Een man die te lui was om paling te vangen, maar er toch graag had, ging op een avond naar de beek om de paling van iemand anders te roven. De luierik zette een brandende kaars in een klomp en liet die meedrijven met de stroom. Toen een visser dat…
Op een dag had Neel T. een klein wit konijntje gevangen. Hij stopte het dier in zijn tas en ging naar huis. Toen Neel thuiskwam bevatte zijn tas enkel een grote kasseisteen.
Een visser werd geplaagd door de waterduivel. Telkens wanneer de man iets had gevangen, gooide de waterduivel de vis terug in het water. Op zijn weg naar huis durfde de visser niet achterom te kijken omdat hij hoorde dat hij door de waterduivel met…
Een meisje uit Knokke had van een bejaarde man boeken gekregen over zwarte kunst. Op een dag zat het meisje op haar zolder in de boeken te lezen zonder dat haar moeder het wist. Het meisje kon muizen en kikkers op tafel doen dansen. Op een dag had ze…
Een stroper die 's avonds een strop ging zetten om een haas te vangen, zag twee meter boven zijn hoofd een doodkeers. Toen de man naar huis wandelde, ging het lichtje een eindje met hem mee, maar de man was niet bang.
Een jongen was weggegaan bij de vrouw waar hij verbleef. 's Nachts werden in het huis de beelden omgedraaid. De tafel vloog omhoog en er liep een muis rond, die niemand kon vangen. Veertien dagen later kwam de jongen terug. Hij sprak tot zijn vader:…
Een man had al drie zondagen een zwarte kat in de dreef bij de Warandestraat in Humbeek gezien. Van zijn vrienden vernam de man dat hij niet de enige was die de kat daar had gezien. Op een zondag liep de man onbevreesd naar de kat toe en probeerde…
Een gedeelt van Oostende zou ooit door de zee zijn verzwolgen. Die plaats van de zee werd 'de Ijzerweg' genoemd. Op die plaats kon men geen vis vangen.
Enkele mannen die zaten te kaarten, hoorden de hele tijd een gemiauw, hoewel er geen kat te zien was. Toen er uiteindelijk toch een kat verscheen, lieten de mannen twee hanen los om het dier te vangen. De kat was de hanen echter te snel af en kroop…
Een vrouw die beweerde dat ze door de maar werd bereden, liep de trap op en af. Vervolgens ging ze op de grond zitten en hield iets in haar hand, waarvan ze geloofde dat het de maar was.
Een intelligente man kon pijn wegnemen door te magnetiseren. Bij de eerste volle maan van de maand mei waste die man zijn handen in het bloed van een mol die hij had gevangen.
Vroeger liepen er in Wimmertingen veel rattenvangers rond, die bij de mensen hun diensten kwamen aanbieden. Het waren Hollanders die met de fiets rondreden. Aan het stuur van de fiets hadden ze enkele ratten met de staart vastgebonden.
De mensen die op het strand schollen gingen vangen, liepen allemaal weg bij het zien van een man die in het wit was gekleed. Zelfs de dapperste kerel die beweerde nergens bang voor te zijn, liep weg bij het zien van die waternekker.
Het geluk van enkele vissers werd beïnvloed door een vrouw die een toverboek bezat. Daardoor vingen de vissers de ene dag niets, en de andere dag zoveel ze maar wilden.
Aan de grenzen van Zutendaal had men een gracht gegraven om de wolven tegen te houden. Omdat er echter soms toch wolven in het dorp werden gesignaleerd, had een man zich in een ton bij de gracht verstopt. Toen er een wolf in de buurt kwam, greep de…
Enkele jongens gingen altijd merels vangen bij het Frans klooster van Moorsele. Toen de jongens op een dag weer over de muur van het klooster kropen, werden ze tegen de stenen geslagen. Dat was zeker spokerij of toverij.
Enkele mannen moesten mollen vangen in het huis van Griet, de moeder van Pee D. Frans D.W. zei: "Waar mollen zitten, daar zullen spoedig mensen sterven". Toen Griet die avond thuiskwam, zag ze wel zeven of acht mollen, want de mannen hadden geen…
In een weverij had men van de ene dag op de andere te kampen met een plaag van witte muizen. Merkwaardig genoeg slaagde men er op geen enkele manier in de muizen te vangen.
Een boer wiens koeien ziek waren, vermoedde dat een vrouw die op de boerderij was geweest, de dieren had betoverd. De boer ging te rade bij de Capucijnenpaters van Edingen. Een dikke pater sprak tot de boer: "Ga naar huis. Onderweg zal je een pad…
In Sint-Andries liep een hond rond, die de mensen altijd in het water duwde. Een man had al vaak geprobeerd die hond te vangen, maar dat was hem nog nooit gelukt.