Een weduwnaar wiens vrouw drie weken dood was, voelde omstreeks middernacht wind in zijn gezicht blazen. Toen de man begon te bidden, verdween de wind. De volgende dag hoorde de man een geluid dat hem bang maakte. Die avond plaatste de weduwnaar…
Een zeventigjarige vrouw uit Breedhout werd ervan verdacht een toveres te zijn. Een vrouw uit het dorp liet altijd een kaars branden opdat de toveres niet bij haar op bezoek zou komen.
Bij Polleke H. in Ham waren drie vrouwen die alledrie heksen waren. Polleke had van iemand de raad gekregen om een gewijde kaars onder de deur van de kerk te steken. Toen Polleke dat had gedaan, konden de heksen niet buiten. Zodra de kaars werd…
In de wallen zaten waterduivels die de mensen bang maakten. In werkelijkheid waren het grapjassen die met water gooiden of die kaarsen met uitgeholde rapen in het midden van de weg hadden gezet.
Een vrouw die problemen had met één van haar kinderen verdacht een buurvrouw ervan een toveres te zijn. De moeder legde een stuk van een gewijde kaars onder de trap. Daarna geraakte die verdachte buurvrouw niet meer buiten!
Het kind dat zeventien…
Wanneer Lange Han met haar korf kwam leuren, liep ze in een bepaald huis altijd onmiddellijk naar het wiegje van het kind. Na enkele maanden kon het jongetje plots niet meer lopen. De ouders gingen naar pastoor T. om het kind te laten overlezen. …
Vroeger maakte men soms stalkaarsen door een kaars in een uitgeholde biet te zetten. Met dergelijke kaarsen probeerde men late wandelaars bang te maken.
Een pastoor die één van zijn missen niet goed had gedaan, moest na zijn dood komen spoken. Op een nacht zag de koster de pastoor in de kerk verschijnen. Nadat de pastoor de kaarsen had aangestoken en een kruisteken had gemaakt, begon hij met de…
Vroeger zette men vaak kaarsen in uitgeholde bieten om de mensen bang te maken. Ook gebeurde het soms dat men een koordje aan een poort bond, zodat men dat poortje kon doen opengaan, wanneer er iemand voorbijkwam.
Met Allerheiligen gebeurde het vaak dat kinderen op het kerkhof kaarsen gingen stelen en die in een uitgeholde raap of biet zetten. Wanneer de mensen dat zagen, dachten ze dat het een spokende geest was.
Een boer trof 's ochtends zijn paard altijd aan met een gevlochten staart. Hoe hij ook probeerde, de vlecht was niet los te krijgen. Wanneer de boer met een gewijde kaars de stal betrad, ging de vlecht vanzelf los.
C. kreeg een man op bezoek, die een kwaal aan zijn maag had. "Heb je nog meer ongeluk?", vroeg C. aan de man, waarop die antwoordde: "Ja, mijn vrouw is ook niet gezond en mijn kind is zelfs ongeneeslijk ziek". Toen de man voor zijn maagproblemen…
Vroeger werden de kinderen bang gemaakt met verhalen over dwaallichtjes en stalkaarsen. Het gebeurde vaak dat men bieten uitholde en er een kaarsje in zette om de mensen bang te maken.
Tussen middernacht en één uur kon begon Melanie altijd te huilen en te roepen: "Mama, ik zie ze!" Elke dag kwam er een oud vrouwtje met een hazelip op bezoek om wat melk te vragen. Op aanraden van dat vrouwtje sneed men het hoofdkussen van het kind…
De eeuwige wandelaar liep 's avonds en 's nachts met een kaars rond in de duinen. Men zag alleen de benen van die wandelaar. Hoe men ook stapte, men bleef altijd even ver van de eeuwige wandelaar verwijderd.
In Bellingen woonden mensen die vaak bezoek kregen van een vrouw. Telkens wanneer die vrouw op bezoek was geweest, werden de kinderen van de mensen ziek. Daarom gingen de mensen naar de pastoor, die hen overlas en hen een stukje van de gewijde kaars…