Een man die zijn vriendin ging opzoeken, kwam op de Demerbrug tussen Tuiltermolen en Stokrooie een kat tegen. Omdat de heksenkat hem bleef volgen, liep de man bang weg.
Een ridder die bij het kaartspel al zijn geld had verloren, verkocht zijn ziel aan de duivel. Toen hij te paard naar het duivelsbrugje reed, werd de duivel verjaagd door Onze Lieve Vrouw die achter op het paard zat.
Een boerin hoorde altijd geklop in de stal. Wanneer ze ging kijken, was er echter niets te zien. Op een dag zag de boerin in de schemering een vrouw met een kapmantel lopen. De vrouw kroop onder een brug waar de boerin overheen moest. Toen de boerin…
Op een brug bij een oud kasteel in Zwevegem liep een zwarte hond waar de mensen niet voorbij durfden te gaan. Die hond was de geest van een vermoorde die na zijn dood was teruggekeerd.
In Halle woonde een kaalhoofdige man naast een toveres. Telkens wanneer die man in zijn aardappelveld aan het werk was, kwam de toveres naar buiten om hem te plagen. Ze riep dan: “Kaalkop!” of “Kletskop!” Op zekere dag werd de man zo boos dat hij de…
Een boer had naar een vuurman gefloten en was daarna snel weggevlucht. Ogenblikkelijk bewoog de vuurman als een bliksemschicht langs de beek om een brug te zoeken. De volgende dag was de deur van de boerderij helemaal zwartgeblakerd.
Een boerin verkocht altijd melk die voor de helft met water was aangelengd. Toen de boerin gestorven was, moest ze komen spoken bij de Verbrande Brug in Schore. De dode boerin riep de hele tijd: "Half water, half melk, schaars gemeten!" Na een tijdje…
Een vrouw wandelde 's avonds bij maneschijn alleen naar huis omdat haar man als muzikant nog een concert moest spelen. Geërgerd dacht de vrouw bij zichzelf: "Dat de duivel dat concert maar speelt!" Toen de vrouw bij een bruggetje kwam, liep er…
Tussen de Oeterbrug en de Tongelerbrug moest Willem F. altijd de weerwolf dragen. Wanneer Fons W. Willem vergezelde, liet de weerwolf zich nooit dragen. Willem kon de weerwolf zien, maar Fons niet.
De weerwolf koos zijn slachtoffers altijd…
Harie ging 's avonds op bezoek bij zijn vriendin. Aan het hek bij de Ter Waardenbrug werd de man altijd begeleid door een witte juffrouw. Nadat de vrouw een stukje met Harie had meegelopen, verdween ze weer.
Bij de Zielebrug tussen Houtave en Zuienkerke stegen altijd luchtbellen op uit het water. Men vertelt dat daar ooit een lijk in het water zou zijn gevallen. Tijdens de eerste wereldoorlog werd de brug vernield door de Duitsers. Later heeft men er een…
Bij de brug in Guigoven spookte het. Om één uur 's nachts hoorden de dorpsbewoners altijd gerinkel van belletjes. Er kwamen dan twee geesten voorbij, die gekleed waren als pastoors, en in de richting van Vliermaal gingen.
Bij de Spekbrug dwaalde een spook rond. Het zweefde op ongeveer dertig centimeter van de grond. Het was wellicht de geest van iemand die verdronken was.
Op zijn werk in Antwerpen had Selm van iemand een toverboek gekregen. Op een avond kwam Selm samen met enkele mannen terug van de kermis. De mannen besloten nog een glas bier te gaan drinken in de Biezenhoed. Toen een paar mannen aankondigden dat…
Een jongen uit Munsterbilzen ging op zondagavond zijn vriendin in Eik opzoeken. Toen de jongen bij de Linde kwam, zag hij een kat op het bruggetje zitten. De jongen sloeg de kat van de brug en ging verder. Even later kwam de jongen bij zijn…
Op de weg van Zande naar Moere was een brug die 'de verbrande brug' werd genoemd. In een nabijgelegen weide waren cirkels in het gras. Als men daar driemaal rond liep, zou men doodvallen.
In Heppeneert woonde een ridder die al zijn geld uitgaf aan drank en aan kaartspelletjes. Toen de ridder al zijn geld was kwijtgeraakt, verkocht hij zijn ziel aan de duivel. In ruil voor zijn ziel mocht de ridder vijftien jaar lang zonder enig…
Een man uit Wielsbeke die in een steenbakkerij werkte, ging op een avond naar huis. Bij de brug zag de man een grote witte kat zitten, die naar hem toe kroop. Doodsbang vluchtte de man naar huis. De volgende kwam de man de kat echter opnieuw tegen.…
Een man ging omstreeks half negen 's avonds van Neeroeteren naar Maaseik. Op de brug van Neeroeteren hoorde de man altijd een luid gekraak, dat pas ophield wanneer de man voorbij de brug was.
Enkele mannen uit Kuringen ging 's avonds altijd kaarten aan de overzijde van het kanaal. Op een dag had één van de mannen zich in een hond veranderd. Daardoor kon een andere man op de Stokrooiebrug niet door. "Godverdomme, ga weg!" zei de man, en…
Een onderpastoor moest een zieke gaan berechten. Onderweg werd de onderpastoor geplaagd door enkele kwajongens. Toen de geestelijke over een bruggetje moest, stonden de jongens aan de kant te springen, zodat de geestelijke in het water zou vallen.…
Een man die samen met een vriend over een brug wandelde, voelde dat er iets met hem meeliep. Wanneer de man bleef stilstaan, bleef het spook ook stilstaan. Er was echter niets te zien.