In de middeleeuwen wordt tijdens een storm een lichtverschijnsel gezien, dat door menigeen werd waargenomen als een draak. De verschijning van de draak was een vooraankondiging van een stormvloed in Friesland die voor overstromingen zorgde.
Een sterke man, Jan de Beer, ruilt zijn bezittingen voor een ijzeren handboom en gaat ermee op pad. Onderweg komt hij twee andere sterke mannen tegen: een man die een molensteen draagt en een man die een molenas draagt. Gedrieën gaan ze op zoek naar…
Pasgeboren kind huilt als heks pop met zweep slaat; gedachte dat heks pasgeborenen wegneemt en verbrandt; vastzetten van paarden die verder kunnen als ze hinniken.
Na preek over de dood meten personen hun toekomstige graf op en sterven kort daarop. Jongeren die beugelen onder de preek zien vuur uit beugelballen komen en zien dat als teken om op te houden en naar de preek te gaan.
Op een boerderij in Houtkerke kon men geen boter meer maken. Bovendien huilde het kindje van de boer en de boerin de hele tijd. Toen de boer en de boerin op een dag weg waren, zat er een vrouw bij de open haard in de boerderij. De knecht stookte het…
In Wenduine stond een boerderij waar het spookte. 's Avonds was die boerderij omringd door een cirkel van vuur. In de buurt van die boerderij zag men ook soms wilde biggen of een waterduivel met een ketting.
Jan W. zat bij vrienden te praten, toen er plots een kat binnenkwam. De mannen wilden de kat in de pot met kokend water gooien, die boven het vuur hing. Op dat ogenblik kwamen er steeds meer en meer katten bij.
Een man had in een boom een halsband verborgen, waarmee hij zichzelf kon veranderen in een weerwolf. Toen iemand een vuurtje met mutsaarden maakte om de halsband te verbranden, stond de man ogenblikkelijk bij de oven om zijn band te redden.
Bij het huis van een echtpaar kwam altijd een vrouw water uit de put halen. Na verloop van tijd begon het kind van dat echtpaar omgekeerd te groeien: de achterkant van het hoofd groeide naar de hielen toe. De vader van het kind dwong de heks om het…
Weerwolven bezaten een toverboekje dat ze niet meer konden kwijtraken, zelfs niet door het in de oven te gooien. Een man die met zijn vriendin een wandeling maakte, zei plots: "Ik moet even weg. Mocht er iets op je af komen, gooi dan je zakdoek…
Wanneer men veel werk had, moest men een pijp en een pakje tabak klaarleggen. De avermannetjes kwamen dan met honderden werken. Als ze het koud hadden, stookten ze een vuurtje in het koren zonder dat er iets in brand vloog.