De voorganger van de Menisten stond eens te preken op een vat met honing. Hij zakte door het vat, en de mensen likten hem af. Daardoor houden de Menisten zoveel van zweet.
Sterke Hearke en zijn broer speelden soms samen. Dan gooiden ze met een hand een steen ver weg. Anderen konden die stenen met twee handen niet eens verder dan een meter vooruit krijgen.
Sterke Hearke was eens aan het ploegen. Een man vroeg hem of hij wist waar Sterke Hearke woonde. Hearke tilde daarop de ploeg met een hand op en wees ermee naar zijn huis.
Sterke Hearke had nogal een hekel aan dienst. Er lag op de wal een anker, van wel 1200 pond. Hij vroeg aan zijn kapitein of hij vrij van dienst was, als hij dat anker op de boot bracht. Dat beloofde de kapitein. Hearke sjouwde het anker naar de boot…
Een paard kreeg een vracht hooi niet uit de schuur. Toen nam Sterke Hearke het leidsel om te trekken, en vijf anderen zouden duwen. Maar zij trokken ook, en werkten Hearke zo tegen. Toch kreeg hij het hooi uit de schuur.
Als Sterke Hearke aan het mestladen was, legde hij hele grote stukken op de wagen. Diegene die ze er weer af moesten halen, was altijd heel lang bezig. Ondertussen zat Hearke dan op het leidsel een pijpje te roken.
De zus van Sterke Hearke was ook zo sterk. Zij zette eens het aambeeld van de smid buiten op de straat. De smid kreeg het aambeeld niet meer naar binnen, zelfs niet met de hulp van de knechten. Toen heeft ze het zelf weer terug moeten brengen.
Sterke Hearke was eens aan het ploegen. Een man vroeg hem of hij kon vertellen waar Sterke Hearke woonde. Hearke tilde de ploeg op en wees ermee naar het huis. "Daar woont hij," zei hij. Toen wist de man meteen dat hij Sterke Hearke was.
Een man had een zware vracht bij zich, en iemand riep hem toe dat zijn paard wel erg veel moest trekken. Toen ging de man op de wagen staan en nam zelf een baal meel op zijn nek.
Een paar mannen vroegen Grote Ynse eens te helpen bij het laden van wat bomen. Ynse legde de boomstammen alleen op de wagen. De mannen gingen daarna iets drinken in de kroeg, maar nodigden Ynse niet uit om mee te gaan. Toen heeft Ynse de bomen weer…
Een sterke smid kon wel vierhonderd pond tillen. Op een keer in de oorlog vroeg hij een boer om brandhout. De boer zei dat hij de boom van het erf wel mee mocht nemen. Dat deed de smid.
Sterke Hearke hielp eens een paar mannen boomstammen op een wagen te laden. Toen hij klaar was, gingen de mannen weg zonder Sterke Hearke te bedanken. Hij werd hierom zo boos dat hij alle boomstammen weer op de grond legde.
Sterke Hearke was eens aan het ploegen op het land. Iemand vroeg hem waar Sterke Hearke woonde. Hearke nam de ploeg bij het staarteinde en zei: "Daar woont hij en hier staat hij."
Een man vangt een enorme snoek van twintig pond. Als hij het dier opensnijdt, haalt hij er een snoek van twaalf pond uit. In de twaalfponder blijkt een snoek van acht pond te zitten.
Sterke Ynse schiet een viertal mannen te hulp die tevergeefs zware bomen op een wagen proberen te laden. Als het viertal vervolgens de kroeg instapt zonder Ynse uit te nodigen, haalt deze verontwaardigd alle bomen weer van de wagen af.
Een zware kerel met enorme handen en voeten blijkt behalve verschrikkelijk sterk, ook een groot drinker te zijn. Hij lijkt onaangedaan door enorme hoeveelheden alcohol.
Een buitengewoon sterke man tilt moeiteloos een stevige meid van een jaar of twaalf op de stang van zijn fiets. Met één hand grijpt hij haar bij haar schouder en slingert haar – al fietsende – over zijn stuur op de stang. Dezelfde man…
Van drie rovers is er één uitzonderlijk sterk. De twee minder sterke rovers ruilen een varken, dat ze bij een boer uit de schoorsteen hadden gehaald, maar dat hen te zwaar is, om met een zak, waar volgens de andere, zeer sterke, rover een kleiner…
Sterke Hearke komt drie mannen te hulp die vergeefs proberen zware bomen op een wagen te laden. Als de drie mannen naar de herberg gaan voor een drankje zonder Hearke uit te nodigen, haalt Hearke kwaad alle bomen weer van de wagen.