In Humbeek woonde een zeventigjarige vrouw die door haar man werd geslagen. Omdat iedereen medelijden had met het vrouwtje, besloten enkele jongens haar man eens een lesje te leren. De jongens lokten de man door op de zolder lawaai te maken en…
Een grapjas had zich met een laken als spook verkleed en was in een wilgenstronk langs de weg gekropen. Twee voorbijgangers die het spook zagen, zeiden: "Kijk, daar in die andere boom zitten nog twee spoken!" Door die uitspraak schrok de farçeur zo…
Vroeger maakte men soms stalkaarsen door een kaars in een uitgeholde biet te zetten. Met dergelijke kaarsen probeerde men late wandelaars bang te maken.
In de Zwarte Borre (1) verscheen een weerwolf in de gedaante van een grote zwarte hond. Het was een rare kerel die allerlei streken uithaalde om de mensen bang te maken. Een weerwolf was iemand die zich verkleedde en op handen en voeten rondliep.
De zoon van een caféhouder uit Rutten moest 's avonds te voet naar het dorp gaan. Op de terugweg stak de jongen met een mestvork naar een weerwolf die hem achtervolgde. Later bleek dat die weerwolf gewoon een man was die zich voor de grap had…
Over de muur van het kerkhof wandelde iedere nacht een grapjas met een wit laken om zich heen. De mensen geloofden dat de verschijning een teruggekeerde dode was. Op een avond trok een dappere man met een stok naar het kerkhof. De man sloeg het…
Bij de moerassen in Voormezele kwam altijd een geit blaten. De mensen geloofden dat die geit een geest was en kwamen van heinde en ver naar het geblaat luisteren. Later bleek de herbergier voor het spookverschijnsel verantwoordelijk te zijn; hij…
Op een boerderij in Opwijk hoorde men Klerre met zijn keet 's nachts altijd rammelen. Op een nacht stak de knecht met een mestvork naar Klerre. Hij wist echter niet dat Klerre een andere knecht was, die een laken over zijn hoofd had gegooid.
Enkele mannen hadden vóór de kerk van Grimbergen een weddenschap gesloten. Eén van de mannen zou de volgende nacht op het kerkhof een schedel uit een put gaan halen, waarvoor hij beloond zou worden met enkele flessen bier. Een man had een wit laken…
Enkele knechten gingen op een avond de weerwolf opwachten om hem eens flink af te ranselen. Toen één van de knechten door de weerwolf werd besprongen, sloeg een andere het dier met een knuppel neer. De volgende dag vond men op die plaats een dode…
Op weggetjes waar weinig volk kwam, zette men soms stalkaarsen. Dat waren uitgeholde bieten waarin men een kaars had gezet om de mensen bang te maken. Bij het kasteel in de Daelestraat had men bijvoorbeeld zo'n kaars gezet.
Vroeger zette men vaak kaarsen in uitgeholde bieten om de mensen bang te maken. Ook gebeurde het soms dat men een koordje aan een poort bond, zodat men dat poortje kon doen opengaan, wanneer er iemand voorbijkwam.
Vroeger zetten de jongens vaak uitgeholde bieten achter de bomen om de meisjes bang te maken. Jongens die verliefd waren, konden hun meisje dan in bescherming nemen tegen de zogenaamde 'heksen'.
Met Allerheiligen gebeurde het vaak dat kinderen op het kerkhof kaarsen gingen stelen en die in een uitgeholde raap of biet zetten. Wanneer de mensen dat zagen, dachten ze dat het een spokende geest was.
In een café in Heikruis had men op een avond over Kludde gesproken. Eén van de mannen had het café verlaten en was achter een huis gaan staan met een ketting in zijn hand. Toen een andere man daar later op de avond voorbij kwam, hoorde hij gerammel…
Op de Maastrichtersteenweg hadden de mensen al vaak een spook gezien. Op een dag ontdekte men dat het vermeende spook een eenzame gefrustreerde man was, die de mensen de stuipen op het lijf joeg.
Een dronkaard die altijd langs het kerkhof naar huis wandelde, werd het slachtoffer van een buurvrouw. De vrouw die tegenover het kerkhof woonde, had zich op het kerkhof verstopt en trok de voorbijwandelende dronkaard aan zijn haar.