Een vos zei in de winter eens tegen een beer dat hij vis kon vangen door zijn staart in een wak te hangen. Hoe langer hij zou blijven zitten, hoe meer vis er aan zijn staart zou komen. Maar de beer bleef zo lang zitten, dat zijn staart in het ijs…
Een vent dronk veel en zei van alles. Op een keer werd hij achtervolgd door een wit konijntje. Hij meende dat dat de duivel was. Sindsdien dronk hij niet meer.
Durk Wonderman had altijd een grote mond en beweerde dat hij voor de duivel niet bang was. Op een avond zat hem een zwarte kat op de hielen. Dat was de duivel.
Een man liet zich in de kroeg eens ontvallen dat als er een duivel was, hij hem dan maar op het bruggetje moest pakken. Toen de man bij de brug kwam, stond daar een klein mannetje, dat groter werd naarmate hij dichterbij kwam. Op het bruggetje pakte…
De koning van Pruisen wilde oorlog met Nederland. Hij zei tegen de koning van Nederland dat hij allemaal soldaten had van zes voet lang. De koning van Nederland antwoordde dat ze dan nog te kort waren. Hij had namelijk zes voet water.
Een man had iets uitgehaald, en kwam voor de rechter. Hij beweerde onschuldig te zijn. Een getuige zei dat hij het de verdachte had horen doen. Maar dat vond de rechter niet voldoende, hij had het moeten zien. Toen liet de getuige een windje. De…
Op een dag zijn er veel katten bij de keet en vader heeft de honden losgelaten die achter de katten aan gaan. Vader heeft zelf een van de katten een klap gegeven met de hooivork en een dag later heeft opa een zeer hoofd. Volgens zijn zegggen van een…
Een man sprong eens over een vaart. Hij meende dat niemand hem dat na kon doen, zelfs de duivel niet. Toevallig kwam de duivel daar. Hij sprong ook over de vaart en liet een duivelsafdruk achter.
Een rechter veroordeelde een man eens ter dood. De man beweerde onschuldig te zijn, 'zo waar als een zwaluw nooit aan een kerk zal nestelen'. Zwaluwen maken inderdaad nooit hun nest aan de muur van een kerk.
Tijl Uilenspiegel klom eens op de toren en beweerde dat hij zou gaan vliegen. Alle mensen uit de stad kwamen kijken. Toen zei Tijl: "Ik ben wel dom, maar jullie zijn nog veel dommer om te geloven dat een menselijk wezen kan vliegen."
Een man had heel de avond in de kroeg zitten vloeken en zweren, en hij had beweerd voor de duivel niet bang te zijn. Toen hij uit de kroeg kwam, zag hij een oude ketel liggen. Hij streek er met zijn mes over. Toen is hij drie keer neergesmeten…
Twee buurvrouwen waren eens aan het twisten. Een van hen zei toen dat als ze binnenkort zou sterven, ze terug zou komen als een vogeltje, en het linnen van de ander zou onderschijten.
Een man kwam eens stomdronken uit de kroeg. Hij liep te vloeken en te zweren en beweerde voor de duivel niet bang te zijn. Toen kwam er een klein hondje bij hem, die trok hem zo de sloot in. Daar vochten de man en het hondje. Helemaal blauw en onder…
Een meid wilde een keer een vrijer hebben, al was het de duivel zelf. Toen kwam de duivel inderdaad. De boer herkende hem aan zijn paardenpoot. Hij nam hem mee naar het vee en zorgde er zo voor dat de duivel niet bij de meid kwam. Sindsdien paste de…
Een man die de bijnaam 'Cent' draagt, zit aan de waterkant zijn geld te tellen. Als zijn vader zijn verbazing uitspreekt over de enorme hoeveelheid geld die zijn zoon bezit, beweert de zoon dat de vader ook zo rijk kan worden. De vader hoeft alleen…
Er waren eens een mannetje en een vrouwtje die in een doofpot woonden. Als het mannetje eens uit vissen gaat, klaagt een gevangen visje tegen het mannetje dat hij graag weer het water in wil. Het visje belooft de man dat hij een wens mag doen, als…
Een man die graag spookverhalen vertelt, beweert dat een dikke hond hem eens benaderd heeft. De hond zou achtereenvolgens in een leeuw en een heer veranderd zijn. De man loopt een stukje met de heer op. Als de man bij zijn huis is aangekomen,…