Een man die een grenspaal had verplaatst, moest na zijn dood komen spoken. Het spook vroeg dan de hele tijd: "Waar moet ik hem zetten? Waar moet ik hem zetten?" Op een dag gaf een dronkaard een antwoord op de vraag van het spook. Sindsdien heeft…
In Kanegem stond een boerderij die helemaal omgeven was door water. Op een dag lag er een verdronken man in het water. De boer hing een kapelletje aan een boom op de plaats waar men het lijk had gevonden. Toen de knecht een tijdje later dronken…
Op Kerkedries tussen Nerem en Sluizen kwam een pater met een gebedenboek spoken. Op een nacht sprak het spook tot een dronken voorbijganger: "De dag voor u en de nacht voor mij."
Een man ging op een zondagavond bij de pomp in de Bosstraat water halen omdat zijn vrouw ziek was. Een man die terugkwam van Halle, en die misschien dronken was, liep met een rammelende waterkruik naar huis. De andere man hoorde dat gerammel en…
Bij het waterkasteel in Loppem spookte het. Men vertelde dat voorbijgangers er in de gracht werden getrokken. In werkelijkheid konden het natuurlijk ook dronkaards zijn geweest, die in het water vielen.
Omdat Toon van Es een dronkaard was, had hij zijn vrouw veel verdriet bezorgd. Drie maanden nadat zijn vrouw was gestorven, hield Toon plotseling op met drinken. Toon had namelijk de geest van zijn vrouw gezien, die hem smeekte om goed voor de…
Een man die vaak dronken was, beweerde dat hij op een kruispunt met de 'brabassons' (vrijmetselaars) had gedanst. Opeens waren de vrijmetselaars verdwenen en werd het weer donker.
Wanneer de vrijmetselaars door de lucht vlogen, hoorde men vaak…
Een man die een grenspaal had verplaatst, kwam na zijn dood spoken met de woorden: "Waar moet ik hem laten?" Op een dag antwoordde een dronkaard: "Leg hem waar je hem gehaald hebt". Het spook antwoordde: "God zij gezegend" en verdween daarna.
Toen Gret dronken door het broek van Balen liep, kwam hij dwaaslichtjes tegen. Omdat de man overrompeld werd door de dwaaslichtjes, moest hij op de grond blijven liggen tot het weer licht werd.
Op het kerkhof verscheen elke nacht een geest die alleen een hemd droeg. In het café naast het kerkhof zaten enkele dronkaards. Eén van hen had voor een vat bier gewed dat hij het hemd van het spook durfde gaan uittrekken. Nadat de dronkaard dat…
Een man die voorbij een huis in Sint-Gangelhof kwam, liep weg toen hij een koe met bloedrode ogen zag. Toen de man later op de dag met enkele anderen terugkwam, lag op die plaats een vrouw halfdood op de grond. De echtgenoot van de vrouw was een…
Een dronkaard ging iedere avond voorbij het kerkhof terwijl hij zei: "Goedenavond, Schèèsje!" Op een avond ging de vrouw van de dronkaard stiekem op het kerkhof zitten. Toen haar man daar voorbij kwam en zei: "Goedenavond, Schèèsje!", antwoordde de…
Op een veldweg in Berbroek verscheen een spook dat vroeg: "Waar moet ik mijn grenspaal zetten?" Toen een dronkaard antwoordde: "Zet hem waar je hem gehaald hebt", verscheen het spook niet meer.
Een dronkaard met krullend haar kwam op straat een redemptorist met een kaalgeschoren hoofd tegen en zei spottend: "Wat kom jij hier doen met je kletskop!" Toen de dronkaard de volgende ochtend wakker werd, lag zijn hoofdkussen vol haar en was hij…
Een dronkaard die 's avonds op café was geweest, kwam pas de volgende dag rond de middag thuis. De waternekker had hem doen verdwalen. Een tijdje later maakte de man nog eens hetzelfde mee.
Een stalkaars was een uitgeholde biet waarin men een kaars had gezet. Naast de kaars zette men enkele stukjes van een oude spiegel om de kaarsvlam te weerkaatsen. Zulke farçeurstrucs haalde men uit om dronkaards de stuipen op het lijf te jagen.
Jef van T. kwam na zijn dood spoken omdat hij dat had beloofd aan zijn vriend, die een dronkaard was. Toen zijn vriend de geest zag, heeft hij nooit nog een glas alcohol aangeraakt.
Bij het kapelletje van Bredene zat altijd een vrouwtje te bidden. Vaak kreeg het vrouwtje van de vissers die daar kwamen enkele centen. Op een middag kwam er een dronkaard naar het kapelletje, die sprak: "Wat doe jij hier nu? Waarom zit je te bidden…
Een man kwam terug van het café van Louis V.S. Onderweg zag de man tot zijn grote schrik de duivel uit de haag springen. Lijkbleek kwam de man thuis. Die nacht droomde hij over heksen. De droom maakte de man zo onrustig dat hij lag te woelen in…
Bij een wilg hoorde men 's nachts altijd roepen: "Ik zet hem hier. Ik zet hem daar. Waar zou ik hem zetten?" Op een dag riep een dronkaard: "Zet hem verdomme waar je hem gevonden hebt!" Sindsdien heeft men het spook nooit meer gehoord.