In Zuidschote stond een boerderij waar vreemde dingen gebeurden. 's Nachts werden de koeien met hun staart aan de balken van de zoldering gebonden en de paarden liepen in de weide rond. Overdag was er nochtans niets vreemds te zien. Omdat de mensen…
Een man die terugkwam van Esen, zag in een grote weide zeven hazen en zeven hazewinden lopen. Toen de man het Sint-Jansevangelie begon te bidden, waren de dieren plots verdwenen.
Een boer die met zijn paarden naar de weide ging, zag 's avonds een zwarte kat tussen zijn benen lopen. Toen de man bij de pastorij kwam, was het dier plots verdwenen.
Een knecht van een varkenshoeder in Wintershoven werd uitgedaagd om de mestvork te gaan halen in de weide. Hoewel men vertelde dat het in die weide spookte, was de knecht niet bang. De baas was echter verkleed in een wit laken naar de weide…
Een kleermaker die een maatpak moest wegbrengen, ging door een weide. De arme man vond de uitgang van de weide echter niet meer. Uiteindelijk heeft de heks de kleermaker geholpen.
Stalkaarsen zaten in de moerassen op de bomen. Vroeger vertelde men dat de stalkaarsen op Aswoensdag in de Lange Wei zaten. Naar een stalkaars mocht men niet wijzen, want anders kwam ze op je vinger zitten. Stalkaarsen waren bolletjes vuur.
Een man die 's nachts door de weiden naar huis ging, kwam bij een gracht. De man wilde over de gracht springen, maar dat lukte niet. Toen de man een kruisteken maakte, lukte het wel.
Bij een draaikruis in een weide stond een weerwolf die de mensen tegenhield. Wanneer men voorbij het draaikruis wilde geraken, moest men tegen de weerwolf vechten. Als het dier op zijn rug lag, viel het vel op de grond en kon men door.
Een meisje dat in Westouter op een boerderij werkte, moest tijdens de winter met de bus naar Brabant. Toen het meisje naar de bushalte wandelde, moest ze door een weide. In die weide raakte het meisje hopeloos verdwaald. Pas om acht uur 's avonds kon…
Dwaallichtjes bewogen op en neer boven weiden. Men vertelde dat dwaallichtjes zielen waren van overledenen die hun plicht niet hadden vervuld en die moesten terugkomen tot ze verlost waren.
Dwaallichtjes waren glimwormpjes die in de weide zaten. Een vrouw die 's avonds door de weiden naar huis kwam, raakte verdwaald door het zien van een dwaallichtje. Pas om drie uur 's nachts kon de vrouw zich weer oriënteren. Ze bevond zich op de…
Een man die terugkwam van Mellaar, dacht dat hij een man met een lantaren zag. Het was echter een dwaallichtje. Dwaallichtjes waren gele glimwormpjes die men vooral in moerassen en laaggelegen weiden zag.
Vroeger huisde Lange Jeanne in de Schelde, waar ze iedereen in het water trok. Toen er meer en meer schepen voorbijkwamen, verhuisde Lange Jeanne naar de vochtige weiden. Ieder jaar kwam ze een voetstap dichterbij. Op een dag heeft men haar gepakt…