Een man wilde tijdens de missie naar het sermoen van de paters gaan luisteren. Onderweg kwam de man een hond tegen, die hem de weg versperde. Even later stond er een vrouw in de dijk, die uit het niets was opgedoken.
Een dronken man ging langs de kanaaldijk van Kerkhoven naar huis. Toen de man onderweg een kat zag, riep hij: "Weg, smerige kat!" Het volgende ogenblik zaten er wel honderd katten.
Een schaapherder die bij een herberg een spook uit de dijk had zien kruipen, sloeg met zijn stok naar het spook. Het spook bleek een grapjas uit de buurt te zijn, die de mensen bang wilde maken. De schaapherder had de grapjas bijna doodgeslagen.
Een pastoor die terugkwam langs de Maasdijk, schrok toen er plots een kat tegen hem op sprong. Omdat de pastoor de kat van zich af wilde duwen, raakte hij gekwetst. Door die wonde heeft de pastoor lange tijd moeilijk kunnen lopen.
Toen een heks was gestorven, slaagde men er maar niet in de kar met het lijk te trekken. Wanneer de kar uiteindelijk toch in beweging kwam, reed ze tegen een dijk.
Een Duitse schaper sprak tot een man: "Als je mij wil volgen, dan moet je drie dingen zeggen: 'over dijk, over haag en over water'". De oude man had het echter niet goed begrepen en zei: "Door dijk, door haag en door het water". De man kwam doornat…
Een vrouw uit Kotem beweerde bij hoog en bij laag dat ze niet bang was voor de weerwolf. Toen de vrouw 's avonds naar Hal wandelde, kwam ze bij de Maasdijk de weerwolf tegen. De vrouw had de weerwolf zo erg afgeranseld dat het beest 's ochtends nog…
In de Graafjansdijk was een diepe put die 'de Duivelsput' werd genoemd. Men vertelde dat in die put ooit een kerk of een kapel was verzonken. Op kerstnacht zag men bij die put enkele mannen lopen met een doodskist op hun schouder.
Een paardenknecht moest tussen Reninge en Oostvleteren gist gaan halen. Tot zijn grote schrik zag de knecht op zeker ogenblik een spook uit de dijk komen. Sommige mensen beweerden dat het een farçe was geweest.
Op een avond in de maand augustus ging een man langs het strand wandelen. In de verte zag de man een licht dat steeds dichterbij kwam. Het leek wel een vuur dat boven de zee zweefde. Opeens ging het vuur in de zee om even later te verdwijnen. Toen de…
Een man die 's nachts terugkwam van de herberg, raakte verdwaald. Aan beide zijden van de weg zag de man water, hoewel dat er normaal gezien niet was. Toen de man over een dijk wilde springen, viel hij in het water.
Drie mannen die na het jagen op café waren geweest, zagen op de terugweg een kat langs de dijk zitten. Eén van die mannen sprak tot zijn hond: "Does, pak ze!" De hond dook de gracht in, schreeuwde en bleef dan liggen. Uieindelijk heeft men de hond…
Een man was aan een dijk aan het werken, toen het plots begon te onweren. De man vluchtte snel naar een kapelletje om droog te blijven. Even later kwam er een vrouwt naast hem staan, die zei: "Jij kan mijn korf zeker geen eindje dragen?" De man droeg…
Een jood ging 's avonds kaarten in een café bij de Maasdijk. De man verbrandde een kaart en wist die kaart daarna weer uit het spel kaarten te halen. Na die avond heeft men de jood nooit meer gezien. Toen men van een weiland langs de Maas een laag…
Op een boerderij in Herzele had men een paard dat betoverd was. Telkens wanneer dat paard voorbij een bepaald huis moest, wilde het niet meer voortgaan en liep het langs de dijk. Men was ervan overtuigd dat de bewoonster van dat huis het paard had…
Een man die langs de dijk wandelde, zag in de verte een hond lopen. De hond werd alsmaar groter en groter. Toen de man bij de hond kwam, was het dier in een vrouw veranderd.
Nol uit Uikhoven ging 's avonds in Kotem zijn vriendin opzoeken. Op de terugweg werd de man op de Maasdijk besprongen door een weerwolf. Nol had het beest met een stok geslagen.
Een man was bij maneschijn in de beemden hout gaan halen. Nadat hij klaar was met het werk, liep de man naar huis langs de dijk, waar een grote hond hem de weg versperde. Toen de man over de hond heen wilde stappen, veranderde het dier in een…
Op een boerderij in Passendale had men een kalf dat zich vreemd gedroeg en dat altijd heen en weer liep in de dijk, hoewel dat haast niet mogelijk was. Nadat de pastoor het dier had overlezen, werd alles normaal.
Drie “ouwe jonkheden” (ongetrouwd gebleven boerendochters) zien ’s avonds laat als ze naar huis lopen een doodskist op de dijk staan. Als ze er onderlangs de dijk aan voorbij willen lopen, beweegt de kist en gaat ook van de dijk af. Als de vrouwen de…