Een man wilde het toveren leren en kwam zo in het huis van de duivel. Die stond in het midden van een kamer, en alle heksen zaten er op stoelen omheen. De man moest terug voor de hanen kraaiden, maar hij wist niet goed hoe hij dit moest aanpakken.…
Een jongeman lag eens op bed en zag dat de weg naar zijn meisje versperd was. De volgende dag lag inderdaad de weg door een storm helemaal vol met bomen.
Een boer hoorde dat het 's middags in het midden van het land droog zou blijven. Hij zorgde ervoor dat hij tegen de middag met zijn arbeiders in het midden van het land uitkwam.
Een man zag op een nacht een lijkstoet aankomen, maar hij bleef in het midden van de weg lopen. Toen werd hij aan de kant gedreven en kwam hij in de berm terecht.
Een man was met de helm geboren. Hij wist altijd vantevoren wanneer er weer een begrafenis zou zijn. Ook zei hij dat mensen om middernacht nooit midden op de weg moeten lopen, omdat ze dan tegen een lijkstoet aan kunnen lopen.
Op een nacht begonnen de paarden opeens te steigeren en gingen aan de kant. Toen zagen de twee mannen een witte sjees met een wit paard ervoor langskomen. In de sjees zat een man.
Stroper schiet zesmaal op een haas zonder het dier te kunnen raken, de haas danst midden op de weg. Haas blijft 's nachts enige tijd meelopen met een man, die meent dat wat hem in het donker niet deert, hij ook niet doet.
Een boerenknecht krijgt bij de thee altijd een bolletje, maar de sluwe boerin holt het bolletje altijd van binnen uit. De knecht besluit het bedrog aan de orde te stellen in het gebed. Tijdens de maaltijd bidt hij: 'Heer, zegen dit stuk brood, ik…
Mensen werden vroeger gewaarschuwd om 's nachts nooit midden op de weg te lopen, want dan zouden ze wel eens aan de kant gezet kunnen worden door een lijkstoet.