Toen twee geliefden samen weggingen had iedereen daar de mond van vol. Een juffrouw zei dat ze in IJsselstein waren, en dat de man de juffrouw in kwestie de kop ingedouwd had. Een heer reageerde daar fel op en schold de man uit.
Kommertje berispte ("beschrobde") soms haar man. Deze schold haar eens uit voor hoer en varken. Kommertje antwoordde, dat zij het 'vuile varken' was dat hem de borstels leverde, waarmee hij alle vlekken en gebreken van zijn leven mij uit kon vegen.
Twee heren kregen ruzie en scholden elkaar uit in het Frans. Tot slot zei een van hen: "Ik zeg dat u een eerlijk man bent, maar dat wij allebei gelogen hebben."
Een katholiek kwam in de gereformeerde kerk en gaf commentaar op de predikant. Die werd woedend en begon te schelden, waarop de man zei: "Jaja, als je die kunst kent zal je er wel komen."
Boudewijn had eens met iemand ruzie. Hij deed zijn zegje heel rustig en bedaard, maar de ander voer tegen hem uit en schold hem uit voor fielt [schavuit]. Boudewijn zei dat hij dat niet was. De ander wilde het hem bewijzen, waarop Boudewijn zei dat…
Een man sprak tijdens een gastmaal positief over zijn vrouw. In werkelijkheid was zij echter een kenau. De man liet wat vis met boter op haar rok vallen, waarop zij begon te schelden. De man zei dat dat geen wonder was: boter veroorzaakt altijd gal.
In Outdorp zeggen de boeren in vrolijk gezelschap altijd het omgekeerde van wat ze bedoelen. Een vreemdeling die dit gebruik niet kende kwam tussen die boeren terecht. Een dorpbewoner beweerde dat hij zijn vader nog gekend had en maakte deze uit voor…
Tijdens een ruzie om een kleinigheidje maakte Martha Vipeski Aernout uit voor een schelm. Aernout ging daar tegenin. Het verdere gesprek is niet te volgen omdat er woorden zijn doorgehaald.
Een automobilist denkt dat hij door een vrouw voor paard wordt uitgescholden en scheldt terug. Het blijkt evenwel een waarschuwing: de man botst op het paard. De moraal is dat mannen niet begrijpen wat vrouwen bedoelen.
Vroeger was er een hofstee waar een weduwe woonde. Zij scheidde mos uit en elk jaar stierf er veel vee. Dit kwam omdat de kwade hand in de hofstee zat. De man van de weduwe was namelijk vloekend gestorven en vervloekte zo de boerderij.
Liedewij ziet in een visioen een kroon die nog niet volmaakt, en bidt dat ze de ontbrekende parels mag onvangen. Tijdens een bezoek van de hertog van Bourgondië beschuldigen dienaren Liedewij van oneervolle zaken en mishandelen haar. Liedewij wijst…
Een zoon komt als advocaat bij zijn vader in het advocatenkantoor. Tot woede van pa lost hij een echtscheiding veel te snel op: de zaak rekken had het kantoor veel meer geld opgeleverd.