Een man die zijn geld aan de voet van een perenboom had verborgen, was gestorven zonder dat hij aan iemand had kunnen zeggen waar zijn geld lag. Op een nacht leek het alsof de boerderij waar de man had gewoond, in brand stond. Vooral aan de…
Bij de Malebeek in Grimbergen was een bruggetje waar men na middernacht beter niet kon komen als men niet door Klerre wilde besprongen worden. Een man die Klerre moest dragen, was na vijf minuten al helemaal bezweet. De man voelde overal wol.
Een…
Een boer reed met een kar mest achter een patrouille soldaten die de schatkist van Napoleon bij zich hadden. De soldaten verloren de schatkist en de boer verborg die in zijn mestkar. De soldaten werden allemaal onthoofd omdat ze de schatkist waren…
Mensen die ergens goud hadden verborgen, moesten na hun dood terugkeren om hun geld te bewaken. Als ze met een mes konden steken op de plaats waar het geld verborgen was, dan waren ze verlost.
Een moeder woonde bij haar kinderen. Op een dag hadden de kinderen goudstukjes in een fietspomp verborgen. Daarna zei de moeder dat ze de goudstukjes kwijt was. Toen de moeder zich liet overlezen door de paters, zeiden de geestelijken: "Ga maar naar…
Sint-Pieter had een schelvis gevangen en hij had die vis achter zijn rug verborgen. In de nek van iedere schelvis kan men nog steeds de afdruk van de wijsvinger en de duim van Sint-Pieter zien staan.
Vroeger waren er veel weerwolven. Twee maanden lang moesten de weerwolven rondlopen met een vel op hun rug. Na afloop van de weerwolftijd verborgen die mensen hun vel in een wilg of op de Kluisberg.
Met dat vel konden de weerwolven over de Schelde…
In de herfst zaten de politieagenten de rover Bakelandt op de hielen. Bakelandt had zich verborgen onder bladeren. De agenten staken met hun bajonetten in het gebladerte, maar de rover had geluk, want ze raakten hem niet. Uiteindelijk heeft men…
Twee mannen, waarvan de ene een weerwolf was, werkten samen. De ene man ging altijd als eerste naar buiten, zodat hij zich achter een haag kon verbergen en de andere op de rug kon springen zodra die was buitengekomen. De weerwolf likte de andere man…
Op een hoeve werkte een knecht die 's nachts voor weerwolf speelde. Een andere knecht die achterdocht had gekregen, lichtte de boer in over het vreemde gedrag van de jongen. Spoedig ontdekte de boer het dierenvel dat de knecht achter de oven had…
Soms geloofden mensen dat ze Klerre met zijn keet hadden moeten dragen. In werkelijkheid was Klerre een sterke man die zich met een laken in het struikgewas had verscholen en bange voorbijgangers op de rug sprong.
Een wever had zijn geld verborgen aan de voet van het weefgetouw dat in een put stond. Na de dood van de man begon het weefgetouw 's nachts vanzelf te weven. 's Ochtends was er niets meer te zien. Na enkele maanden vond men het geld dat onder het…
In Bellingen woonde een oude vrouw alleen in een lemen huisje. Die vrouw droeg altijd een sjaaltje en werd ervan verdacht een toveres te zijn, hoewel ze nooit iemand kwaad had gedaan. Wanneer de mensen voorbij het huis van die vrouw wandelden,…
In Bellingen woonde een oude vrouw alleen in een lemen huisje. Die vrouw droeg altijd een sjaaltje en werd ervan verdacht een toveres te zijn, hoewel ze nooit iemand kwaad had gedaan. Wanneer de mensen voorbij het huis van die vrouw wandelden,…
Tussen Opitter en Tongerlo was een plaats die 'de Hel' werd genoemd omdat in een diepe gracht een man leefde, die door de duivel bezeten was. In die gracht stond een holle boomstronk, waarin de man een halsband verborg, waarmee hij zichzelf in een…
Wanneer men de halsband van een weerwolf kon afnemen en verbergen, dan was de man verlost en moest hij geen weerwolf meer zijn. Soms gebeurde het echter ook dat de man gek werd en dat zelfs de pastoor hem niet kon helpen.
Bij de Molenbeek achter de kerk van Hever stonden paarden in de weide. Omdat die dieren 's ochtends helemaal bezweet waren, besloot de boer een keer de wacht te houden bij de weide. Zo zag hij dat er 's nachts kleine ronde schoteltjes met drie mannen…
In het klooster in Rotselaar kwamen de arme mensen vaak een boterham vragen. Op een dag had zusteroverste enkele armen weggejaagd met de woorden: "Ik wou dat je terugkwam op een zeug!" Toen die arme mensen de spoorweg van Rotselaar waren…
Toen de bende van Bakelandt een inbraak pleegde in een boerderij in Houthulst, kroop de paardenknecht achter het hooi in de ruif van de paarden. Terwijl de rovers het huis leeghaalden, liep de knecht naar de politie om te vertellen dat Bakelandt…
Een man die door een speciale ring kroop, veranderde in een weerwolf. Wanneer de nacht voorbij was, verborg de weerwolf zijn ring in een holle boomstronk.
De bende van Bakelandt pleegde inbraken op boerderijen. Als de boeren niet wilden vertellen waar hun geld verborgen lag, werden hun voeten verbrand. De bende vertoefde in het bos en hield zich bezig met diefstal.