In Waregem stond vroeger een kasteel waar men 's avonds bellen hoorde rinkelen. In de buurt van dat kasteel was ook altijd veel wind, hoewel het elders windstil was. Als men twee aan twee op een rij liep, kon men de spookgeluiden nog beter horen.
Door de wind was op het kerkhof één van de ijzeren grafkronen rond de kruisen weggevlogen. Een voorbijganger die de kroon tegen zijn arm had gekregen, vertelde aan de mensen dat er een spook op het kerkhof zat.
Op het kasteel van Hocht spookte het. Een man die 's nachts in de buurt van het kasteel hooi ging binden, schrok toen er opeens een felle wind opstak. De man hoorde een luide schreeuw. Even later was alles weer rustig.
Een echtpaar kwam omstreeks middernacht terug van de kermis. Toen de man en de vrouw voorbij de poort van de kerk van Elsegem liepen, stak er plots een wind op en zagen ze tot hun grote schrik een lange gedaante dwars door de haag vliegen. Het was de…
Wanneer er veel wind was, hoorde men de kronen op de grafstenen rammelen. Op koude en donkere winteravonden zeiden de mensen dan: "Oei, oei, op het kerkhof is er leven. Dat is een zondaar die uit zijn graf komt!"
Omdat op de kermis in Houtem brand was uitgebroken, ging de burgemeester de pastoor halen. De pastoor begon te bidden, waardoor de wind draaide en het vuur uitdoofde.
Een man die met zijn fiets door de Bresende reed, zag het hooi omhoogvliegen. Dat was de varende vrouw die een streep trok door het hooi dat op de grond lag.
De eeuwige jager was een verwenste man die heel zijn leven moest rondvliegen. Het was een groot ding met vleugels dat 's avonds ronkend voorbijkwam. Men zag de eeuwige jager eenmaal per jaar in januari wanneer het hard waaide.
In de stallen van een boerderij was brand uitgebroken. Omdat de vlammen het huis dreigden te bereiken, ging men snel de pastoor halen. Door te lezen in een boek deed de geestelijke de wind draaien zodat het huis gespaard bleef. Aan de andere kant…
Drie mannen waren 's morgens het veld van Toneke aan het maaien. Plots vlogen de witte juffrouwen door de lucht. Omdat ze zo laag vlogen, ontstond er een windvlaag waardoor de hoeden van de mannen wegvlogen en de bakken met graan omwaaiden.
In Rillaar woonde een vrouw die van hekserij werd verdacht. Veel mensen durfden niet bij die vrouw in de buurt te komen. Een man die bij die vrouw moest gaan werken, werd ook bang door de praatjes van de mensen. De man had de indruk dat hij door iets…
In Gits stond een bakkerij in brand. De wind deed de vlammen overslaan naar de aanpalende gebouwen. De hele nacht moesten de brandweermannen werken om de vlammen te blussen. In totaal brandden wel twaalf huizen, een schuur en een stal af. De…
Een jongen zat zoals steeds in zijn boeken te lezen terwijl zijn broers naar de kermis waren. Opeens stak er een hevige wind op, die het huis haast deed wegvliegen. Toen er ook nog gloeiende ijzers uit de schoorsteen vielen, liet de moeder de deken…
Op de hoek van de Daalstraat en de Lint Kasteelhofstraat stond een grote boom met bloemetjes. Op een bepaald tijdstip van de nacht hielden de framassons bijeenkomsten in die boom. Er stak dan een hevige wind op en men hoorde de framassons zeggen:…
In Herderen stond een boerderij in brand. Omdat er een hevige wind waaide, liet men snel de pastoor komen. Nadat de pastoor de boerderij had gezegend en een gebed had opgezegd, draaide de wind.
In Maasmechelen was 's nachts een brand uitgebroken, die al zeven huizen had vernield. 'Bid-Nel' ging op de grond zitten, hield haar paternoster in de lucht en begon luidop te bidden. Even later draaide de wind, waardoor het achtste huis gespaard…
Toen ergens een houtmijt in brand stond, deed de pastoor de wind draaien zodat de aanpalende gebouwen geen vuur konden vatten. De pastoor zweette van inspanning.
In Pittem stond een boerderij met een strooien dak in brand. Omdat er veel wind was, dreigde de brand zich snel te verspreiden. Toen de pastoor voorbijkwam en in zijn boek begon te bidden tot hij helemaal bezweet was, stopte het met waaien.