Bij een rijke boer in Tiegem werkte een Duitse schaper die iedere zaterdagavond op een vliegend paard naar Duitsland vloog met zijn vuile was. Op maandagochtend was de schaapherder terug.
Bij een boer werkte een Duitse Schaper als knecht. Als de knecht 's nachts op de grond stampte, dan verscheen er een paardje. De knecht ging op het paard zitten en zei: "Over alles en door alles". Vervolgens vloog de knecht op het paard naar…
Stallichten waren de zielen van ongedoopte kinderen die kwamen vragen om iets te doen. Wanneer men naar een stallicht durfde te wijzen, kwam het op de top van je vinger zitten.
Op een boerderij in Krombeke stelde men vast dat er op iedere koe in de stal een kat zat. Men sloeg naar de katten, maar ze gingen altijd terug naar de koeien. 's Avonds lagen alle koeien dood en waren de katten verdwenen.
Jan H. was met drie houthakkers in het bos aan het werk. Toen het Jans beurt was om voor het eten te zorgen, besloot hij pannenkoeken te bakken. Opeens hoorde Jan een stem die riep: "Ik val", waarop Jan antwoordde: "Val maar, maar niet in mijn…
Vroeger gebeurde het vaak dat iemand een belofte had gemaakt of iets van iemand had geleend, en dat die persoon daarna onverwachts stierf. De dode kon dan geen rust vinden vooraleer de belofte was nagekomen of het geleende was teruggegeven.
Een man uit Helchteren riep de hele tijd: "Waar moet ik ermee blijven? Waar moet ik ermee blijven?" Een voorbijganger antwoordde: "Leg hem waar je hem gehaald hebt". Mensen die een zonde hadden begaan, moesten na hun dood terugkomen.
Op het kasteeldomein van Bovelingen reed 's nachts vaak een geestenkoets rond, die door paarden werd getrokken. Op een dag vroeg een voorbijganger aan de koets: "Waarom kom je hier altijd? Wat wil je hebben?", waarop een stem antwoordde: "De dag…
Op het kerkhof van Kester of Leerbeek zat een geest, zo vertelden de mensen. De dronkaards die altijd tot een gat in de nacht zaten te kaarten, schrokken zich haast dood toen ze de spookverhalen hoorden. De pastoor ontdekte dat het ‘spook’ een uil…
Vroeger was het gebruikelijk om bij een dode te waken. Enkele mensen vroegen een dappere schoenmaker om bij een dode te waken, omdat ze de man een poets wilden bakken. Toen de schoenmaker bij de doodskist zat, verveelde hij zich en besloot een paar…
In Beegd (?) hoorde men 's avonds bij de Maas altijd roepen: "Haal over! Haal over!" Een man was daar verdronken toen dichterbij kwam omdat hij meende het lichtje van de veerboot gezien te hebben.
Een dappere vrouw die in Kesselt als meid werkte, liet zich uitdagen om omstreeks middernacht een kruis op de kerkdeur te gaan tekenen. Toen het meisje die nacht het kruis had getekend en zich omdraaide, stond er een spook met een wit kleed voor…
Een man die van deur tot deur ging om paraplu's te herstellen, bleef ergens in een schuur overnachten. 's Nachts hoorde de man een lawaai van jewelste. Het waren Tempeliers die hun geld kwamen tellen.
Een schaapherder die 's avonds terugkwam van het café, zag een koets met twee witte paarden aangereden komen. Men wilde het hek openen, maar de koets vloog er moeiteloos over. Die koets moet de hellewagen zijn geweest. Vroeger maakte men de kinderen…
Toen de rovers van Bakelandt ergens een inbraak wilden plegen, kregen ze zoveel tegenstand dat ze verplicht waren terug te keren om versterking te halen. Later hebben ze dan toch hun slag kunnen slaan.
Sommige mensen beweerden dat ze met de doden konden spreken. Bij een vrouw op de Malheide stonden veel heiligen tegen de muur. Door te bidden konden die mensen communiceren met de overledenen.
Wanneer een man 's avonds terugkwam van het kasteel, ging hij altijd tegen de muur van het kerkhof van Meise plassen. De vrouw die in het huis tegenover het kerkhof woonde, sprak tot haar kinderen: "Dat moet nu toch eindelijk eens ophouden. …
Jan zonder Vrees zag 's nachts op het kerkhof altijd twee doden uit hun graf opstaan om met elkaar te vechten. Onbevreesd schoot Jan de spoken dood, zodat ze weer in hun graf gingen liggen.
Een boer die de grenspaal van zijn land had verplaatst, kwam na zijn dood spoken met de woorden: "Waar moet ik hem laten? Waar moet ik hem laten?" Op een dag antwoordde een dronkaard: "Waar je hem gehaald hebt!" Sindsdien heeft men het spook nooit…
Bij de zusters in Lanklaar vlogen om middernacht alle deuren open, hoewel er geen wind was. Nadat de zusters een mis hadden laten doen voor de dode die de deuren deed openvliegen, spookte het er niet meer.