Een man slachtte eens een varken, en zei tegen zijn vrouw dat dat voor de lange slinter was (hij kon de 'w' niet uitspreken). Niet veel later kwam er een lange man aan de deur. De vrouw vroeg of hij de lange slinter was. De man zei dat hij zo…
In de winter dwingt een boer zijn arme knecht toe te geven dat een wortel een stuk spek is. In een drukke periode waarin hij niet gemist kan worden draait de knecht de rollen om: om te voorkomen dat hij wegloopt moet zijn baas toegeven dat een kat…
Als Tijl Uilenspiegel schreeuwt van de kou, geven de buren hem uit medelijden brandstof. 'Als het nou zomer was, wat zou ik dan zoden steken!' is Tijls commentaar.
Een jongen verklaart tegen een dominee dat de bijbel 's zomers meer gebruikt wordt dan 's winters omdat zijn moeder de bijbel in de zomer als steuntje gebruikt om het raam open te houden.
De snelle schaatser Jan Hepkes spoedt zich samen met een kameraad met enorme snelheid over het ijs. Jan verliest een ijzer van zijn schaats, maar rijdt gewoon verder. Het tweetal springt ook nog over een sluis heen.
Een boerenknecht werkt in de winter bij de boer. Ze gaan spek eten, maar de knecht zegt dat het kool is. De knecht gaat echter akkoord met het gegeven dat het spek is, want anders staat hij op straat. In de zomer ziet de knecht een haas op het land.…
Man geeft als reden voor het hangen van varkensvlees in het spekhok dat het voor de lange winter is. De vrouw geeft de zijden spek mee aan een lange man die beaamt dat hij de lange winter is als zij hem dat vraagt.
Een echtpaar wordt op een avond in de winter plotseling opgeschrikt door een grote zwarte hond die hen hinderlijk op de hielen blijft zitten. Het is een spookdier.
Een dominee heeft voorafgaand aan de preek enorm veel gedronken in de kroeg omdat hij bijna verkleumd was van de kou. Als hij bij de kerk aankomt, is de gemeente al aan het zingen. De dominee dommelt vrijwel gelijk in. De boer die de dominee naar de…
Jan Hepkes kon heel snel schaatsen. Hij vertelde dat hij op een keer onderweg was naar Groningen. Een man haalde hem in, en hij deed even wat meer zijn best, zodat hij de ander weer inhaalde. Toen bleek de ander Okke van den Berg te wezen, de hardste…
Zaterdag, zestiende kapittel. Ooievaaiers die hier in de zomer komen, gaan in de winter naar Egypte, waar ze gewoon mensen zijn. Ze hebben ook verstand, want ze betalen rente aan God voor hun jongen.
Dit is het laatste kapittel. De vrouwen bedanken…
Vrijdag, zevende kapittel. Door een tochtige koe drie keer om een stier te laten lopen voordat hij haar bespringt, heb je het hele jaar door verse boter.
Jan Hepkes is al schaatsend naar Leeuwarden toegeweest en op de terugweg ziet hij een andere man schaatsen die hij voorbij gaat. Bij de Skûlenburcht neemt hij een borrel bij Tseardsma en later pas komt de door hem ingehaalde man binnen. Hij heeft de…
Als mensen op een winterdag aan het schaatsen zijn bij de Blauwsluis ontwijken ze een wak waaruit ze een geluid horen. Er wordt gezegd dat de tijd er al is, maar de man nog niet. Later komt iemand anders aanrijden die pardoes in het wak belandt.
In de winter moet men niet op het ijs van de Leeuwenpoel komen want er moet nog iemand met rood haar verdrinken. Een vrouw met rood haar ligt hier vaak 'help' te roepen. Later is er een meisje met rood haar in deze poel verdronken. Zelf heb ik wel in…
Als iemand een keer op de brug staat bij Veenwouderwal, hoort hij hieronder een geluid alsof iemand om hulp roept. Een tijdje later rijden twee jongens in een wak en dan hoort men hetzelfde geluid als tevoren.