Nadat een vrouw uit Diepenbeek een dwaallichtje had gedoopt, stond er plots een oude man voor haar. Het was de ziel van een man die ongedoopt was gestorven. Omdat de vrouw niet had gezegd "Ik doop u alleen", verschenen er even later honderden…
Zeven of acht mensen die op de Heikant woonden, zijn naar de bisschop van Luik geweest met het verzoek om bij de parochie Maasmechelen te mogen blijven. De portier van de bisschop sprak tot de gasten: "Als Meneer S., de vicaris van de bisschop, er…
Telkens wanneer een heks met spelden in een speciaal popje stak, begon een kindje uit de buurt te huilen. Omdat de dokter het kind niet kon helpen, lieten de ouders de pastoor komen. De pastoor legde een kruis van stro op de dorpel en hij haalde wat…
In Paal woonde een jongetje dat muizen kon toveren door aan een boom te schudden. Nadat de jongen opieuw was gedoopt door de pastoor, kon hij geen muizen meer maken.
Dwaallichtjes waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. Een boer die met zijn kar onderweg was, zei: "Hé, dwaallichtje, als je naar hier komt, dan zal ik je dopen". Het volgende ogenblik zat de kar helemaal vol met dwaallichtjes.
Op de Muizehei verscheen vroeger een halve pastoor die een toga en een grote zwarte hoed droeg. Omdat de mensen bang waren voor de zwevende pastoor, gingen ze de deken om raad vragen. "Je moet hem dopen", zei de deken. Nadat dat was gebeurd, heeft…
Een jongeman werd kort vóór zijn priesterwijding peter van een tweeling. Nadat de tweeling door de pastoor uit het dorp was gedoopt, stelde de jongeman vast dat de kinderen ongelukkig waren. "Waarom dan?", vroegen de mensen. "Het is een heks en…
Omdat in de Reikemerstraat altijd veel katten zaten, ging men te rade bij de pastoor. Daarop sprak de geestelijke: "Die katten zijn zieltjes van ongedoopte kinderen. Als je nog eens katten ziet, dan moet je de dieren met wijwater besprenkelen en…
Dwaallichtjes waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. Ze probeerden mensen vaak naar het water te lokken om gedoopt te worden. Op die manier verdronken er soms mensen.
Door hun nieuwsgierigheid haalden oude vrouwen zich vaak de reputatie van 'heks' op de hals. Wanneer er een kind werd gedoopt, gingen oude vrouwen vaak uit nieuwsgierigheid een kijkje nemen in de kerk. Ze tilden dan hun hoofddoek op en zeiden: "Wat…
Een man die met paard en kar naar Luik reed, zag plots dat er een dwaallichtje op de kar was komen zitten. Omdat de man wist dat dwaallichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren, doopte hij het lichtje met wat koffie. Het volgende ogenblik…
Omdat dwaallichtjes zieltjes van ongedoopte kinderen waren, probeerden ze vaak mensen naar het water te lokken. Men moest dan wel zeggen: "Ik doop u alleen", want anders zouden alle dwaallichtjes komen om zich te laten dopen.
In het moeras bij de kerk zag men vaak dwaallichtjes. Dat waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. Wanneer men water op een dwaallichtje had gegoten, verdween het omdat het gedoopt was.
Een jongen kwam voorbij een tarweveld en zei: "Zal ik dat eens doen zwart worden?" Vervolgens gooide hij aarde van een molshoop in het veld, waarna de tarwe allemaal zwart werd. Nadat de jongen door de pastoor was overlezen, kon hij niet meer…
Dwaallichtjes waren de zielen van kindjes die ongedoopt of verkeerd gedoopt waren. Wie een dwaallichtje wilde dopen, moest zeggen: "Ik doop u alleen". Anders zouden er honderden dwaallichtjes aangevlogen komen om zich te laten dopen.
Tijdens de catecheseles had een jongetje de kerk vol muizen getoverd door met een stok op de grond te tikken. Toen de pastoor dat zag, doopte hij de jongen opnieuw. Daarna kon de jongen geen muizen meer maken.
Op zekere dag zag men in een huis een zwarte kat door het vuur lopen. De volgende dag liep een vrouw uit de buurt rond met haar arm in een verband. Die vrouw had zich in een kat veranderd. Vroeger kon het soms gebeuren dat de pastoor iemand niet goed…
Je mocht nooit naar een dwaallichtje wenken, want dan kwamen er veel dwaallichtjes op je af.
Een man had een keer een zieltje kunnen verlossen door te zeggen: "Ik doop je alleen." Daarop schoot het dwaallichtje omhoog, waarna het verdween.
Tijdens de catecheseles in de basiliek van Tongeren gooide een jongetje wat aarde op de grond. Het volgende ogenblik liepen er allemaal muisjes. Nadat de pastoor de jongen opnieuw had gedoopt, kon hij geen muizen meer maken.
Dwaallichtjes waren zielen van mensen die ongedoopt waren gestorven. Dwaallichtjes verschenen meestal in de buurt van water. Wanneer iemand een dwaallichtje doopte, dan was het verlost.
Wanneer men met paard en kar voorbij het huis van Betje reed, raakte de kar altijd vast. Men moest dan roepen: "Betje, kan jij ons soms niet helpen?" Daarna kwam de kar weer in beweging.
Betje zocht ook vaak ongedoopte kindjes op om hen kwaad te…