Een man die de weerwolf moest dragen, ging met het dier in zijn nek naar het café. Daar heeft men de weerwolf afgeranseld tot hij bloedde en men hem kon herkennen. De man was erg beschaamd en vertrok omdat men hem had ontmaskerd.
Toen Goor B. op een avond terugkwam van de smid in Schakkebroek, zag hij op de weg twee honden liggen. Het waren honden met een ketting en een bel om hun nek. Goor was zo bang dat hij langs een andere weg naar de Jodestraat liep.
Aan 't leitje in Stene was een brug waar een waterduivel zat, die de mensen in het water sleurde. De waterduivel had een ketting rond zijn nek. Op een dag werd zelfs een burgemeester door de waterduivel bij de keel gegrepen.
Twee jongens die in Martenslinde gingen werken, kwamen 's avonds aan bij hun huis in Ellich. Toen één van de jongens vloekte omdat de poort al dicht was, sprak een hond: "Hola, hier niet vloeken!" Daarop zei de andere jongen: "Stamp hem onder z'n…
De buurman van een heks was brood aan het bakken. Naast de haard liep de hele tijd een kat. Vreemd genoeg wilde het brood maar niet rijzen. Boos nam de man de gloeiende pook uit de haard en sloeg de kat ermee tegen de nek. De volgende dag was de…
Een man die samen met een vriend terugkwam van Zichem, wandelde over de Zandbaan, die Herselt, Averbode, Zichem en Diest verbond. Langs de kant van die weg stonden doornen en wild hout. Alle boeren hadden in die tijd een pioche (haak) bij zich, voor…
In een huis waar logies werden aangeboden, was een kamer waar alle mensen de nek werden gebroken. Een man die in die kamer wilde overnachten, vroeg een tafel en een spel kaarten. Er verscheen een vrouw die verloor bij het kaarten. Omdat de vrouw…
De waterduivel was een grote hond met gloeiende ogen en kettingen rond zijn nek, die vaak bij het water vertoefde en in het midden van de weg zat. De waterduivel achtervolgde de mensen vaak.
Een broer en een zus verkeerden altijd in ademnood wanneer ze ontwaakten. Op een ochtend vertelde de jongen aan zijn moeder dat er 's nachts een vrouw bij zijn bed had gestaan, die hem bij de nek vastgreep. Op zondag gebeurde hetzelfde met de zus van…
Weduwe B. was boter aan het maken, toen W. binnenkwam. De weduwe zei: "Ik hoef maar een kwartiertje te karnen en dan heb ik al boter", waarop de man antwoordde: "Dan kom ik straks nog eens kijken". Toen de man terugkwam, was de vrouw nog steeds aan…
Toen Nand B. 's avonds op zijn weg naar huis een kat tegenkwam, zei hij: "Poes, je bent nog zo laat op de moes", waarop de kat antwoordde: "Ja, Nand, als je niet zo vriendelijk had gesproken, dan had ik je de nek gebroken".
Wie duivels wilde ontmoeten, moest naar een kruispunt gaan met een zwarte hen die geen enkel wit veertje had. Als de duivel toch een wit vlekje kon ontwaren, brak hij zijn slachtoffer de nek.
Een man uit Eigenbilzen kon zijn vriendin bij de mesthoop doen verschijnen terwijl ze een ogenblik eerder nog bij de waskuip stond. Wanneer de tovenaar het veld moest bemesten, stak hij zijn mestvork in één mesthoopje en zei dan: "Nu zo allemaal". …
Waterduivels waren beesten met een ketting rond hun nek, die in een beek, put of beek zaten. De mensen waren bang voor waterduivels, omdat ze geloofden dat die beesten hen in het water konden trekken.
Een waterduivel was een kat of een hond met rammelende kettingen rond de nek. Op plaatsen waar een waterduivel zat, kon men het water zien kolken en borrelen.
Veel rovers van de bende van Bakelandt werkten als koewachter bij een boer en wisten op die manier waar het geld verborgen lag. Bij de bende waren ook enkele vrouwen. Later heeft men die vrouwen onthoofd, maar men heeft eerst het haar in hun nek…
De overgrootvader van een man uit Maaseik was een slachter die 's ochtends altijd heel vroeg opstond. Vóór hij begon met zijn werk, ging de man op de mesthoop zijn behoefte doen. Op de mesthoop had de man al vaker gevoeld hoe iets of iemand in zijn…
Een man die van Borgloon naar Buskhoven ging, werd tot aan zijn huis gevolgd door een kat. Toen de man thuis was, sprak de kat: "Als Jantje K. niet vrij had gesproken, dan had ik zijn nek gebroken". De man moet "poesje" tegen de kat hebben gezegd.
Lange Jan was een grote man met wie men niet mocht praten als men er geen gebroken nek aan over wilde houden. Een jongen kwam op een zondagavond omstreeks half negen naar huis. De jongen ging met opzet naar de bollenbaan omdat hij had gehoord dat het…
Een man die op een paal in de weide een kat zag zitten, sprak: "Poeske, poeske", waarop de kat antwoordde: "Had Janneke niet zo mooi gesproken, dan hadden we hem de nek gebroken".
Vroeger zat er in de Vermeulenstraat een weerwolf aan de dorpel van het huis waar later rechter P. is komen wonen. Die weerwolf sprong voorbijgangers in de nek en liet zich dragen. De steen waaruit de dorpel was gemaakt, had iemand gestolen bij de…