Op 'Langewahoekschge' was een boerderij en een herberg waar iedere zondag werd gedanst. Toen de pastoor van Merkem daar een keer vertoefde, voorspelde hij dat de koeien van de boerderij met hun staarten aan elkaar zouden hangen. De geestelijke zei…
Enkele kinderen hadden van een vrouw een snoepje gekregen. Omdat men vertelde dat die vrouw een heks was, durfden de kinderen het snoepje echter niet op te eten. De echtgenoot van die vrouw was tot niets in staat en zat de hele dag in zijn huis. De…
Een caféhoudster uit Poperinge had een dochtertje. Toen een tovenares op een dag melk kwam halen, gaf ze het dochtertje van de caféhoudster een stuk chocolade. Het kind peuzelde de chocolade gretig op. De volgende dag werd het meisje echter ziek; ze…
In Heppen werden de kolen altijd opgevreten door dieren. Op een dag schoot een boer naar een dier in zijn tuin. Toen hij ging kijken, lag enkel de zakdoek van de heks er nog.
Als de kinderen hun brood of spek niet opaten en het stiekem wegmoffelden op hun bord, dan sprak hun moeder: "Als je dood bent, dan moet je terugkomen om al die stukjes te zoeken!"
In Zwevegem was een man aan het vloeken. Plots verschenen er duivels in de gedaante van konijnen en hennen, die het huis van de man vernielden. De dieren aten het eten van de man op en kwamen altijd binnen in het huis. Uiteindelijk heeft de man zijn…
Op een boerderij in Ichtegem spookte het. Wanneer men daar op het veld aan het werk was, hoorde men altijd iemand een trog uitschrapen. Iemand gaf de boer de raad om de volgende keer te zeggen: "Elzenhoekske bakt een koekske". Toen de boer dat deed,…
Een man die bezems verkocht, ging met zijn hondenkar op pad. In Houwaart (tussen Rillaar en Aarschot) hield de man halt om zijn boterhammen op te eten. Toen de man weer bij zijn kar kwam, was de hond verdwenen. Omdat de man de kar niet alleen kon…
Een man wiens kind ziek was, liet de Duitse onderpastoor komen. De geestelijke bekeek het kind en zei: "Maar dat kind is niet ziek!" en hij gaf het een appel die hij op zak had. Het kind at de appel op. Een leurder die daar vaak kwam en die ook die…
Tijdens de eerste wereldoorlog liep in Nieuwenrode een zeventienjarig meisje rond, dat maar zo groot was als een kind van drie jaar. Het meisje was het slachtoffer geworden van de kwade hand. Het kind had iets opgegeten dat ze van een toveres had…
Bij de Zielebrug tussen Houtave en Zuienkerke zou ooit een koewachter met zijn kruiwagen zijn verzonken, terwijl hij de stal aan het uitmesten was. De koewachter had namelijk een boterham met vlees naar de werkmannen op het veld moeten brengen. Hij…
Heksen konden niet sterven vooraleer ze hun kunsten aan iemand anders hadden doorgegeven. Op 't Land woonde een heks die altijd peren naar de kinderen gooide. De dochter van de heks riep: "Moeder, dat mag je niet doen, want als er iemand buikpijn…
Bij de molen zat een konijn dat alle kolen opat. Men had al vaak geprobeerd naar het konijn te schieten, maar men was er nog nooit in geslaagd het dier te treffen. Een pater uit Rekem had de man de raad gegeven om in de plaats van een patroon een…
Een man wiens kolen werden opgegeten door hazen, ging op wacht staan met zijn geweer. Nadat de man een haas had neergeschoten, ging hij kijken en herkende een buurvrouw.
Oude vrouwtjes die een witte kap droegen, werden er vaak van verdacht heksen te zijn. Een jongen die op zondag bij een boer zijn loon ging halen, mocht onder geen beding in het huis van de heks binnengaan. Toen de jongen op een dag twee klontjes…
In Horpmaal liep een weerwolf met een lange ketting rond. Hoewel de weerwolf overal voedsel kwam stelen, waren de mensen te bang om het dier kwaad te doen.
Een meisje had een boterham gegeven aan een bedelares. Daarop had de bedelares het meisje op de schouder geklopt met de woorden: "Jij bent een braaf meisje". Twee dagen later werd het meisje echter ziek. Omdat de dokter niet kon helpen, liet men de…
Een man had op de terugweg van de kermis in Pamel in een herberg een mattentaart van een vrouw gekregen. De taart was bedoeld voor de kinderen van de man, maar omdat de man onderweg honger kreeg, at hij het gebak zelf op. Een week later kreeg de man…
Een vrouw die vaak koeken bakte, ergerde zich aan een kat die elke avond de koeken kwam opeten. Op een dag sloeg de vrouw de kat met een mestvork op de kop. De volgende dag had de buurvrouw een verband om haar hoofd.
Mit had al vaak bezoek gekregen van een vrouw die met vis kwam leuren. Omdat Mit vermoedde dat de leurster een heks was, liet ze de vrouw niet meer binnen. Een tijdje later kwam de zoon van de heks leuren. De man had Anna, de dochter van Mit, een…