Een kleermaker of schoenmaker werd geholpen door de alvermannetjes die 's nachts zijn werk kwamen doen.
Wie de was niet gedaan kreeg, moest wat rijstpap buiten zetten voor de alvermannetjes.
Om te voorkomen dat kinderen in een put vielen,…
In Nieuwpoort woonde een toverheks met de naam Jeanne Panne. Over die vrouw vertelde men dat ze de kinderen en de mensen behekste. Ooit zou men gezien hebben hoe die vrouw aan een wollen draad tot in de hemel werd getrokken.
In het kasteel van Dessener spookte het verschrikkelijk. 's Nachts vlogen de deuren en de ramen vanzelf open en dicht. De dieren werden wild en trokken hun kettingen stuk.
Na een tijdje werd alles weer normaal in het kasteel.
Een man die met een kar een en os hooi ging halen, ging onderweg op bezoek bij een vrouw die zei: "Maar jongen, jij zal niet meer thuis geraken". De os wilde de kar inderdaad niet meer trekken, zodat de man de os achter de kar moest spannen en alles…
Op een zomerdag ging een jongen van dertien of veertien jaar zwemmen in de Maas. Opeens hoorde men een schreeuw, waarna de jongen onder water verdween. De vader van de jongen geloofde dat zijn zoon door een soort watergeest naar de bodem was…
Een verliefd paar kwam op een avond naar huis. Toen het tweetal bij een put kwam, zag het meisje tot haar grote ontzetting dat haar vriend in die put werd gegooid. Doodsbang maakte het meisje een kruisteken. Het volgende ogenblik stond haar vriend…
Een man wiens paard de vracht niet meer kon trekken, sprak tot de heks van de Loêise Berg: "Men gelooft dat jij een heks bent; zorg jij eens dat dit paard weer verder kan". Het volgende ogenblik kon het paard de vracht weer trekken.
Een moeder drukte haar kinderen op het hart dat ze niet te dicht bij de aalput mochten komen. In de put leefde immers een gevaarlijke duivel met lange armen.
Een man die niet naar de missie wilde gaan, kreeg van de paters te horen dat er iets ergs met hem zou gebeuren als hij niet naar de missie ging. De volgende ochtend lag de man dood in zijn bed. De paarden die zijn doodskist naar de kerk moesten…
Een moeder drukte haar kinderen altijd op het hart niet te dicht bij het water te komen. Anders zou Kalle met de haak hen misschien in het water trekken. Een familielid was ooit op die manier in de Leie beland.
Een vrouw uit de Peperstraat in Heule waarschuwde de mensen altijd voor Kalle met de haak. Kalle zat in de steenputten en probeerde de mensen naar beneden te trekken.
In Tiewinkel, een gehucht van Lummen, stond een boom. Wanneer men aan de takken van die boom trok, riep hij: "oei, oei, oei, verlos mijn ziel!" Het was een teruggekeerde dode.
Een moeder drukte haar kinderen altijd op het hart dat ze niet te ver over de rand van de waterput mochten leunen. In de put zat namelijk een zwarte duivel die kleine kinderen met een lange haak naar beneden trok.
Op de weg naar Adinkerke was een vaart met een bruggetje. Men noemde die plaats ' het Langenèès'. Enkele mensen werden door de waternekker met een ketting door het Langenèès gesleurd.
Een man reed met paard en kar langs Paal naar Schoten. Bij Clet G. reed de man de beek in. Met vijftien mensen probeerde men om het gespan uit de beek te trekken, maar het wilde niet lukken. Toen men Clet G. ging roepen, kon men de kar moeiteloos…
In de Rikboswei zag men altijd een man wiens ploeg werd voortgetrokken door twee gloeiende paarden. Wanneer men 's ochtends ging kijken, was er niets vreemds te zien.
Een dronkaard die langs een beek met bramenstruiken liep, viel in het water. Later vertelde men dat de dronkaard door de waterduivel in de beek was getrokken.
Dwaallichtjes waren de zieltjes van kinderen die ongedoopt waren gestorven. Omdat de lichtjes gedoopt wilden worden, trokken ze de mensen in het water.
Op een dag slaagde men er niet in met enkele paarden een kar voort te trekken. Daarop spraken de mannen: "We zullen de duivel voor de kar spannen". Het volgende ogenblik verscheen de duivel in de gedaante van een paard. Toen de kar verplaatst was,…
Een voerman reed met een zware vracht van Brugge naar Aartrijke. Op een helling waar een oud vrouwtje woonde, konden de paarden plots niet meer voort. De voerman was er heilig van overtuigd dat dat vrouwtje de dieren had betoverd.
Een vrouw die in het Waterbroeck de koeien aan het hoeden was, ontdekte toevallig een kluwen blauw garen. De vrouw bleef aan de draad trekken tot die brak. Op dat ogenblik hoorde ze een klok vallen. Met Allerheiligen luidde die klok altijd om…
Een dronkaard die altijd langs het kerkhof naar huis wandelde, werd het slachtoffer van een buurvrouw. De vrouw die tegenover het kerkhof woonde, had zich op het kerkhof verstopt en trok de voorbijwandelende dronkaard aan zijn haar.
Om te voorkomen dat de kinderen in een put zouden vallen, zeiden de mensen: "Pas op, want in de put zit een alvermannetje dat je met een haak naar beneden trekt!"