Een jongen die slechte boeken las, wandelde op een dag naar huis. Bij een bruggetje zag de jongen een slang kruipen. Toen hij naar het dier had geschopt, vloog de slang rond hem. Het dier liet de jongen niet meer los tot hij thuiskwam. Drie kwartier…
Op de dag dat de processie in Adegem zou plaatsvinden, was het slecht weer. Omdat het weer drie dagen slecht bleef, besloot de pastoor dat de processie niet kon doorgaan. De mensen vertelden dat Adegem buiten de wereld lag omdat in Kleit en Maldegem…
De moeder van Vic R. die op 't Genendijksveld woonde, was een slechte vrouw. Bij Vics broer kwam de duivel binnen in de gedaante van een hond die de deur openduwde met zijn poten.
Een veehandelaar uit Kortenaken had veel ongeluk; iedere dag lag bij hem namelijk een koe dood. De handelaar ging te rade bij een Waalse man die slechte boeken bezat, waarmee hij het kwaad kon verjagen. De handelaar beloofde de Waal zijn beste koe…
Als het slecht weer was, dan nam men het Mariabeeld van de troon en zette het in het midden van de kerk. Als men regen wilde omdat het te droog was, dan deed men hetzelfde.
Langs de weg van Mechelen naar Batsheers lag een moeras dat 'het Doelveld' werd genoemd. Vroeger stond daar een klooster van de Tempeliers. Omdat die monniken veel wijn dronken en een immoreel leven leidden, is het klooster in de grond gezakt. …
Een boer uit Tienen die behekst was, had zich laten overlezen en was daardoor genezen. Omdat de boer een slecht leven had geleid en geen boete had gedaan, raakte hij opnieuw behekst. Soms zag de boer de heks zitten. Ze dwong hem om op dezelfde…
In de buurt van Kessenich lag vroeger een grote stad met de naam Vijvere. Omdat de inwoners van die stad een goddeloos leven leidden, kon de duivel Vijvere meesleuren naar de hel. Daarna kon men de inwoners soms nog horen jammeren.
Toen in Vichte een vrouw gestorven was, zag men boven het huis een lichtje heen en weer bewegen. Dat was een teken dat de dode niet goed was aangekomen. De mensen zijn dan voor de overleden vrouw gaan dienen.
Heksen bezaten slechte boeken. Ze konden hun geest in de huizen laten ronddwalen, zodat de mensen daar allerlei geluiden op de zolder hoorden, zonder dat er iets te zien was.
Wanneer de kinderen terugkwamen van school, waren ze altijd bang voor een slecht gekleed oud vrouwtje uit het dorp. Dat vrouwtje kon sokken breien in het donker. Wie die tovenares tegenkwam, maakte snel een kruisteken en liep weg.
Toveressen haalden hun macht uit slechte boeken die met de duivel verband hielden. Toveressen konden makkelijk kinderen en dieren betoveren. Mensen die het slachtoffer waren geworden van toverij, moesten zich door de paters laten overlezen.
In Mesen woonde een vrouw die de kwade hand kon leggen op een boerderij of op kinderen. Die vrouw bezat namelijk slechte boeken. Tegen die boeken kon men niets beginnen.
Toen het op de dag van de processie erg regende, besloot men het Mariabeeld niet mee te nemen omdat men niet wilde dat het vuil zou worden. Bij de beek zagen de mensen in de processie het beeld staan.
In Herk-de-Stad woonde een vreemde man die 'Kletskloenk' werd genoemd omdat hij altijd klompen droeg. Wanneer men de man tegenkwam, werd men steevast het slachtoffer van de kwade hand.