Een dienstmeisje smeet 's nachts met stoelen en hing in de gordijnen, terwijl de bewoners doodsbrnauwd in bed lagen te wachten tot het 'spook' weer zou bedaren. 's Ochtends troffen ze een grote chaos aan en dat er geld was verdwenen, was wel hun…
Een man komt Ossaart in de gedaante van een paard tegen, maakt een omweg, ziet hem dan als hond en dan als wit konijn. Als hem dan als ezel ziet, holt hij hard weg.
Een boer, die 's avonds het werk van zijn knecht gaat controleren, ziet dat nog niet alles omgeploegd is, ziet een paard, spant het voor de ploeg en maakt het werk af; de volgende morgen blijkt het veld niet geploegd.
In de buurt van Sluis spring de Osgaard op je nek en drukt je neer; het beste kon je dan rustig spreken of zacht zingen. Roep hem nooit bij naam, want dan moet je hem dragen.
Ossaart braadt 's nachts vissen in de as van een visser en deze legt op 'n keer paardemoppen op de haard, zodat de vissen van Ossaart vies worden en hij vloekend ervandoor gaat, maar hij wreekt zich door in het net van de visser paardemoppen te…
Een man wil een half varken verkopen, maar onderweg springt er steeds een kat op zijn kruiwagen die zo zwaar wordt dat hij niet verder kan. Telkens als hij de kat wegjaagt springt deze er even later weer op. Als hij met veel moeite een huis bereikt…
Een zwarte kat springt 's avonds bij een wandelaar op de schouder en wordt erg zwaar. Hij blijft zitten tot ze bij de huizen komen. Een man met een kruiwagen is hetzelfde overkomen.
Op een kruispunt loopt 's avonds een haas voorbijgangers voor de voeten. Als die over de haas heen willen stappen wordt hij zo groot dat dit niet meer lukt. Als de haas hier na een tijdje moe van wordt springt hij bij de wandelaar op de rug. Hij…
Ymke en Auke de vries zagen tijdens het wilgenkappen een grote zwarte hond met een lange, slepende staart. Het was een plaagbeest. Auke was er erg bang voor
Toen de grootvader van de verteller op een avond op weg was naar zijn vriendin, zag hij een zwarte ho nd aankomen. Op een gegeven moment zag hij dat het geen hond was maar een plaagbeest. De grootvader werd doodsbang.
Pieter Schellens riep op een avond in zijn dronken bui de Belleman. Hij kwam meteen te voorschijn en vergezelde Schellens tot aan de deur van zijn woning.