Bartje Poep is aan het polsstokspringen over de sloot. Zijn stok breekt, en Bartje valt, met z’n laarzen aan, in de sloot. [Toen hij er uit ging] zaten zijn laarzen vol met paling.
Een paar spotters vierden in de kroeg eens het heilig avondmaal. Op de terugweg is een van hen door de duivel gestraft: hij werd de volgende dag dood in de sloot gevonden.
De kinderschrik op Bergambacht werd vroeger de bullebak genoemd en soms de krokodil. Ieder kind had wel zijn eigen voorstelling van de bullebak omdat je had het beest nooit had gezien.
Een man was erg sterk, maar ook lui. Hij deed eens een stuk gekregen kaas in zijn hoed en deed een dutje. Toen er een paar muggen op kwamen, sloeg hij ze in een klap dood. Op zijn hoed schreef hij toen 'zeven in een klap'. Een man zag dat en vroeg of…
Een gevangene deed alsof hij zich bekeerd had, zodat hij eerder vrijkwam. Maar toen hij vrij was, werd hij door een hondje in de sloot gegooid. Dat was de duivel.
Een paar mannen vierden eens spottend het heilig avondmaal. Op de terugweg is een van hen te pakken genomen door de duivel. Ze hebben hem de volgende dag dood in een sloot gevonden, met zijn hoofd boven water.
Bartje Poep vluchtte, baggerend door de Biesbosch, voor de veldwachter(s), omdat hij aan het stropen was. Hij baggerde door een kreekje en was veel eerder thuis. Toen hij de slootwal op klauterde voelde hij iets in zijn hand. Het was een konijn. Toen…
Inwoners van Hellevoetsluis werden Grippeschijters genoemd, omdat ze vroeger hun behoefte in de sloot moesten doen. Mensen die bij de Voornse Duinen woonden (Rockanje, Oostvoorne) werden Duinhazen of Stropers genoemd.
Een jood beweert een wonderpan te verkopen. Hij hoeft alleen maar 'Potje kook!' te roepen en de pan kookt, aldus de jood. Een domme man koopt de pan voor een grof geldbedrag en begint de opgegeven spreuk te roepen. Als er niets gebeurt, wordt de man…
Twee boerenjongens besluiten een man die niet gelooft dat het spookt op het kerkhof eens flink de stuipen op het lijf te jagen. De jongens verkleden zich als spook en gaan bovenop elkaar op een plank over de sloot staan. Als het 'slachtoffer' nadert,…
Op Bleskensgraaf werden de kinderen bang gemaakt met 'de bullebak', deze zat in de sloot. De bullebak werd voorgesteld als een hele grote snoek of als een heel groot beest.