Een man kwam eens stomdronken uit de kroeg. Hij liep te vloeken en te zweren en beweerde voor de duivel niet bang te zijn. Toen kwam er een klein hondje bij hem, die trok hem zo de sloot in. Daar vochten de man en het hondje. Helemaal blauw en onder…
Een jong stelletje liep eens samen op. De jongeman zei tegen zijn meisje dat ze niet moest schrikken als hij opeens even weg zou zijn. Even later werd hij opeens opgetild en zag het meisje hem aan de andere kant van de sloot lopen. De verkering is…
Een man sloeg eens de vliegen op zijn kaas dood, zeven in een klap. Hij schreef op een papiertje: 'zeven in een klap' en speldde dat op zijn hoed. Zo ging hij op pad. Hij kwam bij een man die hem vroeg een reus in het bos te verslaan. Er was een…
Skerne Wibe woonde op de hoek van de Ingelumerdijk. Hij woonde in een versterkte plaats, 'Loopgraven' genaamd. Hij was een groot rover, die de hele omgeving onveilig maakte. Hij had de gewoonte om de hoefijzers omgekeerd onder de poten van de paarden…
Een spotter pocht niet bang te zijn zich op een bepaalde spookplaats te begeven. Op de spookplaats treft hij een kerel. De kerel grijpt hem en gooit hem tot drie keer toe in de sloot. De spotter vermoedt dat de duivel hem gegrepen heeft.
Een man die uit de kroeg komt wordt hinderlijk gevolgd door een kat. De man noemt het beest 'duivel' en roept geïrriteerd met het dier 'af te zullen rekenen'. Prompt wordt de spotter door de kat over de sloot gesmeten. De kat was de duivel zelf.
Een vrouw en haar neefje zien een lijkstoet naderen. Kort daarop worden ze beiden in de sloot geslingerd. Het is een voorgezicht: later sterft er een meisje.
Op een spookplaats gebeuren veel spookachtige dingen. Een klein meisje schrikt vreselijk van een dik, zwart ding in de sloot. Een man staat plotseling oog in oog met een grote kerel en een klein vrouwtje.
Een man liep op een avond eens buiten, toen er een ander naast hem kwam lopen. De vreemde man zei niets. Toen opeens werd de man opgetild en over de bomen in de sloot gegooid.
De vader van een ziek kind ging eens naar Wopke, de duivelbanner. Op de terugweg ging hij door een weiland heen. Alle beesten kwamen hem achterna, en hij kwam in de sloot terecht. Thuisgekomen nam het kind wat van het drankje dat Wopke had…
Een haas wilde eens een wedstrijd hardlopen houden tegen een stekelvarken. Het stekelvarken sprak met zijn vrouw af dat deze aan het eind zou wachten. Als de haas er dan aan zou komen, zou ze zeggen dat ze er al was. Zo gebeurde het.
Twee broers waren vreselijke vloekers. Op een avond kwamen ze eens samen uit de kroeg en gingen elk een andere kant uit. Een van hen werd onderweg door de duivel een paar keer in de sloot gegooid.