Boven de Kranewijer vlogen dwaallichtjes door de lucht. Dat waren zieltjes van ongedoopte kinderen. In het midden van de Kranewijer gingen de lichtjes weer naar beneden.
Toen Nol zijn vriendin in Hees ging opzoeken, zag hij onderweg een kindje verschijnen dat met zijn handjes in een plas water sloeg. De man geloofde dat het een kindje was, dat gedoopt wilde worden.
Een stalkaars was een lichtje dat men in de moerassen zag. Sommige mensen beweerden dat het de zielen van ongedoopte kinderen waren. Volgens anderen waren het wormpjes.
Een stalkaars was de ziel van een ongedoopt of een ongeboren kind. Als men naar een stalkaars durfde wijzen, dan hoorde men even later een bonk op de deur.
Een man zag in het veld bij Smisberg een vuurman door de lucht vliegen. Naar een vuurman mocht men niet fluiten, want dan zou hij de persoon die hem had uitgedaagd achtervolgen. Toen de man thuiskwam hoorde hij de vuurman nog net tegen de gesloten…
Stallichten waren de zielen van ongedoopte kinderen die kwamen vragen om iets te doen. Wanneer men naar een stallicht durfde te wijzen, kwam het op de top van je vinger zitten.
Dwaallichtjes of stalkaarsen waren glimwormpjes die vooral in de buurt van bossen te zien waren. De mensen geloofden dat die lichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren. Wanneer men een stalkaars zag, moest men zeggen: "Ik doop u alleen". …
Een oude man uit Horpmaal zag 's avonds een dwaallichtje. Hij volgde het dwaallichtje tot aan het water en zei toen: "In godsnaam, wat wil je?", waarop het lichtje antwoordde: "Ik wil gedoopt worden. Je hand is bij het water; je hoeft alleen maar…
Een vrouw was ongemerkt binnengeslopen in een hoeve in Hommelen terwijl de boer en de boerin buiten aan het werk waren. Toen de boerin binnenkwam en een vreemde vrouw bij de wieg van haar kind zag staan, vroeg ze: "Wat kom jij hier doen?" Daarop…
Een vrouw uit Velm had een kindje dat gestorven was. Omdat het kind niet gedoopt was, bad de droevige moeder tot O.L. Vrouw. Maria maakte het kindje weer levend.
Omdat er in Montenaken een tyfus-epidemie heerste, haalden de inwoners de Bruine…
Op vochtige zomerdagen verschenen in laaggelegen gebieden soms dwaallichtjes die heen en weer bewogen. Men vertelde dat die lichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren.
Naar stalkaarsen of dwaallichten mocht men niet wijzen, want dan kwam het licht naar de persoon door wie het was uitgedaagd. Sommigen beweerden dat dergelijke lichtjes teruggekeerde heksen waren; volgens anderen waren het de zielen van ongedoopte…
Een man uit Munsterbilzen zag een dwaallichtje uit de grond komen, dat daarna langzaam omhoog vloog. Zodra het lichtje de toppen van de dennenbomen had bereikt, ging het uit. Het was de ziel van een ongedoopt kind.
Dwaallichtjes waren witte vlammetjes die boven moerassen en boven vuil water verschenen. De lichtjes waren de zieltjes van ongedoopte kinderen die verlost wilden worden. Op de bodem van het moeras lag een eiken kist waarin een schat zat. Als…
Dwaallichtjes waren de zieltjes van kinderen die ongedoopt waren gestorven en daarom geen rust vonden. De lichtjes verschenen bij het water omdat ze gedoopt wilden worden.
Dwaallichtjes waren de zieltjes van kinderen die ongedoopt waren gestorven. Omdat de lichtjes gedoopt wilden worden, trokken ze de mensen in het water.
Een man had aan een dwaallichtje gevraagd wat het wilde. Daarop antwoordde het lichtje: "Ik wil alleen maar gedoopt worden". De man nam een beetje water, goot het over het dwaallichtje en sprak: "Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de…