
In Poperinge stond een huis dat niemand wilde kopen omdat het er spookte. Een notaris heeft het huis voor een zacht prijsje gekocht. Op een nacht hoorde de notaris een geluid in de slaapkamer. Hij stak het licht aan en vond het spook in de…
In Zemst-Laar kwam een man 's avonds laat naar huis, toen hij plots een gekwaak hoorde. De man liep doodsbang naar huis. Daar stelde hij vast dat zijn pijp uit zijn broekzak was gevallen en vanachter in zijn klomp was terechtgekomen, wat een geluid…
Wanneer de mensen uit Beernem vroeger naar de molen van Oudenaarde trokken, wapenden ze zich met een bijl. Ze kerfden met de bijl in de molen. Beernem dankte zijn naam aan het feit dat er vroeger zoveel beren zaten.
Op het kerkhof van Kester of Leerbeek zat een geest, zo vertelden de mensen. De dronkaards die altijd tot een gat in de nacht zaten te kaarten, schrokken zich haast dood toen ze de spookverhalen hoorden. De pastoor ontdekte dat het ‘spook’ een uil…
Als de mensen bang waren, zond een tovenaar een grote hond en soms ook kleine hondjes met hen mee. Daar was echter een heel eenvoudige verklaring voor. Wanneer de tovenaar een teefje had afgemaakt, deed hij wat vet van het dier in een doosje. Dat vet…
Omdat men op het kerkhof altijd een lichtje zag branden, durfde niemand daar voorbij te wandelen. Op een dag gingen twee jongens toch eens kijken. Zodra ze dichterbij kwamen, zagen ze dat het licht in feite de weerkaatsing was van een licht uit de…
Vroeger geloofde men dat in het Appelarenbos een kooi stond, waarin de geest van Méas huisde. Omdat de mensen bang waren voor geesten, durfden ze in dat bos geen hout te gaan halen. Tijdens een strenge winter gingen twee dappere mannen toch naar…
Een boer die op een avond naar huis wandelde, had in een café wat bier gedronken. Onderweg hoorde de boer een klok luiden en zag hij een figuur aankomen. De boer was ervan overtuigd dat het de pastoor was, die iemand de Laatste Sacramenten ging…
Bij het Speelhuisje van het kasteeltje van V.S. verscheen vaak een dwaallichtje. Het lichtje was zo groot als de maan en vloog over de bomen in de richting van het kasteeltje. Bij het kasteeltje scheen het licht plots heel fel, om daarna weer te…