Een pater had enkele ijzeren kruisjes in de handen van een vrouw gelegd. De vrouw nam de kruisjes met een tang uit haar hand, waarop de kruisjes vanzelf terug in haar hand sprongen. Die vrouw moet een heks zijn geweest.
Een jongen uit Nieuwerkerken ging in Melveren kaarten tot middernacht of tot half één. Telkens wanneer de jongen buiten het dorp kwam, werd hij besprongen door een hond die zich liet dragen tot in Nieuwerkerken. Als de jongen op zijn weg naar huis…
De Tempeliers hadden een onderaardse gang gegraven van in Oostende tot aan de kerk van Nieuwpoort. Tussen Leffinge en Stene stonden twee gouden beelden in de gang. De muren waren vier stenen dik, zodat er geen water naar binnen kon sijpelen. De…
Op een boerderij werden de koeien uit de stal iedere avond losgemaakt. Men probeerde de dieren weer vast te binden, maar dat lukte niet. De konijnen liepen tegen de ijzeren afspanning omhoog, de hennen dansten op het erf en de paarden wilden niet…
De bokkenrijders waren rovers die 's nachts bij de mensen gingen stelen. Vaak werden de mensen dan geslagen tot ze hun geld afgaven. Zowel in België als in Nederland waren er bokkenrijders. Om hun huizen tegen inbraak te beveiligen, plaatsten de…
Door de wind was op het kerkhof één van de ijzeren grafkronen rond de kruisen weggevlogen. Een voorbijganger die de kroon tegen zijn arm had gekregen, vertelde aan de mensen dat er een spook op het kerkhof zat.
In zijn huis in de Kleine Kaaistraat in Nieuwpoort liet een zeilmaker een put graven. Net vóór de middag stootten de werkmannen met hun spade op iets hards. De zeilmaker vermoedde dat het om een schat ging en stuurde de werklieden snel weg om te…
Achter de weg naar Varsenare was een onderaardse gang met ijzeren poorten die naar Brugge leidde. Die gang werd vroeger als vluchtweg gebruikt tijdens oorlogen.
In de buurt van Pepingen woonde vroeger een Ijzeren Jan. Dat was een man die over een uitzonderlijke fysieke kracht beschikte. Van heinde en ver kwamen de mensen naar die Ijzeren Jan kijken. Toen een man aan een boer op het veld vroeg waar Ijzeren…
Een jongen had op de kermis een klein diertje gekocht, dat leek op een Onze-Lieveheersbeestje. Dat diertje zat in een ijzeren doosje met een kapje erover.
Een jongen zat zoals steeds in zijn boeken te lezen terwijl zijn broers naar de kermis waren. Opeens stak er een hevige wind op, die het huis haast deed wegvliegen. Toen er ook nog gloeiende ijzers uit de schoorsteen vielen, liet de moeder de deken…
Henri uit Opitter werd bijna elke avond in zijn bed door de maar bereden. Nadat de man op aanraden van een bedelaar een ijzeren vijl onder zijn kussen had gelegd, werd hij niet meer door de maar geplaagd.
Mensen die beweerden dat ze door de maar…
In de catecheseles was een jongen die ratten en muizen kon toveren. Tot pastoor B. sprak de jongen: "Die grote ijzeren poort kan ik doen opengaan door mijn pet er tegenaan te gooien". De jongen kon het drie keer, maar daarna lukte het niet meer.
In Bellegem was een herberg die 'de ijzeren hand' heette. Ooit zou iemand uit die herberg naar een doodkeers hebben gewezen. Vervolgens had de doodkeers een onuitwisbare handafdruk in de deur achtergelaten.
Hoefijzer laten verroesten in weiton, de wei met ijzer is goed voor bloedvorming bij kalveren; aftreksel van brandnetels tegen infectieziekten bij vee.
van dinsdag 29 mei 1962 t/m donderdag 07 juni 1962
Dagen voor zijn dood heeft hij nog de knoppen van de stoelen afgedraaid. Hij kwam ook een keer bij een boer een praatje maken en daar hadden ze een ketel staan met veevoer. En van het hanghaal heeft hij zo de ijzeren knop dichtgedrukt.
van woensdag 01 september 1976 t/m dinsdag 30 november 1976
De kabouters hadden wijde broeken aan. Ze brachten alles wat ze leenden terug. De kromme spijkers sloegen ze vlak. Paarden beslaan in de winter. Kabouters hebben bij de boeren geleerd gewoon te eten. Met blote voeten deeg trappen in de trog. Een…