Dwaallichtjes waren zieltjes van ongedoopte kinderen. Wanneer men een dwaallichtje wilde dopen, moest men zeggen: "In de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes". "Amen" mocht men er niet bij zeggen.
In Oppem (Brussegem) was een boer de wanhoop nabij omdat hij zijn rijke oogst niet kon opslaan in zijn kleine schuur. Toen de boer verdrietig rondliep, kwam hij een in het zwart geklede heer tegen, die voor hem een nieuwe schuur wilde bouwen, die de…
De gestorven barones Sara V.T. kwam spoken in de Repenstraat, waar ze had gewoond. Om middernacht gaf het spook aan de baron de opdracht om aan de knechten en meiden een zak graan te geven. Daarna verscheen het spook niet meer.
Een boer had zijn ziel aan de duivel verkocht in ruil voor zeven jaar rijkdom. De boer werd schatrijk en bezat de mooiste dieren uit het ganse dorp. Toen de boer zeven jaar later door de duivel werd gehaald, zette hij de duivel met zijn staart vast…
Een jongetje kwam samen met zijn vader terug van de kermis in Hasselt. Opeens zag de jongen boven het water naast het dennenbos een dwaallichtje zweven. Dwaallichtjes waren zieltjes van kinderen die ongedoopt waren gestorven.
Een man was stiekem in iemands fruitboom gekropen om enkele vruchten op te eten. Toen de man weer naar beneden kwam, stond er iemand op hem te wachten, die zei: "Jij hebt gestolen. Maar je zal niet gestraft worden als je mij je lichaam en ziel…
Dwaallichtjes waren de zielen van ongedoopte kinderen. Een man die één dwaallichtje wou dopen, werd in de sloot geduwd door de massa dwaallichtjes die zich ook wilden laten dopen.
Een boer en een boerin kwamen 's nachts met paard en kar naar huis. Op zeker ogenblik bleef het paard stilstaan omdat het een geest had gezien. Dieren konden geesten waarnemen omdat ze zelf geen ziel te redden hadden.
Een boer die 's nachts…
In Wulvergem woonden een moeder en een dochter die allebei konden toveren. De heks kon niet binnen in het huis van een buurvrouw omdat daar iets gewijd lag. Op een dag vroeg de heks aan haar buurvrouw: "Zou meneer pastoor al een ziel gevonden hebben…
Een kloosterzuster die 's ochtends naar de kerk ging, zag onderweg iets zwarts dat tot tegen de grond salueerde. Hoewel ze niet goed wist wat dat kon zijn, zei de zuster goedendag. De pastoor sprak tot de zuster: "Vóór vijf uur mag je niet meer…
Een boer die zelf geen schuur kon zetten, verkocht zijn ziel aan de duivel in ruil voor een nieuwe schuur. Wanneer de haan 's ochtends driemaal had gekraaid, moest de duivel de schuur af hebben. 's Nachts stond de boerin op om de haan wakker te…
Een man die een schapulier droeg, durfde op een zaterdagavond niet naar huis te gaan omdat hij al zijn geld bij het kaartspel had verloren. De man was bereid zijn ziel aan de duivel te verkopen als die hem het geld zou kunnen geven. "Het is goed",…
Een man zag in de Kraaimeersch in de Dorpsstraat in Beert een stalkaars. Dat was namelijk een vochtige weide waaruit lichtgevende fosfordampen opstegen. Zo kon men ook een fosforescentie op zee zien, wanneer er bij warm weer een onweer op komst was.…
In Oppem (Brussegem) had een boer zijn ziel aan de duivel verkocht in ruil voor een schuur die de volgende dag bij het eerste hanengekraai moest klaar zijn. De boerin had echter haar klompen tegen elkaar geslagen, waardoor de haan voortijdig begon te…
Dwaallichtjes konden alleen door bepaalde mensen worden gezien. Het waren zieltjes van ongedoopte kinderen. Een man die bij een beek dwaallichtjes zag, begon de lichtjes te dopen tot ze opeens verdwenen waren.
Bij de 'Droge Boom' in Waregem woonde vroeger een klein mannetje met een zwarte baard. De man had bovendien donkere ogen, waarin niemand langer dan tien seconden durfde te kijken. De mensen geloofden dat die man een pact met de duivel had gesloten.…
Toen Marat tijdens de Franse Revolutie een klooster had leeggeplunderd, sprak een pater tot hem: "Marat, de klok is rond, maar na elk jaar zal God het je wreken zonder een woord te spreken". Zo gebeurde het ook. Nadat Marat was vermoord, werd de…
In Sint-Jan woonden bijgelovige mensen die geloofden dat de ziel van een dode bleef rondzweven zolang het lichaam niet vergaan was. Om de ontbinding van de lijken te bevorderen, werden ze begraven op een heuvel.
's Avonds zag men vaak donkere wolken in de lucht. Dat was de eeuwige jager. Het was de ziel van een dode man die geen rust kon vinden. Als het stormde, kon men soms iemand horen roepen: "Houw! Houw! Houw!"
's Avonds liep in Guigoven vaak een hond met een ketting rond. De mensen geloofden dat het een jongen was die zijn ziel aan de duivel had verkocht, en daarom moest komen spoken.