Een man uit Beverst die pas zijn paard had verkocht, kwam bij de kapel een bokkerijder tegen, die zei: "Hier ben ik gewend om iets te krijgen. Ik bid hier altijd een Onzevader". Vervolgens moest de man uit Beverst al zijn geld afgeven.
Op de weg van Beverst naar Hasselt was een postkoets geld verloren. Omdat de vinder het geld niet had teruggegeven, hoorden de mensen 's nachts een stem die riep: "Geef terug, geef terug!"
Een pastoor deelde het geld van de rijke boeren uit aan de armen.
Een man die op het aardappelveld aan het werk was, kreeg bezoek van de pastoor, die zei: "Je hoeft nu niet meer te werken. Je moet nu thuis zijn". Daarop antwoordde de man: "En jij,…
Een vrouw wiens konijnen waren gestolen, ging naar de pastoor. De geestelijke sprak: "We kunnen er niets meer aan doen, want de konijnen zijn al in derde hand". Toen het geld van de vrouw gestolen was, zei de pastoor: "Als je echtgenoot het geld niet…
De meeste rovers van de bende van Garwé waren afkomstig van Zarren. Ze stalen vooral konijnen en hennen. Een vrouw die op de Waalhoek in Handzame woonde, werd door de rovers beroofd en in elkaar geslagen. Eén van de rovers slaagde erin overal in te…
Een vrouw ging om zes uur 's avonds haar man zoeken, die na de hoogmis op café was gegaan en wellicht dronken was. Onderweg zag de vrouw een oud dametje zitten, dat bij de gevel van haar huis zat te huilen omdat haar man nog niet terug was van de…
Een pastoor sprak tijdens de preek: "Enkele dieven zijn mijn kersen aan het stelen". Na afloop van de mis zaten de dieven nog steeds in de kerselaar. De pastoor sprak tot hen: "Over een half uurtje mogen jullie naar beneden komen".
Toen achter de…
Op kerstnacht ging de kasteelheer van Rouvenne de heilige vaten roven uit de abdij van Sint-Jansberg. Om twaalf uur zakte het kasteel met veel lawaai in de grond. Op de plaats waar het kasteel had gestaan, was een grote modderpoel. Ieder jaar op…
Bakelandt had een groot hol in het bos tussen de Klausdreef en de Bekedreef. Overdag gingen de rovers leuren met borstels en andere zaken. Soms gingen ze bij mensen eten vragen om hen daarna te bestelen en te vermoorden. De bende bestond uit zo'n…
De duivel was in de Dalemolen in Lauw gekropen. De molenaar haalde de pastoor, maar die slaagde er niet in om de duivel te verjagen. Uiteindelijk gooide men de duivel in de Jeker, maar omdat hij daar het rad van de molen tegenhield, moest men hem…
De bende van Pollet bestond uit veertien rovers, onder wie drie vrouwen. Een herbergier uit Sintjeliens gaf op een avond eten en onderdak aan de rovers. Hij kende sommige van hen en wist niet dat hij een roversbende had binnengelaten. Toen hij de…
Op een boerderij in Wijtschate werkte een meid die over bijzondere krachten beschikte. Toen rovers de boerderij bezochten, zorgde de meid ervoor dat er geen enkele hen werd gestolen.
Op een nacht kwamen de bokkenrijders stelen in een boerderij in Bennedaal. Hoewel de boer de rovers bedreigde met een bijl, kon hij ze niet tegenhouden. Enkele mensen die wat verderop op de Schans woonden, hadden echter lawaai gehoord en hebben de…
Een handelaar uit West-Rozebeke die terugkwam van de markt, ging binnen in een herberg waar hij met enkele anderen een kaartspel speelde. Wat de handelaar niet wist, was dat er in de herberg vier rovers van de bende van Bakelandt zaten. Toen de…
Een boer die een paard had verkocht, ging in een herberg een glas bier drinken. Omdat de man 's avonds nog niet terug was, zond de boerin de paardenknecht op weg om de boer te zoeken. In de herberg vernam de knecht dat de boer daar was geweest, maar…
In Kwaadmechelen kwamen de bokkenrijders 's nachts stelen. Ze hadden op de kerk het volgende geschreven: "We zijn met z'n achten, we stelen alle nachten, omdat we te lui zijn om te werken, bestelen we de kerken".
Een jachtwachter uit Stavele wiens geweer was gestolen, ging zijn beklag doen bij de paters. Drie dagen later stond het geweer terug op de plaats waar het normaal stond.
In 1273 stichtte Arnold van Maldegem een ziekenhuis dat driehonderd jaar later gestolen werd door de Sint-Jansheren van Brugge. Op de plaats waar het ziekenhuis had gestaan, hoorde men iedere nacht een stem roepen: "Rechtvaardigheid!" Later startte…
Op een nacht hadden de bokkenrijders bij de pastoor wijn gestolen. Een man die ook met de bokkenrijders wilde meegaan, vergiste zich bij het uitspreken van de toverspreuk. In plaats van "Breng mij over heggen en hagen" had de man gezegd: "Breng mij…