Een vrouw had van een witheer een stukje van een kaars gekregen om onder haar dorpel te leggen, zodat toveressen niet meer zouden binnen kunnen in haar huis. Witheren hadden meer macht dan gewone pastoors.
Een vrouw werd geplaagd door haar ex-vriend die nog een halsdoek van haar had. De vriend stak met naalden in de halsdoek en in kaarsen. Iedere avond kon men de vrouw zien vechten tegen haar vriend die zich onzichtbaar had gemaakt.
Als men wist dat er een toveres op komst was, moest men een stukje gewijde kaars onder een stoel leggen en de andere stoelen wegnemen. Zolang dat stukje gewijde kaars onder de stoel lag, kon de toveres niet opstaan.
De pastoor had een vrouw nog een…
Bij mistig weer verschenen er dwaaslichten boven de moerassen. Dat waren lichtjes die iets groter waren dan een kaars en heen en weer bewogen. Dwaaslichtjes deden alleen kwaad als men ze niet met rust liet.
Een moeder wiens kind altijd ziek was en niet meer kon slapen, ging naar pastoor T. van Montenaken. Toen de ouders samen met de pastoor de kerk binnengingen met een kaars, stond de heks bij het wijwatervat. Sindsdien is de heks nooit meer bij de…
Een winkelier kreeg vaak bezoek van een heks, die zijn kind wel eens uit de wieg durfde te nemen. Op een dag was de heks weer eens in de winkel. Doordat er een rij gewijde kaarsen stond, slaagde de heks er niet in haar winkelwaar in haar mandje te…
Met Lichtmis kwamen de heksen boven de Roosburg bijeen rond een groot vuur waar gedanst werd. De vrouwen waren allemaal in het zwart gekleed. De bijeenkomst werd geleid door een zogenaamde 'toverheks'. De heksen zetten bieten met uitgeholde…
Vijftig rovers pleegden een inbraak bij een rijke boer. De meid en de knecht werden vastgebonden en ze kregen een prop in hun mond zodat ze geen geluid konden maken. Omdat de boer niet wilde zeggen waar zijn geld verborgen lag, trok men zijn sokken…
In de Krabstraat in Buggenhout stond een huis waar het spookte. De gezondheidstoestand van het kindje dat daar woonde, verslechterde zienderogen. Uiteindelijk ging men met het kindje naar de paters van Dendermonde, van wie men een gewijde kaars kreeg…
Een man die te lui was om paling te vangen, maar er toch graag had, ging op een avond naar de beek om de paling van iemand anders te roven. De luierik zette een brandende kaars in een klomp en liet die meedrijven met de stroom. Toen een visser dat…
Een vrouw had drie kinderen. Eén van die kinderen zag erg bleek en groeide niet. De vrouw had 's middags de grootste moeite om dat kind in slaap te laten vallen. Van een familielid kreeg de vrouw op een dag de raad om naar het klooster van Affligem…
Bij een gezin in Deurne kwam elke dag een vrouw op bezoek. Nadat de vrouw het kind over het hoofd had gewreven, zat het kind vol luizen. Toen men een gewijde kaars onder de dorpel had gestoken, kon de vrouw niet meer binnen. Nadat de mensen van…
Vroeger waakte men de hele nacht bij een dode. Wanneer de kaarsen die rond het lijk stonden, doofden zonder dat ze waren opgebrand, dan liep iedereen naar buiten. Het was immers een teken dat de dode weer levend zou worden.
Vroeger liep men vaak heen en weer met een uitgeholde biet waarin men een kaars had gezet. Als mensen iemand een lucifer zagen aansteken, geloofden ze soms al dat ze een stalkaars hadden gezien.
Bij een elzenhaag vloog de hele tijd een doodkeers heen en weer. Het leek wel een doodshoofd met een kaars in. Iedere avond ging de doodkeers op de vensterbank van een nabijgelegen huis zitten.
Vroeger zetten de kinderen soms kaarsen in uitgeholde bieten.
Bij de smidse, die dicht bij het kerkhof was gelegen, waren enkele mensen aan het praten. Iemand beweerde dat op het kerkhof een dode was opgestaan, omdat daar een doffe stem te horen…
Een meisje uit Knokke had van een bejaarde man boeken gekregen over zwarte kunst. Op een dag zat het meisje op haar zolder in de boeken te lezen zonder dat haar moeder het wist. Het meisje kon muizen en kikkers op tafel doen dansen. Op een dag had ze…
Met Kerstmis kon men te weten komen met wie men zou trouwen. Daarvoor moest men de deur openzetten, twee kaarsen aansteken en een kom water met een handdoek op tafel zetten. De persoon die daar zijn handen zou komen wassen, was diegene met wie men…
De pastoor kon de toveressen met een brandende kaars op hun hoofd in de kerk zien zitten. Als de pastoor zijn kerkboek niet sloot, kon de toveres de kerk niet verlaten.