Op een boerderij gaf men niet graag botermelk aan mensen die niet betaalden. Men kon dan immers betoverd worden. Als de mensen geen geld bij zich hadden, dan strooide men wat zout in de botermelk.
Een boerin die geen boter meer kon karnen, kreeg bezoek van een pastoor die kon toveren. De pastoor gooide paardenmest in het botervat. Daarna had de boerin weer boter en had de toveres die voor het kwaad verantwoordelijk was, paardenmest in de…
Op een boerderij waar men geen boter kon maken, liet men de onderpastoor komen. De geestelijke begon de kelder te overlezen tot hij helemaal bezweet was. Hij gaf de mensen bovendien de raad om de kelder voortaan af te sluiten. Daarna kon men op die…
Op een boerderij bij de Kap kon men geen boter maken. Toen het donker was gingen de mensen naar de pater van Roeselare. De pater kwam naar de koeienstal en sloot alle deuren. De koewachter kroop op de zoldering om te kunnen zien wat de pater zou…
Op een boerderij in Geluveld kon men geen boter meer karnen. Op een ochtend stelde men vast dat de koeien in de stallen met hun staarten twee aan twee aan elkaar waren gebonden. Niemand slaagde erin de knopen los te maken. Uiteindelijk reed de boer…
Een jongen moest hulp gaan halen omdat de koe van zijn vader een kalf moest werpen. De jongen moest zich wenden tot een man die van toverij werd verdacht, omdat er niemand anders beschikbaar was. Toen de jongen de man vroeg om met hem mee te gaan,…
Een boerin gaf ieder jaar een pond boter aan de paters. Toen een pater op een dag langskwam en de boerin net geen boter in huis had, liep de pater slechtgehumeurd weg. De volgende dag kon men op die boerderij geen boter meer maken. De boerin ging…
Als de mensen geen boter konden karnen, geloofden ze dat een toveres de melk had betoverd. Men moest dan wijwater in het botervat gieten of de pastoor laten komen om de melk te overlezen.
Een tovenaar werkte bij een boer. Toen de boer geen boter meer kon karnen, zei de tovenaar: "Dat is niet zo erg. Je moet een keer je behoefte doen in het botervat". Daarna kon de boer zoveel boter maken als hij maar wilde.
Een man uit Bambeke kreeg vaak bezoek van een vrouw die bij hem karnemelk kwam halen. Toen de man op een dag weigerde de vrouw iets te geven, was deze laatste boos geworden. De heks zorgde ervoor dat de melk die in de kelder van de man stond, zuur…
Van een heks mocht men niets aannemen. Een boer bij wie altijd een heks karnemelk kwam halen, had van de pastoor de raad gekregen om zout in de melk te doen. Zout was immers gewijd. Toen de heks de volgende keer haar melk was komen halen, goot ze…
Op een boerderij in Klerken woonde een Duitse schaper. Op een zondag moest men de oogst binnenhalen. De Duitse schaper sprak tot de werklieden: "Ga allemaal op de grond liggen zonder te kijken". De nieuwsgierige koewachter keek echter toch en zag…
Op een boerderij kon men geen boter karnen omdat de melk altijd bedorven was. Toen de pastoor naar de boerderij kwam, beweerde hij dat het ongeluk werd veroorzaakt door een man die daar vaak op bezoek kwam.
Een tovenaar die op reis was, voelde instinctief dat er aan het thuisfront iets niet in de haak was. De vrouwen die alleen thuis waren, zaten namelijk in zijn toverboeken te lezen en hadden op die manier rode dwergjes getoverd. De tovenaar kwam thuis…
In een herberg spookte het. Het botervat met karnemelk werd er omgedraaid en men hoorde er altijd vreemde geluiden. Mensen die hun geit wilden laten dekken en voorbij dat café waren gekomen, hadden altijd ongeluk, want de geit zou nooit een lam…
Op een avond vroeg een armzalig geklede werkman onderdak in een huis in het bos waar twee oude arme mensen woonden. De man mocht blijven logeren en kreeg karnemelkpap en aardappelen in de schil. "Wordt hier soms gesproken over Bakelandt?" vroeg de…
Op een boerderij waar de koeien vaak door de wallen en tussen de tabaksplanten liepen, kon men geen boter karnen. Omdat de mensen geloofden dat het ongeluk het werk van een heks was, deden ze mest in het botervat. Nadat het vat daarna grondig was…
Tussen 1800 en 1820 spookte het op een boerderij in Westkapelle. Toen de boer en de boerin terugkwamen van de vroegmis, zagen ze de spoken. Ze gooiden lijnzaad in een houtmijt opdat de spoken zouden weggaan, maar dat hielp niet. Vervolgens mengde het…
Mensen die geen boter konden maken, zaten iedere avond een paternoster te bidden. Een man tekende met krijt bij iedere deur een kruis op de grond. Dat gebruik moest men een hele week volhouden. Na afloop van die week moest men een kaars branden. De…
Een vrouw die geen boter meer kon karnen, ging naar de pastoor. De geestelijke vroeg de vrouw wat zij op zondag zoal deed. Daarop antwoordde de vrouw dat ze 's zondags waste, boter karnde, en nog andere klusjes deed. De pastoor zei dat dergelijke…
In een bos waar een toveres vertoefde, moest men een kruisteken maken en het kruisje van zijn paternoster vasthouden.
Een boer die door toedoen van diezelfde heks geen boter meer kon karnen, liet de paters komen. Daarna kon de boer weer boter…