Een paar mensen hoorden eens een stem uit de bevroren vaart zeggen: "De tijd is er, de man is er nog niet!" De volgende ochtend reed er iemand in een wak en verdronk.
Twee mannen hadden eens wat gedronken in de kroeg en waren onderweg naar huis. Op het meer lag maar een dun laagje ijs, er kon nog geen vogel over. Toch liepen de mannen opeens aan de andere kant van het water.
Twee mannen waren eens met de wagen onderweg, toen ze achtervolgd werden door een plaagbeest. Ze schopten het dier de sloot in, maar niet veel later liep het alweer naast hun. Opnieuw schopten ze het de sloot in, en daarna hebben ze hem niet meer…
Een kooltje vuur, een boon en een stro waren eens samen onderweg. Ze kwamen bij een sloot en besloten het strootje als brug te gebruiken. De boon kwam zo over het strootje aan de andere kant. Maar toen het kooltje vuur op de helft was, brandde het…
Bij een man werd vaak op de ramen geklopt. Hij moest er dan op uit om lijkstoeten te zien. Op een keer zei hij tegen de ander op een wagen dat hij het paard aan de kant moest leiden omdat er een lijkstoet aan kwam. Maar de ander zag niets en…
Een man viel na het werk eens in slaap bij een slootje. Toen hij wakker werd, zaten er zes dikke katten vlak bij hem. Een ervan was groter en dikker dan de anderen, dat was de hoofdheks.
Twee mannen waren op een nacht onderweg, toen ze achtervolgd werden door een grote, zwarte hond. Ze schopten hem een paar keer in het water. De derde keer dat dit gebeurde, sloegen de paarden voor de wagen op hol.
Bij een boer lagen altijd twee Sint-Bernardhonden op het erf aan weerszijden van het bruggetje. Toen de boer er al lang niet meer woonde en de dieren al lang dood waren, zagen de mensen nog steeds die twee honden liggen.
Een ruige kerel was erg aan de drank. Op een keer had hij in de kroeg vreselijk zitten vloeken. Onderweg naar huis toe is hij toen drie keer over de sloot heen gesmeten.
Een man die veel vloekt, hoort 's nachts dat hij wordt achtervolgd door een kar of een wagen. Hij slaat op de vlucht en wordt achtereenvolgens over een sloot, over prikkeldraad en over een hek gesmeten. Dat was de duivel die hem had thuisgebracht.…
Twee poepen dachten eens een kaas in het water te zien, maar in werkelijkheid was het de weerspiegeling van de maan. De een hield de ander vast, maar juist op het moment dat deze de kaas wilde grijpen, spoog de ander even in zijn handen. Beiden…
Een postbode met veel geld op zak voelt zich bedreigd omdat hij iemand ziet naderen. Omdat hij vermoedt dat diegene het op zijn geld voorzien heeft, duikt hij gauw een drooggevallen sloot in. Hij beseft niet dat de andere precies hetzelfde doet omdat…
Een sterke man, even sterk als Sterke Hearke, gaat met kameraden een weddenschap aan of hij of zijn paard het sterkst is. Bij een touwtrekwedstrijd trekt de krachtpatser zijn paard de sloot in. De sterke man is later blind geworden, net als…
Twee domme hannekemaaiers – ook 'Poepen' geheten – zien de weerspiegeling van de maan in een sloot aan voor een kaas en proberen het ding vergeefs te grijpen.
Op een spookplaats kuieren altijd twee witte wieven rond. Op dezelfde plaats is ook eens een begrafenisstoet vastgelopen: de wagen raakte met kist en al in de sloot.
Een verschrikkelijk sterke man gooit moeiteloos een kerel over een wijde sloot. Ook de drie broers van de krachtpatser zijn met enorme lichaamskracht begiftigd.