Een boer wiens hennen waren gestolen, ging naar een oude vrouw die hij verdacht van de diefstal en riep: "Jij hebt mijn hennen gepakt!" De vrouw ontkende en zei: "Vandaag kan je de pluimen van je hennen nog zien, maar over een jaar zal je dat niet…
Als de mensen ongeluk hadden, staken ze vaak de schuld op een vrouw uit de buurt, die van toverij werd verdacht. Vaak liet men dan de paters komen om de dieren te overlezen.
Een boer werd door de zoon van zijn buurman beschuldigd van diefstal. Het vlas van de buurman lag immers op het veld van de boer. De buurman kwam echter al spoedig tussenbeide om de boer om vergiffenis te vragen. De varende vrouw had het vlas immers…
In Rillaar woonde een vrouw over wie men vertelde dat ze een heks was. Die vrouw kreeg vaak bezoek van kindjes die bij haar een snoepje kwamen kopen. Nooit heeft de vrouw één van die kindjes kwaad gedaan. Het was haar buurvrouw die gemene praatjes…
In 1871 is in Dadizele een boerderij afgebrand. Men heeft altijd gedacht dat de werkman van de boerderij het vuur had aangestoken. In werkelijkheid was de meid echter de schuldige. Op haar sterfbed heeft ze het bekend omdat ze anders niet kon…
Pastoor K. had tijdens zijn preek gezegd dat tussen 't Boshuis en 't Hof tweeënvijftig heksen woonden. Toen de dochters van J.F. uit Westerlo naar Scherpenheuvel wilden gaan, slaagden ze er merkwaardig genoeg niet in een licht aan te steken. De…
Vroeger geloofden de mensen dat ze veilig waren voor toverij als ze bij een ontmoeting met een verdachte persoon onmiddellijk riepen: "Jij bent een tovenaar! "of "Jij bent een toveres!"
Een vrouw die ervan werd verdacht een toveres te zijn, vond op straat een raap en ging die naar een koeienstal in de buurt brengen. Die avond kreeg één van de koeien de koeziekte. Het vrouwtje werd door de mensen als de schuldige beschouwd, hoewel ze…
Toen Pollet op het schavot stond, zei hij dat zijn misdaden de schuld waren van zijn vader, die hem nooit had gestraft wanneer hij iets gestolen had. Zijn broer August heeft zich bekeerd, maar Abel zelf niet.
Over de terechtstelling van de bende van…
De mannen uit Lauw konden niet verdragen dat hun vrouwen verliefd werden op een knappe jongen uit het dorp. Daarom hebben de mannen die jongen beschuldigd van hekserij. Men beweerde dat de jongen de varkens kon laten sterven, de oogst kon doen…
Een bakker had de onderpastoor ervan beschuldigd dat hij zijn religieuze taak niet ter harte nam. De onderpastoor werd door de bisschop geschorst. Daarna verwenste de onderpastoor de familie van de bakker en zei dat ze allemaal tenonder zouden…
Een soldaat logeerde bij mensen in Ruisbroek die een kind hadden, dat altijd ziek was een treurde. De dokters konden het kind niet helpen. De soldaat vroeg aan de mensen: “Is er niemand van de buren die een beetje vreemd doet?” Toen de mensen…
Drie broers die al hun geld hadden uitgegeven, kwamen op een avond een heer te paard tegen, die vroeg waarom ze zo bedroefd keken. Daarop antwoordden de broers: "We hebben geen geld meer en we willen onze ziel aan de duivel verkopen. Daarop…
Een vrouw wiens kind een kwaal aan het been had, kreeg van een waarzegger te horen dat een heks verantwoordelijk was voor het onheil. Als de heks nog eens zou binnenkomen, moest men vuur op haar gooien. De echtgenoot van de heks kwam echter net…
Vroeger hoorde men vaak over kinderen die betoverd waren omdat er toen veel armoede was, waardoor men niet veel eten had en gauw ziek werd. Oude vrouwen werden er vaak van verdacht de kinderen een 'opgespannen hart' te hebben gegeven.
Een man die een muilezel bezat en muntbollen verkocht op de kermis, was getrouwd met een vrouw die van toverij werd verdacht. Op een dag had de man namelijk aan iemand een pakje snoepjes gegeven met de woorden: "Hier, dat is voor jou, maar zorg dat…
Op zekere dag was in een dorp een moord gepleegd door een boer uit de streek. Toen de politieagenten de boer onderweg tegenkwamen, vroegen ze hem of hij iets wist over de moord. Daarop antwoordde de boer: "Ik kom van Kanegem en ik weet van niets".…
Vóór de eerste wereldoorlog woonde in Dikkebus een oude vrouw die nooit buitenkwam. Ze woonde in een klein huisje dat omringd was met bossen. Iedereen was bang voor die vrouw. Als men ergens ongeluk had met de dieren, gaf men haar altijd de schuld.
Wanneer het kermis was, werd er altijd een processie gehouden. De pastoor van de Sint-Antoniuskerk kon niet wachten tot de missen gedaan waren om te eten. De geestelijke had in de sacristie een stuk ham boven het vuur gehangen, zodat hij tussendoor…