Er was vroeger een agent die langer was dan twee meter en meer dan 300 pond woog. Jumbo werd hij genoemd. Op een keer hadden twee studenten in Groningen ruzie met elkaar. Hij nam ze elk onder een arm en droeg ze zo naar het politiebureau.
Sterke Hearke was soldaat in Leeuwarden. Hij wilde graag uit dienst weg. Hij stelde voor dat hij het anker van 1200 pond, dat voor de kazerne lag, om de kazerne heen zou sjouwen en dat hij dan vrij van dienst zou krijgen. Maar het mocht niet.
Sterke Hearke is in Den Helder in dienst geweest en wilde graag vrij. Daarom vraagt hij de commandant of hij een anker van twaalfhonderd pond op de kazerne op mag tillen in ruil voor vrijstelling. Dat mag niet.
Dikke Berga is politieagent in Haulderwijk en het Groningse Pein. In de Julianabuurt staat een keer een schoorsteen in brand. Berga gaat met een emmer water op het dak staan en vraagt anderen een zandzak naar boven te tillen en met een heleboel…
Rixt is de dochter van Sterke Hearke en zij heeft een varken van driehonderd pond net zolang vastgehouden tot de slachter hem gedood heeft. Ze dient bij de boer.
Symen Wybenga vertelt aan een ploeg arbeiders dat hij een keer een vis in het fuik gevangen heeft die zwaarder is dan een varken. De vis is zo sterk dat hij de boot onder water trekt. Symen springt er snel vanaf.
In een tijd is er alleen gouden en zilveren geld en geen papiergeld en daarom vragen ze Hearke voor het geldtransport tussen banken te zorgen. De twee geldzakken moet hij te voet naar Ljouwert brengen en een zit op zijn rug en de ander op zijn…
Mijn zwager en ik rusten onderweg even op een plek uit waar vader later zijn woning zal krijgen. Op deze plek zien we een rood lichtje. Later vernemen we dat het rood licht een gordijntje is dat voor het raam hangt. Het is een voorteken geweest.
Als mijn oom longontsteking krijgt waar hij ook aan sterft, woon ik nog alleen met hem. Als hij een keer uit bed wil lukt het mij niet hem te keren en ga naar mijn buurman Gerrit Smit voor hulp. Buiten hoor ik zijn voetstappen, maar het duurt nog…
Twee mannen kregen eens met moeite een boomstronk in een kruiwagen. Ze reden ermee naar huis, en lieten het op het erf staan. Terwijl ze binnen koffie dronken, was het begonnen te regenen. In het huis was Sterke Hearke, die toen zeventig jaar was.…
Sterke Hearke en zijn broer speelden soms samen. Dan gooiden ze met een hand een steen ver weg. Anderen konden die stenen met twee handen niet eens verder dan een meter vooruit krijgen.
Sterke Hearke was in Den Helder in dienst. Hij wilde het anker van 1400 pond wel om de kazerne dragen, maar daarvoor in de plaats wilde hij dan vrij. Dat kreeg hij niet.
Een man kocht voor een rijksdaalder een big van Hendrik Pekelharing. Maar het dier groeide maar niet. Een andere man wilde de big wel overnemen, en betaalde er ook een daalder voor. Nog steeds groeide het dier niet, en de eerste koper kocht hem…
Sterke Hearke had nogal een hekel aan dienst. Er lag op de wal een anker, van wel 1200 pond. Hij vroeg aan zijn kapitein of hij vrij van dienst was, als hij dat anker op de boot bracht. Dat beloofde de kapitein. Hearke sjouwde het anker naar de boot…
Sterke Hearke was eens aan het ploegen. Een man vroeg hem of hij kon vertellen waar Sterke Hearke woonde. Hearke tilde de ploeg op en wees ermee naar het huis. "Daar woont hij," zei hij. Toen wist de man meteen dat hij Sterke Hearke was.
Een man had een zware vracht bij zich, en iemand riep hem toe dat zijn paard wel erg veel moest trekken. Toen ging de man op de wagen staan en nam zelf een baal meel op zijn nek.
Een paar mannen vroegen Grote Ynse eens te helpen bij het laden van wat bomen. Ynse legde de boomstammen alleen op de wagen. De mannen gingen daarna iets drinken in de kroeg, maar nodigden Ynse niet uit om mee te gaan. Toen heeft Ynse de bomen weer…
Een sterke smid kon wel vierhonderd pond tillen. Op een keer in de oorlog vroeg hij een boer om brandhout. De boer zei dat hij de boom van het erf wel mee mocht nemen. Dat deed de smid.
Sterke Hearke hielp eens een paar mannen boomstammen op een wagen te laden. Toen hij klaar was, gingen de mannen weg zonder Sterke Hearke te bedanken. Hij werd hierom zo boos dat hij alle boomstammen weer op de grond legde.