De bokkenrijders folterden mensen die niet wilden vertellen waar ze hun geld bewaarden. Zo hebben ze bij een man de tong afgesneden omdat hij maar bleef zwijgen. Uiteindelijk hebben de rovers zijn geld toch gevonden.
Op een dag liep een man van de bende van Vaajer Miekes voorbij een boerderij te mompelen: "Dat is een goede boer, maar het zal niet lang meer duren." Iemand had de man afgeluisterd in het korenveld. Enkele dagen later brandde de boerderij helemaal…
Op een nacht hadden de bokkenrijders bij de pastoor wijn gestolen. Een man die ook met de bokkenrijders wilde meegaan, vergiste zich bij het uitspreken van de toverspreuk. In plaats van "Breng mij over heggen en hagen" had de man gezegd: "Breng mij…
De bende van Bakelandt pleegde veel moorden. Een man die naar de paardenrace op de kermis van Langemark was geweest, werd zo vermoord. Toen twee andere mannen terugkwamen van de race, stegen ze van hun paard bij het zien van een lijk dat op de weg…
De leider van de bende van Bakelandt wilde niet vechten in het leger van Napoleon. Daarom verborg hij zich in de bossen van Houthulst en leefde daar van diefstal.
De Hannoverse Jagers hebben in het Molenveld een man doodgestoken, die jenever moest gaan halen. De rovers woonden zelfs de begrafenis van hun slachtoffer bij. Ze konden het niet verdragen dat de pastoor tijdens de mis de wijn alleen uitdronk.
De benaming 'Genk' zou komen van het dialectwoord 'gench', dat betekent: 'laat ons gaan'. De familie H. en de familie L. vestigden zich namelijk tussen Genk en Diepenbeek in de hoop daar veilig te zijn voor rovers.
De rovers van de bende van Bakelandt folterden mensen en dwongen hen hun geld af te geven. De bende vertoefde in Houthulst, Langemark, Poelkapelle en zelfs in de Steenstraat in Werken.
Bij een bolbaan (1) in Keiem of in Beerst kwam een heer logeren. Toen de man in zijn kamer was, werden de eigenaars achterdochtig. Ze nodigden een hele groep mensen uit, die gratis mochten drinken. De heer, die in werkelijkheid Bakelandt was, nam…
Toen Deurke E. werd overvallen door de Bende van de Kousenband, wilde hij zijn geld niet afgeven. De bendeleden hebben Deurke dan geslagen tot hij zijn geld wel moest afgeven.
In Molenbeersel woonde een bendeleider die kon toveren. Soms zag men de man met een wit paard door de lucht vliegen. Men geloofde dat de man met de duivel omging.
De bendeleider van de bokkenrijders woonde in Tongerlo. De rovers gingen langs een ondergrondse gang tot op een bepaalde plaats. Verder konden ze niet omdat de lamp steeds uitging.
De bende van Priem-Haverbeke werd verraden door een vrouw die had gehoord hoe de rovers plannen maakten voor een inbraak op een boerderij in Koolskamp. De politie verborg zich in de stal van de boerderij en schoot de rovers neer. Enkel Haverbeke kon…
De bokkenrijders werden opgehangen op de Berg. Die rovers gingen 's nachts vaak bij de boeren het vee stelen. Toen men bij Mussenburg het kanaal aan het bouwen was, hebben de bokkenrijders een vaars uit de stal gestolen en dat ter plaatse geslacht.
De bokkenrijders waren roversbenden die gingen stelen, plunderen en moorden. De rovers hielden zich schuil in de mergelgroeve van Poswick. In Kanne gingen ze niet op rooftocht omdat daar toch niet veel te rapen viel.
Op een zondagochtend omstreeks acht uur vermoordden de rovers van de bende van Pollet in Belle een ongehuwde vrouw wiens ouders naar de mis gaan. Omdat de vrouw zich hevig had verzet, was ze zwaar verminkt. Daarna vluchtten de rovers naar een herberg…
F., de leider van de bokkenrijders, ging altijd kijken wanneer er iemand werd opgehangen. Op zekere dag werd F. zelf ook opgepakt, hoewel hij beweerde onschuldig te zijn. Op de pijnbank bekende F. schuld, maar daarna ontkende hij weer. De man…
De bende van Pollet werd opgepakt in Frankrijk. De rovers hadden geprobeerd naar België te vluchten om aan de Franse politie te ontkomen, maar dat was hen niet gelukt. Toen de bendeleider bij de zwarte molen in de buurt van Belle werd geflankeerd…