Bij de Rulbeek, een rivier in Holbeek, zag men elke nacht een dwaallichtje. Een jongen uit Donk die voor pastoor studeerde, wilde het dwaallichtje dopen. Toen hij water over het lichtje had gegoten, stond er plots een ongedoopte man voor hem. De…
Een man die samen met een kanunnik onderweg was met de koets, zag in de verte een dwaallichtje. De kanunnik raadde de man aan om niet naar het dwaallichtje te kijken; anders zou hij immers verdwalen. De man mocht ook niet naar het lichtje fluiten,…
Een man die beweerde dat dwaallichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren, wilde er één proberen te dopen. De man is er echter nooit in geslaagd een dwaallichtje te vangen.
Vooraleer een kindje was gedoopt, waren de ouders erg bang voor heksen en hun kwade hand. Zodra het doopsel voorbij was, hadden heksen geen macht meer over het kind.
Een meisje dat snoep had aangenomen van een heks, werd alsmaar magerder en magerder. Pastoor Z. gaf de ouders de raad om het meisje te laten overlezen door de paters van Wijk. Nadat men dat had gedaan, ging het al iets beter met het meisje. In het…
Een vrouw zag altijd een dwaallichtje in de buurt van een vijver. Omdat het de ziel van een ongedoopt kindje was, gaf de pastoor de vrouw de volgende raad: "Als je het dwaallichtje nog eens ziet, dan moet je het dopen. Je steekt dan je hand in het…
Bij de familie Velaers in Hasselbroek was er een kindje dood geboren. Omdat de ouders erg bedroefd waren aangezien hun kindje niet was gedoopt, namen ze hun dode baby mee naar Onze Lieve Vrouw van Klein-Jeuk, waar ze beloofden een noveen te zullen…
Bij het kapelletje verscheen vroeger altijd een dwaallichtje. Dat was de ziel van een ongedoopt kindje. Niemand durfde het dwaallichtje te dopen. Toen iemand dat op een dag toch had aangedurfd, verdween het lichtje.
Enkele mensen die naar de doop van een kind waren gaan kijken, kwamen op de weg naar huis talloze groene padden tegen, die hen de weg versperden. De heks Rosse M. was ook aanwezig geweest op de doop.
Een vrouw zat vol luizen nadat een heks bij haar op bezoek was geweest. De pastoor probeerde de mensen gerust te stellen door erop te wijzen dat gedoopte mensen geen gevaar liepen voor het kwaad.
In Rutten woonde een jongetje dat muizen kon maken uit aarde. Een geestelijke heeft de jongen opnieuw gedoopt. De jongen was heel verdrietig toen hij daarna geen muizen meer kon maken.
Jan was samen met Ribus een lading ijzerzandsteen naar Ham gaan brengen. Op de terugweg besloten de mannen een dutje te doen in de kar. Toen Ribus wakker werd, zag hij een groot licht boven zijn hoofd zweven. Omdat de man het licht al vaker had…
Op school was er een jongetje met de naam Janneke, dat muizen kon toveren door broodkruimels uit zijn zak op de grond te gooien. Nadat de pastoor de jongen opnieuw had gedoopt, kon hij geen muizen meer maken.
Een jongeman wordt gedwongen iedere avond als hij de herberg verlaat een weerwolf te dragen. Zijn vrienden raden hem aan om de wolf dan met een mes op de kop te slaan, op de plek waar hij het doopsel heeft ontvangen. Het werkt en de jongen komt…
Als Brandaan naar zijn schip wil gaan, vindt hij het zeer grote hoofd van een overleden reus. De heidense man raasde voor zijn dood over zee om schepen aan te vallen en te beroven. Brandaan vraagt hem of hij zijn leven terug wil. In ruil daarvoor…
Een echtpaar heeft een paar ongelukkige geboortes meegemaakt en vermoedt dat er een kwade macht achter zit. De pastoor raadt hen aan om bij de volgende bevalling niemand binnen te laten behalve de dokter en de vroedvrouw. Ze nemen de raad ter harte,…
Een kind van twee kan levende dieren maken uit de leemballetjes die het heeft gekneed. Zijn moeder gaat naar de pastoor en die meent dat er wat mis is gegaan bij de doop. De pastoor doopt het kind opnieuw. Sindsdien heeft het nooit meer levende…
In de dagen, dat Dagobert als koning over Austrasië heerste, leefde er een heilig man, Amandus geheten.
Amandus groeit op tussen de monniken in een klooster. Nadat zijn vader hem heeft bezocht, verlaat hij het klooster en na een lange tocht beland…
Koning Radboud wil zich uiteindelijk wel laten dopen, maar wanneer hij hoort dat hij dan niet bij zijn voorvaderen zal kunnen zijn wanneer hij sterft ziet hij er vanaf.
Drie studenten theologie gaan met een matroos en op zijn kosten eten. Een van de studenten verdeeelt de bestelde kabeljauw in drie stukken. De drie nemen met een bijbelcitaat elk een stuk. De matroos is zo boos dat hij de pan saus over ze heen giet…