Twee buren waakten bij het lichaam van een overledene. Ze mochten appels uit de kelder halen als ze zin kregen in iets lekkers. Om twee uur ’s nachts wilden ze wel een appel. Terwijl de ene buur de appels haalde, kroop de ander snel bij het lijk in…
Het verhaal speelt zich af in Keulen. Een overleden vrouw stond op uit haar graf en ging terug naar haar huis. Toen ze daar aanklopte en vertelde wie ze was, geloofde haar man haar niet. Hij zei dat hij hoopte dat zijn paarden (schimmels) boven uit…
In Kaster woonde een zekere Jus die had gezegd dat hij na zijn dood zou terugkomen in de gedaante van een zwijn. Om elf uur 's avonds kwamen twee vrouwen bij maanlicht terug van het veld. Bij het huis waar die bewuste man had gewoond, zagen de…
Men vertelde dat Johanna's vader met de duivel omging. Wie wilde weten hoe een overleden familielid het maakte in het hiernamaals, ging de man opzoeken. Johanna's vader zat dan aan de tafel voor zich uit te staren en zei: "Als het klopt, is het…
Een schoenmaker moest bij een dode gaan waken. Omdat de man veel werk had, vroeg hij of hij ondertussen zijn werk mocht doen. De familie stemde toe. Iemand die de schoenmaker een poets wilde bakken, was onder het laken van de dode gekropen. Toen…
Een oom had aan zijn neven en nichten veel beloofd, maar hij had dat niet kunnen geven door toedoen van zijn familie. (?) 's Nachts verscheen de oom aan zijn neven en nichten. Nadat zijn nichtje de akte had voorgelezen, kwam de oom niet meer spoken.
Vroeger zag men vaak vuurbollen door de lucht vliegen. Er waren ook grote, lange sterren, die vijf à zes keer ronddraaiden. In die sterren zaten mensen die waren gestorven.
Tijdens een zware storm was de stuurman van een schip overboord gevallen en verdronken. Toen het schip aanmeerde, stond de zoon van de overleden man op het strand te wachten. Niemand van de bemanningsleden had echter de moed de jongen te vertellen…
Een vrouwtje hoorde 's avonds wanneer ze met haar handwerk bezig was, vaak op de deur kloppen. Er kwam dan een doodshoofd binnen, die op de tafel ronddraaide.
Bij T. hoorde men op een avond gerammel op de zolder. De volgende dag hoorde T. achter een schilderij een horloge tikken. De pastoor sprak tot T.: "Dat is niet erg. Dat is een goede ziel die een mis vraagt".
Bij het kapelletje van de baron spookte het. De baron had aan zijn echtgenote beloofd dat hij de kapel zou laten herstellen. De vrouw stierf echter voordat de baron zijn belofte was nagekomen. Elke nacht kwam er een witte vrouw kaarsen branden in…
Een overleden vrouw kwam 's nachts spoken om haar man te zeggen dat hij een kapelletje moest bouwen. Nadat de man dat had gedaan, liet het spook zich niet meer zien.
In het veld liep een Waalse boer met een grenspaal in zijn handen. Het spook vroeg de hele tijd: "Où vais-je le mettre?" Op een dag antwoordde iemand: "Où vous l'avez trouvé". Sindsdien heeft men de boer niet meer gezien.
In Kotem had men een kindje dat niet kon sterven. Daarom besloot men een uitgetreden pater in Rekem op te zoeken. De geestelijke sprak tot de mensen: "Ga maar. Vooraleer jullie thuiskomen, zal het kindje dood zijn. Jullie moeten niet bang zijn…
In een klein vijvertje in Diepenbeek waren ooit twee vrouwen verdronken. Sommige mensen durfden niet in de buurt van dat vijvertje te komen omdat ze vreesden dat die dode vrouwen zouden komen spoken.