Een zwangere vrouw vertelt haar man dat het kind niet van hem, maar van haar minnaar is. De man gaat op zoek naar de minnaar en vermoordt hem. Onder het bloed komt hij terug bij zijn vrouw met in zijn handen een plastic zak waarin het hoofd van de…
Maandag, tweeëntwintigste kapittel. Zwangere vrouwen moeten geen vissenkoppen eten want zij kunnen dan niet meer goed nadenken en hun baby zal later nooit het hoogste woord voeren.
Maandag, negende kapittel. Jonge meisjes mogen geen schapenkoppen, hanenkammen of palingen eten omdat ze dan in onmin geraken bij Sint-Lupus. Omdat haar moeder het toch deed, heeft een van de vrouwen last van vaak op haar rug vallen, graag stoten en…
Rikele Myt uit Skieding is een heks. Mensen gooien een keer wat naar een vreemde kat toe, die zij op zijn kop raken en de andere dag heeft Rikele nog maar een oog. Er wordt gezegd dat zij zich in een kat kan veranderen.
Sikke Helder woont in Smoorhoeke en blijft op zondagmorgen altijd lang op bed liggen. Het is een spotter. Zijn moeder gaat naar de buren om koffie te drinken. Op een keer komt er een kraai op het bed gesprongen, maar als hij het dier wil aaien wordt…
Jan Hepkes is aan het maaien en na haren is hij de haarspit vergeten die in de grond staat. Tijdens het maaien haalt hij per ongeluk de kop van de haarspit af, waar hij even later achterkomt.
Jan weet altijd de sterkste verhalen te vertellen. Hij is op de buurtmarkt in Mearum als het begint te sneeuwen. Hij gaat naar binnen maar als ze het huis willen verlaten, zijn alleen de koppen van de koeien nog te zien, zoveel is er gevallen.
In Parken in de Groningse Opeinde verkoopt Bouwe Helbich kippen aan een man. Als deze de dieren de volgende dag wil voeren, hebben ze allemaal de koppen achterstevoren op de hals en zij leven als herten. Volgens Bouwe komt het wel weer goed, maar hij…
De duivel en een Duitser spreken af wie het hardst kan maaien. De duitser begint op kleine afstand van het einde en de duivel zal het hele stuk maaien. Als snel hoort hij de duivel achter zich en steekt gauw de haarspit in de grond. Vervolgens hoort…
Jan Hepkes is aan het maaien, gaat bij het hek staan en gooit de zeis in het veld, waar deze begint de maaien. Na een tijdje doet hij zijn jas uit en zet het haarspit ernaast. Als hij de zeis wil scherpen kan hij de haarspit niet meer vinden, want…
Een dominee noemde zijn meid altijd 'meid-zonder-verstand'. Op een keer gingen hij en zijn vrouw uit. Hij zei tegen de meid dat het spek boven de schoorsteen voor de koude winter was bedoeld. De volgende dag kwam er een schooier aan de deur. Die…
Een boer zei eens kwaad tegen zijn knecht dat hij hem die nacht de kop zou afhakken. De jongen liet die nacht zijn moeder op zijn plek slapen, en de boer vermoordde haar. Met het lichaam van zijn moeder ging de knecht naar de markt. Hij liet het…
Een paar mensen waren eens door een kat betoverd. Een van hen schoot met een geweer op de kat, en raakte het dier in zijn kop. De volgende dag was er een oud vrouwtje, dat geen ogen meer had. Toen wisten de mensen meteen dat zij de heks was.
Een slangenkoning draagt een kroontje op zijn kop. Als je op hem trapt, begint hij te fluiten. Dan komen alle andere slangen op je af. Het zijn hoepelslangen. Ze kunnen zich heel snel voortbewegen. Je moet dan vliegensvlug je jas uittrekken en die…
Een man had eens een hele grote snoek aan zijn hengel. De vis trok hem in zijn bootje voort. Pas toen de snoek moe was, kon de man hem aan de kant krijgen om hem klaar te maken. De emmer was al vol toen nog maar de helft van de kop van de snoek erin…
Een bepaalde vis heeft achter zijn kop twee zwarte plekken. Daar kan je hem pakken. Dat had Petrus ook gedaan. Petrus had vieze vingers, en daarom zijn die twee zwarte plekken er. Petrus zei daarbij 'o schelm der vissen'. Zo heeft die vis de naam…
Münchhausen wilde eens op een hert schieten, toen hij merkte dat hij geen kruid meer had. Toen schoot hij met een kersenpit, die in het hoofd van het hert terecht kwam. Een jaar later was Münchhausen weer op dezelfde plek, toen hij een hert met een…
Toen alle mensen een naam kregen, stond er een man op zolder te werken. Hij werd ongeduldig en stak zijn kop door het raam en riep: "Krijg ik ook nog een naam?" De namengever keek omhoog en riep: "Ja, kop!" Zo is de naam Jakob ontstaan.