Dwaallichtjes waren de zieltjes van kinderen die ongedoopt waren gestorven en daarom geen rust vonden. De lichtjes verschenen bij het water omdat ze gedoopt wilden worden.
Wanneer de mensen vroeger geluiden bij het water hoorden, geloofden ze dat de waterduivel in de buurt was. In werkelijkheid werden de geluiden veroorzaakt door zwemhanen die met hun kuikens wegzwommen wanneer ze iets hadden gehoord.
In de buurt van Sint-Jan kwam vaak een kwakzalver leuren. Een man die ongeneeslijk ziek was en die al zijn geld aan dokters had uitgegeven, werd op een dag door de kwakzalver aangesproken met de woorden: "Vriend, jij zal moeten opletten, of je zal…
In Heurne-Sint-Pieter was een jongen behekst. De heks had ook de dieren in de stal in haar macht, want de koeien draaiden soms heel vreemd met hun ogen. De ouders van de jongen lieten een blinde waarzegger komen, die ze op een kruiwagen naar hun…
Een man ging voor zijn zieke zoontje naar een pastoor in Zevendonk. De man moest een flesje water meenemen en dat aan de pastoor geven. Vervolgens moest de man naast een heiligenbeeld gaan zitten en vergiffenis vragen. Daarna kreeg de man het…
In de wallen zaten waterduivels die de mensen bang maakten. In werkelijkheid waren het grapjassen die met water gooiden of die kaarsen met uitgeholde rapen in het midden van de weg hadden gezet.
Een twintigjarige man werd door de maar bereden. Dat was een stilstand van het bloed, die men voelde opkomen bij zijn voeten. De broer van de man had een emmer water klaargezet om de volgende keer over de maar te gieten, zodat ze zichtbaar zou…
Een dronkaard die langs een beek met bramenstruiken liep, viel in het water. Later vertelde men dat de dronkaard door de waterduivel in de beek was getrokken.
Een man kwam op zijn weg naar huis een grote hond tegen. Toen de man voor de hond uitweek, sprong het dier in een put zodat het water omhoogspatte. Die hond was de waterduivel.
Een kapelaan die door tal van mensen was uitgelachen, werd gearresteerd en naar de rechtbank gebracht. De mensen die de geestelijke hadden bespot, kregen allemaal ongeluk. De mannen die tegen de deur van de kapelaan waren gaan plassen, konden hun…
Een man die ging vissen, kwam een vriend tegen, die hem een medaille van de paters van Hasselt liet zien. De man vertelde: "Die medaille draag ik altijd bij me, en ik zal je eens vertellen waarom. Toen ik samen met enkele anderen in Wallonië…
Dwaallichtjes waren de zieltjes van kinderen die ongedoopt waren gestorven. Omdat de lichtjes gedoopt wilden worden, trokken ze de mensen in het water.
Toen Jef P. naar huis wandelde, zei iemand: "Jij zal wel verloren lopen". Ongelovig liep Jef verder. Een tijdje later zag de man overal water om zich heen en kon zich niet meer oriënteren. Pas toen er een hond begon te blaffen, wist Jef weer waar…
Wie door de maar werd bereden, begon hevig te zweten en kon niet meer zien. De maar kwam altijd binnen langs de deur of langs de dakpannen en greep haar slachtoffer dan bij de keel. Een man die door de maar werd bereden, gooide een keer een emmer…
Een man die langs het kerkweggetje kwam, voelde plots de poten van Osschaart op zijn schouders. Nadat Osschaart zich een eindje had laten dragen, gooide hij de man in de beek.
In het Ven in Maaseik zwom een snoek met een gewei op zijn kop. Op een bepaalde dag kon men om middernacht de klokken horen luiden en dan kwam de verzonken kapel weer boven.
In de vijver van Zillebeke zat een watergeest. In de jaren veertig van de negentiende eeuw zijn in die vijver enkele jongens verdronken. De watergeest zou hen in het water hebben gesleurd.
Een man had aan een dwaallichtje gevraagd wat het wilde. Daarop antwoordde het lichtje: "Ik wil alleen maar gedoopt worden". De man nam een beetje water, goot het over het dwaallichtje en sprak: "Ik doop u in de naam van de Vader, de Zoon en de…