Tussen Houwaart en Nieuwrode woonde een vrouw over wie men vertelde dat ze een heks was. Twee meisjes wandelden altijd samen naar school. Op een dag vertelde het ene meisje dat er in haar huis vreemde dingen gebeurden. Om middernacht vloog er een…
Vrijmetselaars waren mensen die met de duivel omgingen en die bijeenkomsten hielden in zalen. In Heikruis waren vroeger veel rijke boeren en welstellende heren die bij de vrijmetselaars waren. Op een dag betaalde een vrijmetselaar een landloper om…
Een man had van de Hollanders in het college van Hechtel een toverboek gekregen. Daardoor kon de man op vijf minuten tijd een kar mest op het veld gooien. De man kon kleine aardappelen ook omtoveren tot grote. De pastoor raadde de familie van de…
Een moeder ging naar de pastoor met haar kind dat bijna volledig blind was. Toen de vrouw beweerde dat haar dochtertje betoverd was, sprak de pastoor tot haar: "Als je dat gelooft, dan ben je een ongelovige vrouw!" De pastoor las een gebed, waarna de…
Een moeder had een zoontje van negen jaar. Op zekere dag vertelde de jongen dat hij hoofdpijn had. De moeder ging met het kind naar de dokter, die zei: "Dat zal een verkoudheid zijn". De arts gaf de moeder een medicijn dat ze in de neus van haar…
Een pastoor werd op een avond bedreigd door tovenaars die uit het bos tevoorschijn kwamen. De geestelijke vroeg of hij eerst nog een snuifje tabak mocht nemen. Ondertussen zegde de geestelijke snel zijn gebeden op, waardoor de tovenaars aan de grond…
In een put op de Malheide stond een grote gedaante zonder kop. Een voorbijganger begon snel het Sint-Jansevangelie te bidden, aangezien de heksen daar niet tegen bestand waren.
Een man werd in een beemd omringd door twintig katten die een heksenvergadering hielden. Toen de man een schietgebedje zei, waren de katten plots verdwenen.
In Gits woonde een mooi kindje dat aan een psychische stoornis leed. De vrouw die tegenover die familie woonde, wilde altijd bij dat kindje zijn en zei de hele tijd: "Wat een mooi kindje!" De familie van het kindje liet de paters van Roeselare komen.…
Tussen Aalbeke, Lauwe en Rekkem stond een boerderij waar een houten paardenkop in de kelder hing. Wanneer men die paardenkop wegnam en hem in stukken hakte, hing hij er de volgende dag weer. Daardoor konden de boeren hun vlees niet te drogen hangen…
Een heks die op sterven lag, zei: "Mijn tijd is daar, maar ik kan niet". Omdat de heks niet kon sterven, liet men de onderpastoor komen. De onderpastoor was echter niet machtig genoeg, waardoor men twee paters naar de heks stuurde. Die paters hebben…
Toen op een boerderij in Zonnebeke brand was uitgebroken, liet men snel de onderpastoor komen. De geestelijke begon te bidden, zweette verschrikkelijk en was helemaal buiten adem.
Enkele mannen en vrouwen uit Diepenbeek hadden de gewoonte om 's avonds te kaarten. Na afloop van het spel ging het gezelschap dronken naar huis. Toen Pauline op een avond aan het kaarten was, voelde ze een grote zwarte hond tegen haar benen…
Een moeder wiens vierentwintigjarige dochter was overleden, geloofde altijd dat ze 's nachts haar dochter zag. Mensen die na hun dood terugkwamen, vroegen meestal aan de achtergeblevenen om voor hen te bidden.
Een vrouw uit Hamont ging op een winteravond samen met haar zoontje overnachten in Beek omdat ze de volgende dag naar de kapel in Opitter wilde gaan. Op de weg naar Beek zagen moeder en kind een grote vuurbol. De vrouw begon bang te bidden. Later…
Tussen middernacht en één uur kon begon Melanie altijd te huilen en te roepen: "Mama, ik zie ze!" Elke dag kwam er een oud vrouwtje met een hazelip op bezoek om wat melk te vragen. Op aanraden van dat vrouwtje sneed men het hoofdkussen van het kind…
Enkele mensen gingen naar de paters van Steenbrugge omdat hun kind de hele tijd huilde. De pater gaf de mensen de raad om die avond te bidden. Wanneer ze dat zouden doen, zou de schuldige met een roosje komen en de blaadjes er af plukken.
Als op een boerderij veel dieren stierven, dan geloofde men dat de kwade hand er iets mee te maken had. Men ging dan naar de paters van Dendermonde, van wie men een speciaal gebed kreeg om een noveen te doen.
Een vrouw die 's avonds altijd bij een kapelletje ging bidden, zag opeens de duivel naast zich staan, die zijn neus kwam snuiten. Doodsbang liep de vrouw weg.
Een man ging op bezoek bij zijn vriendin, die tussen Rozebeke en Ingelmunster woonde. Toen de man onderweg over een gracht wilde springen, zag hij altijd een doodskist vóór zijn voeten staan, waardoor hij er niet in slaagde aan de overzijde van de…
In Muizen had een non het klooster verlaten om te trouwen en kinderen te krijgen. Na haar dood kwam de non 's nachts spoken omdat ze wilde dat men voor haar zou bidden. Het spook zei dan: "Wie het goed doet, zal het goed hebben".