Als men de duivel op kerstavond een zwarte kater aanbood, kon men een galgenjong krijgen. De duivel verscheen in de gedaante van twee in het zwart geklede heren. Hij gaf zijn slachtoffer twintig frank, die enkel mocht worden uitgegeven wanneer het…
Abel en Gust Pollet waren de leiders van een roversbende die actief was in de buurt van de Franse grens. Bij de bende was ook een zekere Lapaar uit Poperinge, die veel diefstallen en moorden heeft gepleegd. Een zekere Deroo was ook lid van de bende.…
Een pastoor deelde het geld van de rijke boeren uit aan de armen.
Een man die op het aardappelveld aan het werk was, kreeg bezoek van de pastoor, die zei: "Je hoeft nu niet meer te werken. Je moet nu thuis zijn". Daarop antwoordde de man: "En jij,…
Een vrouw wiens konijnen waren gestolen, ging naar de pastoor. De geestelijke sprak: "We kunnen er niets meer aan doen, want de konijnen zijn al in derde hand". Toen het geld van de vrouw gestolen was, zei de pastoor: "Als je echtgenoot het geld niet…
De meeste rovers van de bende van Garwé waren afkomstig van Zarren. Ze stalen vooral konijnen en hennen. Een vrouw die op de Waalhoek in Handzame woonde, werd door de rovers beroofd en in elkaar geslagen. Eén van de rovers slaagde erin overal in te…
Een vrouw ging om zes uur 's avonds haar man zoeken, die na de hoogmis op café was gegaan en wellicht dronken was. Onderweg zag de vrouw een oud dametje zitten, dat bij de gevel van haar huis zat te huilen omdat haar man nog niet terug was van de…
Een pastoor sprak tijdens de preek: "Enkele dieven zijn mijn kersen aan het stelen". Na afloop van de mis zaten de dieven nog steeds in de kerselaar. De pastoor sprak tot hen: "Over een half uurtje mogen jullie naar beneden komen".
Toen achter de…
Op kerstnacht ging de kasteelheer van Rouvenne de heilige vaten roven uit de abdij van Sint-Jansberg. Om twaalf uur zakte het kasteel met veel lawaai in de grond. Op de plaats waar het kasteel had gestaan, was een grote modderpoel. Ieder jaar op…
Bakelandt had een groot hol in het bos tussen de Klausdreef en de Bekedreef. Overdag gingen de rovers leuren met borstels en andere zaken. Soms gingen ze bij mensen eten vragen om hen daarna te bestelen en te vermoorden. De bende bestond uit zo'n…
De bende van Pollet bestond uit veertien rovers, onder wie drie vrouwen. Een herbergier uit Sintjeliens gaf op een avond eten en onderdak aan de rovers. Hij kende sommige van hen en wist niet dat hij een roversbende had binnengelaten. Toen hij de…
Een boer die een paard had verkocht, ging in een herberg een glas bier drinken. Omdat de man 's avonds nog niet terug was, zond de boerin de paardenknecht op weg om de boer te zoeken. In de herberg vernam de knecht dat de boer daar was geweest, maar…
Op een boomstronk zag men altijd een klein hondje zitten. Men wist niet waar het hondje vandaan kwam, want er was enkel een klein hol te zien. In de buurt van die boomstronk kon men bovendien geen enkele haas meer neerschieten. Op een dag vond men er…
Een jachtwachter uit Stavele wiens geweer was gestolen, ging zijn beklag doen bij de paters. Drie dagen later stond het geweer terug op de plaats waar het normaal stond.
In 1273 stichtte Arnold van Maldegem een ziekenhuis dat driehonderd jaar later gestolen werd door de Sint-Jansheren van Brugge. Op de plaats waar het ziekenhuis had gestaan, hoorde men iedere nacht een stem roepen: "Rechtvaardigheid!" Later startte…
De leider van de bende van Bakelandt wilde niet vechten in het leger van Napoleon. Daarom verborg hij zich in de bossen van Houthulst en leefde daar van diefstal.
De rovers van de bende van Bakelandt folterden mensen en dwongen hen hun geld af te geven. De bende vertoefde in Houthulst, Langemark, Poelkapelle en zelfs in de Steenstraat in Werken.
Op afgelegen straathoeken rammelden kwajongens vaak met kettingen, zodat de mensen zouden denken dat Klerre met zijn keet op pad was. Soms vielen die jongens voorbijgangers aan. Ze stalen soms geld van de mensen of lieten zich door hen dragen.
Met Allerheiligen gebeurde het vaak dat kinderen op het kerkhof kaarsen gingen stelen en die in een uitgeholde raap of biet zetten. Wanneer de mensen dat zagen, dachten ze dat het een spokende geest was.