Een leger, dat zijn kamp heeft opgeslagen op de heide bij Bergeijk, wordt door de vijand overvallen. Op hun vlucht werpen de soldaten hun brood in het nabije ven, dat sindsdien Broodven wordt genoemd.
Jacoba van Beieren wierp, toen ze op het kasteel te Heusden gevangen werd gehouden, haar kannetjes vaak in de slotgracht. Deze zijn later weer teruggevonden. Op een van deze stond een rijmpje.
Langs de weg van Liessel naar het Sloot ligt een stukje laag weiland, Spoken Driesken, waar men door de jaren heen visioenen heeft gezien van belangrijke gebeurtenissen uit de toekomst. Volgens de traditie mogen er geen huizen gebouwd worden op dit…
Duimpje was in het hooi in slaap gevallen en opgevreten door een koe en zong:
"Koetje, koetje, strol, strol, strol,
Geef de meid een emmer vol."
De boer laat de koe slachten en de pens met Duimpje erin weggooien, maar een hond slokt die op.…
Hoogmoed van de rijke weduwe die niet wil inzien dat tarwe kostbaar is. Zij laat de lading in zee storten, en werpt er een ring bij met de woorden dat de ring net zo min terug zal komen als dat zij arm zal worden. Enige dagen later vindt zij echter…
Een man zag op een nacht een lijkstoet, met allemaal hele kleine mensjes. Hij werd door een onzichtbare hand opgetild en in de sloot neergezet. Later kwam er een echte begrafenis.
Stotterende Harm had een verbond met de duivel gesloten. Daardoor had hij nooit gebrek aan geld. Hij had een wisseldaalder. Als hij deze in de lucht gooide, kwamen er twee daalders weer naar beneden.
Ridder Allaert laat een kluizenaar verdrinken. Deze vervloekt hem waarna de slotvrouw en haar twee oudste zoons sterven. Een zevenjarige jongen wordt door zijn jachthond op tijd gered.
Een arbeider uit Westerhoven kwam 's nachts een kat tegen. Hij wierp ernaar met zijn spa, maar plots wemelde het van de katten om hem heen. Ze gingen pas weg toen hij een gebed prevelde, zijn spa is nooit meer teruggevonden.
Een man vroeg een huilend jongetje wat er was. Die snikte dat ze zijn boterham in het kanaal hadden gegooid. De man vroeg of dat met opzet was gebeurd. De jongen snikte: "Nee, met leverworst."
Een man was eens op de terugweg met zijn kar. Opeens werd hij opgetild en over de sloot heen gegooid. De volgende dag is hij zijn kar gaan ophalen. Dit was het werk van de duivel.