Kleermakersknecht Tijl Uilenspiegel moet van zijn baas een stel mouwen in een jas 'smijten'. Tijl gaat vervolgens druk aan de slag met het gooien van de mouwen, maar het lukt hem niet de mouwen in de jas te krijgen.
Een boerenknecht gaat er 's nachts nogal eens uit om pap te eten in de kelder. Als hij ook eens wat pap voor een andere knecht meeneemt, vergist hij zich in het bed en belandt hij in de kamer van de boer en boerin. Hij ziet de blote billen van de…
Een timmerman die wat grof in de mond is wordt als hij onderweg is naar huis ingehaald. De timmerman groet de passant, maar de groet blijft onbeantwoord. Als de timmerman hier ruw zijn afkeuring over uitspreekt, wordt hij onder veel lawaai gegrepen…
Om het vuur te matigen worden koude turven op het vuur gegooid. Pas als een hond vanwege de hitte achteruit gaat wordt begrepen dat dat de oplossing is.
Een dominee schudt zijn slapende gemeente wakker door hard een steen op de grond te smijten, roepend: 'Wie nu nog slaapt, zal altijd in het duister zitten'.
Een dominee ruilt zijn vloekende papegaai voor de papegaai van de slager. Als de slager zich op een keer in de vinger snijdt, begint de vogel vreselijk te vloeken. De slager wordt zo boos dat hij het dier een klap geeft. Als de papegaai begint te…
Helmdragers; jankende hond, zien van zwevende lichtjes en brandend huis zijn voorteken van sterfgeval; spotten met duivel; vastzetten door duivel, manier om los te raken.
Een reiziger mag van een fabrikant naar Parijs toe voor zaken. De vrouw van de reiziger vraagt haar echtgenoot een souvenir mee te brengen en geeft hem vijfentwintig gulden mee. Die vijfentwintig gulden gebruikt de reiziger echter om een prostituée…
Een onverschillige, goddeloze zondaar pocht de duivel als kameraad te willen hebben. Prompt wordt hij door de duivel gegrepen en neergesmeten. De zondaar is van schrik bekeerd.