Als men naar een stalkaars wees, dan kwam het lichtje op je hand zitten. Men vertelde vaak dat stalkaarsen verloren zielen waren, waarvoor niet werd gebeden.
De buurvrouw van Zjanke V.D. sprak bewonderend: "Zjanke, wat heb jij toch mooi haar!" Nadat ze met haar hand over Zjankes haardos had gestreken, zat de arme man vol luizen.
In het broek van Schulen verschenen 's nachts dwaallichtjes. Men mocht in geen geval naar die geesten fluiten. Als men dat toch deed, dan stond er de volgende dag een rode hand in de deur gebrand.
Enkele mannen zaten in een café in Opoeteren te kaarten. Toen de mannen buiten wel duizend dwaallichtjes zagen, floten ze naar de lichtjes en haastten zich vervolgens naar binnen. De mannen waren nog maar net binnen of er werden twee handen in de…
Een dwaallichtje was in feite een vuurman. Een man die naar een dwaallichtje had gefloten, vluchtte snel naar binnen. De volgende ochtend stond de hand van de vuurman in de deur gebrand.
Een pater had enkele ijzeren kruisjes in de handen van een vrouw gelegd. De vrouw nam de kruisjes met een tang uit haar hand, waarop de kruisjes vanzelf terug in haar hand sprongen. Die vrouw moet een heks zijn geweest.
Twee verliefden die 's avonds langs een park in Oostende wandelden, zagen een witte gedaante verschijnen. Het meisje had altijd van haar moeder geleerd dat ze bij het zien van een geest haar twee handen vooruit moest steken met haar duimen in haar…
Mensen die altijd een vreemd geklop in hun huis hoorden, hadden van iemand de raad gekregen om een witte doek buiten te hangen. Een tijdje later was er een zwarte hand in die doek gebrand. Het was een ziel die kwam spoken. Nadat de mensen veel…
Als er een huis in brand stond, konden de geestelijken de vlammen doen doven door hun hand uit te steken.
Een jongen had met zijn verloofde afgesproken om op vrijdag naar de pastoor te gaan. De jongen hield zich echter niet aan zijn belofte en reed…
Een vrouw die veel wratten op haar knie had, kreeg van iemand de raad om de hand van een lijk op de wratten te leggen en een onzevader te bidden. De wratten zouden dan door het lijk worden meegenomen in het graf. De vrouw volgde de raad op en raakte…
Een man uit Tielt die ging werken in Beveren-Leie, moest voorbij een kruispunt waar vier linden stonden. Toen de man daar voorbij kwam, voelde hij plots iets kouds tegen zijn hand. Hij keek achterom en zag een grote hond met een ketting. Even later…
Enkele kinderen uit Lutselus (Diepenbeek) zetten bij het eten altijd een bord voor hun gestorven grootmoeder op tafel. Op een dag moesten de kinderen van de pastoor aan hun grootmoeder vragen wat ze wilde hebben. Daarop antwoordde het spook: "Ik…
Vuurmannen waren dwaallichtjes. Dat waren gassen die uit moerassen ontsnapten ofwel zeppelins die in de lucht hingen.
Een knecht die op de molen van Hees werkte, floot op een winteravond naar een dwaallicht. Vlak nadat de knecht naar binnen was…
De bokkenrijders waren rovers die actief waren omstreeks 1700. De rovers, die hoofdzakelijk in Wellen verbleven, reden rond op een bok die de incarnatie van de duivel was. In 1773 heeft de drossaard van Alken de bokkenrijders laten executeren in de…
Op de Royer molen in Opitter was een molenaar 's nachts aan het malen. Toen de man even een luchtje ging scheppen, zag hij in de verte een vreemd licht. Toen de molenaar naar het licht floot, kwam er een vuurman in snel tempo dichterbij. De…
Om de roos te kunnen genezen, moest men een mol in zijn hand doodknijpen. Daarna moest men het snuitje van de mol opensnijden en het bloed van het dier mengen met het eigen bloed, nadat men een sneetje in de eigen hand had gemaakt.
Bij de Hoof langs de Pannestraat zag men " 't lämpke" vaak vliegen. Als men naar het lampje had gefloten, moest men de deur snel dichtgooien. Daarna brandde " 't lämpke" zijn vijf vingers in de deur.
Een molenaarsknecht moest 's avonds vaak bij een boer gaan helpen wanneer er een veulen geboren werd. Bij het kerkwegje zag de jongen tot zijn grote schrik een begijn die haar hand op de haag legde en warme damp in zijn gezicht blies.