Bij 't Kruiswater, een plaats waar vier straten elkaar kruisten, woonde een oude man. Op een dag zag die man een paard lopen. Omdat de man geloofde dat het paard ergens was losgebroken, wilde hij het dier tegenhouden om het weer aan de eigenaar te…
Een vader en een zoon die in de duinen wandelden, geraakten niet op het strand omdat ze daar vreemde figuren zagen. Later bleken het drie weggelopen paters uit een klooster te zijn geweest.
Enkele mensen die 's avonds op stap gingen, hoorden plots een grote knal. Vervolgens sprong er een bol vuur in de lucht. Daarop liepen de mensen allemaal weg.
Een boer was de ossen aan het hoeden op het veld, terwijl zijn twee dochters de koeien moesten hoeden. In een nabijgelegen weide liep een vrouw uit het dorp, over wie men vertelde dat het een heks was. Toen een meisje één van de koeien uit de weide…
Een man die naar huis wandelde, werd een kwartier lang gehinderd door een kat die de hele tijd tussen zijn benen door liep. De man sprak tot het dier: "Poesje, poesje". Toen de man thuiskwam, was de kat verdwenen.
Een man die op weg was naar 's Heerenelderen, kwam een grote gele hond tegen. Nadat de man een kruisteken had gemaakt, verdween de hond. Tweehonderd meter verderop stond het dier er echter alweer. Toen de man thuiskwam, sprak hij tot de hond:…
Met Allerheiligen en Allerzielen plaatsen de kinderen vaak kaarsjes in rapen, die ze dan in hagen zetten. Mensen die zo'n raap zagen staan, liepen bang weg.
Toen veldwachter Bert V. door de weide liep, stond er plots een zwarte heer naast hem. Omdat de zwarte heer Bert bleef volgen, haalde de man zijn dolk boven. Bert was zo bang dat hij snel wegliep en met zijn dolk een deur doorboorde.
Een kasteelvrouw die relaties had met verschillende mannen, was bij de framassons. Toen de vrouw op sterven lag, liet ze de pastoor komen. Onderweg sprong er echter een grote zwarte hond vóór de koets van de pastoor, waardoor het paard wegliep en de…
Een pasgetrouwd paar dat 's nachts naar huis kwam, zag opeens wel twintig of dertig katten verschijnen. "Dat zijn heksen", zei de vrouw. De katten begonnen rond een boom te dansen, waarop de vrouw de potten en pannen die ze had gekocht, liet…
Om heksen te verdrijven moest men een 'baardmanskruikje' (1) vullen met verroeste nagels en menselijke urine. Dat was een zogenaamde 'heksenfles'. Als men de inhoud van die fles boven het vuur verwarmde, moesten alle heksen uit de buurt gillend op…
Een jongen die zijn vriendin in Gestel ging opzoeken, moest altijd een omweg maken omdat een kat hem de weg versperde. Toen de jongen aan zijn vader vertelde wat hij al vier keer had meegemaakt, kreeg hij de raad om de volgende keer met een stok…
Tijdens de eerste wereldoorlog liep in Uikhoven een weerwolf rond. Hij verscheen in de gedaante van een zwarte hond, die haast zo groot was als een jong kalf. Op een avond zijn de Pruisen zelfs voor de weerwolf op de loop gegaan.
Een grafdelver was 's avonds bij schemerdonker nog een put aan het graven, toen er twee jongens kwamen vragen of hij mee naar de kermis ging. Terwijl de grafdelver zijn gereedschap ging opbergen, bleven de jongens buiten het kerkhof op hem wachten.…
Enkele mannen die terugkwamen van Hees, zagen in de Emerestraat een haas lopen. Toen de mannen de haas probeerden te vangen, liep het dier schreeuwend weg.
Toen Merie met Kerstmis ergens een tafel moest gaan halen, zag ze in de weide een vuurman die de vonken van zich af schudde. Een voorbijganger zei: "Ben jij daar bang van?", en hij floot naar de vuurman. De man kon nog net naar binnen vluchten en…
Een man die te kampen had met een rattenplaag, ging te rade bij iemand die over bijzondere krachten beschikte. De man kreeg de raad om de 'hoofdman' van de ratten te zoeken. Bij dat dier moest hij een nagel door het rugvel steken, met aan beide…
Op de paardenstal van een boerderij zat een zwarte hond. De boer had al geprobeerd om de hond met een mestvork te slaan, maar het dier bleef onbeweeglijk zitten. Daarop liet de boer de pastoor komen. Nadat de pastoor een half uur had gebeden…
Vroeger vonden de mensen vaak een huilend kindje voor hun deur. Ze droegen dat kindje dan naar binnen en gaven het te eten, zonder te weten dat het een waternekker was. Nadat het kind gegeten had, was het opeens weg en riep: "Ik heb je gehad, ik…
Toen de pastoor na het laatste evangelie zijn kerkboek liet open liggen op het altaar, konden veertien vrouwen de kerk niet verlaten. Zodra de geestelijke het boek had gesloten, liepen de vrouwen om ter snelst langs de endeldeur (1) naar buiten.